Gezond wantrouwen jegens markt en overheid is best links en Niet Nix

Komt het dan, door toedoen van een clubje enthousiaste jongeren, toch nog goed tussen Links en de Markt? Maandag werd in de Rode Hoed in Amsterdam een pamflet gepresenteerd: Niet Nix - ideeën voor de Partij van de Arbeid....

De liefdesverklaring is echter van een ranzige soort. De verklaring is 'niet gericht aan de huidige partij, maar aan een partij die nieuwe ideeën, personen en methoden wil toelaten'. Dit is het soort liefde dat eindigt op de bank bij psychiater Sigmund.

Geen wonder dat de teerbeminde partij wat kattig reageerde. 'De uitwerking van de ideeën ontbreekt', zei kamerlid Rick van der Ploeg, die als aanvoerder van de liberale vleugel in de partij, relatief jong bovendien, de onstuimige minnaar toch het beste zou moeten aanvoelen. 'De ideeën hebben geen relatie met de politiek en ik huiver voor de opvattingen over de sociale zekerheid en de belastingen.'

En als het voor de charmes meest gevoelige deel van de partij al 'huivert' bij de eerste aanraking, dan is deze liefde geen lang leven beschoren. En dat is jammer, want ook links kan de markt als ordeningsmechanisme goed gebruiken.

Een mooi voorbeeld hiervan is de zogeheten bedrijvenpoli, waarover Werner Brouwer, Erik Schut en Frans Rutten vorige week een artikel publiceerden in het economenblad ESB. In de bedrijvenpoli worden werknemers behandeld buiten de normale openingstijden van het ziekenhuis om. Zo zijn de werknemers sneller weer beter dan als ze netjes op hun beurt moeten wachten, en sneller weer aan het werk. Om dat laatste is het de werkgever, die de rekening betaalt, begonnen. Sinds de Ziektewet grotendeels is geprivatiseerd moet hij zieke werknemers uit eigen zak loon doorbetalen. De werkgever heeft er zo financieel belang bij gekregen zijn werknemer gezond te houden of te maken.

Zo'n bedrijvenpoli klinkt als iets waar linkse mensen tegen moeten zijn. Een werknemer is toch geen haar beter dan, bijvoorbeeld, een bijstandsmoeder? Waarom zou de werknemer dan vóór mogen kruipen bij de dokter? Gelijke monniken, gelijke kappen, zeker als het om gezondheid gaat. Els Borst, onze minister van Volksgezondheid, is dan ook tegen de bedrijvenpoli omdat, zei ze in de Tweede Kamer, 'voorrang op niet-medische gronden onaanvaardbaar is'.

Brouwer, Schut en Rutten - het drietal is verbonden aan het Instituut Beleid en Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit - betogen met krachtige argumenten dat dit een kortzichtig standpunt is. De bedrijvenpoli brengt namelijk voordeel aan alle betrokken partijen - aan werknemers, aan werkgevers, aan de zorgsector én aan niet-werknemers.

Werknemers profiteren omdat zij sneller beter worden dan zonder bedrijvenpoli. Bedrijven profiteren omdat (en voor zover) de extra kosten voor een behandeling buiten kantooruren lager zijn dan de kosten van ziekengeld. Ziekenhuizen profiteren omdat zij hun overcapaciteit eindelijk kunnen gebruiken - poliklinieken en operatiekamers staan nu 's avonds en in het weekeinde grotendeels leeg. Natuurlijk hebben de ziekenhuizen alleen baat bij de poliklinieken als zij de extra verdiensten ook mogen houden.

Zelfs, en dat is natuurlijk de crux, niet-werknemers profiteren. Omdat de werknemers vóór hen uit de wachtrij worden geplukt, schuiven niet-werknemers een plaatsje op. Net als de werknemers staan zij eerder in de spreekkamer van de dokter dan zonder bedrijvenpoli het geval zou zijn geweest.

Strikt vasthouden aan het - linkse? - gelijkheidsbeginsel impliceert dat de (nu door Borst gedoogde) bedrijvenpoli moet sluiten, met als gevolg dat ook degenen die maatschappelijk het slechtste af zijn, de niet-werkenden, een verbetering van hun positie wordt ontzegd.

Is dat links?

Leg dat dan maar eens uit.

Linkse politici kunnen de markt heel goed gebruiken. En echt niet alleen als het gaat om de bedrijvenpoli.

Omgekeerd is de markt geen panacee voor alle economische problemen van Nederland. Dat blijkt nog eens uit Marktwerking versus Coördinatie, een bundel preadviezen die verscheen aan de vooravond van de jaarvergadering van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor de Staathuishoudkunde, die vandaag in Groningen wordt gehouden.

De Groningse econoom Andries Nentjes leidt de bundel adviezen in met een kernachtige omschrijving van de evolutie van het economisch denken over markt en staat. 'De belangrijkste vernieuwingen in de twintigste eeuw', schrijft hij, 'bestaan uit de ontdekking en het analyseren van het falen van de markt'. Waar de markt faalde, kreeg de overheid een taak. De overheid dijde daarom uit.

Maar, gaat Nentjes verder, 'de theorie van het marktfalen heeft soms aan belangengroepen en politici de argumenten verschaft om ten gunste van deelbelangen in te grijpen.' De overheid laat zich voor karretjes spannen. 'De overheid die het probleem van het marktfalen had moeten oplossen, is daarmee zelf een probleem geworden. Overheidsfalen is nu het trefwoord.'

De jonge economen die deel uitmaken van Niet Nix geven er in hun pamflet blijk van deze ideeëngeschiedenis te kennen. De staat is voor hen niet heilig - en de markt is niet zaligmakend. Dat zijn vruchtbare gedachten, en dan mag de liefdesverklaring best wat onbeholpen zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.