Gezond zwellend vlees

DE samensteller van www.liefstekom.com is een vervloekte aterling, een zieke fielt die eeuwig moge branden in 's aardrijks ingewanden. Wie anders dan een diep verdorvene amputeert gezond zwellend vlees?...

Willem Bilderdijk (1756-1831) was een gretig liefhebber van het blank albast dat hij ook in bijgaand Zangstukjen met een mengeling van wellust en afgrijzen oproept. Hoewel hij in zijn jeugd vermoedelijk nooit met meisjes heeft kunnen spelen, ontwikkelde hij zich als student tot een hartstochtelijk en veeleisend minnaar. Reeds op 23-jarige leeftijd debuteerde hij met de bij vlagen softpornografische bundel Mijn Verlustiging, waarin zelfs een lofzang op de zelfbevrediging is te vinden. Maar ook later roept hij nog vurig uit: 'k Mocht sterven aan die borst, die van verrukking zwol! / 'k Mocht die ontbloote borst met stoute tanden kneden, / En worstlen tegen 't kleed en d'arm, die ze overtoog.' Een lichte neiging tot SM valt de dichter niet te ontzeggen.

In het Zangstukjen smeekt hij een jongedame haar afgewende mond en ogen uit zijn gezichtsveld te verwijderen en haar machtige boezem te verbergen. Het wicht heeft hem bedrogen, heeft hem niet alleen menige kus, maar zelfs zijn gehele hart ontfutseld. Hij eist zowel hart als kussen terug. Maar hoe krijg je kussen terug als je daarvoor niet je mond ter beschikking stelt? En hoezeer hij het meisje ook beschimpt, de beschrijving van haar fysieke kwaliteiten liegt er niet om. De dageraad van haar ogen voorspelt een heerlijke dag, het verrukkelijk kersje op haar besneeuwde heuvels stelt alvast een hete zomer in het vooruitzicht. Hoewel de dichter haar geen blik meer waardig wenst te keuren, kan hij zijn ogen niet van haar afhouden.

De kracht van het gedicht schuilt in de symmetrie. Beide strofen beginnen met een herhaalde imperatief, beide eindigen met een gebod tot restitutie. Ochtendzon correspondeert met lente- en zomergloed, het oog in de derde regel met dat in de derde regel van onderen. De banden uit de laatste regel rijmen op de panden uit de eerste strofe. In beide strofen is sprake van lust. Wat je voor je ziet zijn echter niet de verraderlijke lippen van de meinedige teef, maar een Arcadisch heuvellandschap in de vroege morgen. De dichter zit in de val, want hoe harder hij scheldt, des te aantrekkelijker wordt het ijzige voorwerp van zijn haat.

Vooral die borsten zijn een obsessie voor hem, want het is daar, in de roofspelonk tussen haar bergen, dat zij zijn hart heeft vastgeklonken. Geen wonder dat het gedicht twee symmetrische strofen telt, waartussen de witregel als een duizelingwekkende cleavage de adem even doet stokken. Het gedicht heeft de vorm van de tegelijkertijd verafgode en bespuwde boezem aangenomen. Zelfs het woord waarmee hij haar oproept zich te bedekken, is ongewild een woordspeling geworden.

Maar de schurk die het gedicht op internet plaatste, heeft meedogenloos de tweede strofe afgezet. Castratie lijkt me de enige passende straf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden