Gezocht: SM-meester

Wie wordt de nieuwe directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam? En welke koers moet hij of zij varen? Naar de internationale top of richting jong talent? V geeft een voorzet aan de hand van vier lemma's.

Iemand met een inspirerende blik. Een communicatieve teamspeler die met verbeeldingskracht het museum weet te vernieuwen, zodat het weer meedoet in de internationale top, als platform voor actuele kunst met een topcollectie.


Vier jaar geleden plaatste de raad van toezicht deze profielschets op de website van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Men was op zoek naar een nieuwe directeur. Wat het heeft opgeleverd, is inmiddels bekend. Ann Goldstein, die nieuwe directeur, gooide vorige week, na drieënhalf jaar directeurschap, de handdoek in de ring. Ze had het museum geopend, maar geen zin meer om het voor de rest in te vullen. Alles dankzij een mismatch tussen de raad van toezicht en haarzelf. En omdat het tussen de Amerikaanse en Amsterdam niet boterde.


De Amsterdamse cultuurwethouder Carolien Gehrels zwaaide Goldstein vorige week op een opmerkelijke manier uit: 'Vanuit het perspectief van de stad is het niet slecht dat er een nieuw persoon komt voor de volgende fase die het museum ingaat.' Wat die volgende fase moet zijn en wie die nieuwe persoon, daarover liet Gehrels zich niet uit. Begrijpelijk. Niet Gehrels maar de raad van toezicht is daarvoor verantwoordelijk. Het profiel dat de raad daarvoor zal opstellen, moet nog worden geschreven.


Wat zou die volgende fase kunnen inhouden? En wat voor leiding is daarbij nodig? Een voorzet aan de hand van vier lemma's.


Lokaal of internationaal?

Een rondgang langs ingewijden uit de Nederlandse kunst wijst het uit: het imago van het Stedelijk wordt, op grond van zijn geschiedenis en collectie, nog steeds als ijzersterk beschouwd. Een 'goudmijn' met een befaamde verzameling moderne schilderijen, beelden, tekeningen, affiches en design, bijeengebracht door bekende directeuren als Willem Sandberg, Edy de Wilde en Wim Beeren. Zij maakten naam met onvergetelijke tentoonstellingen.


Die internationale status is de laatste jaren behoorlijk ingezakt. Reden: weinig artistieke continuïteit, wisselende directeuren over de afgelopen jaren, een (deels) gesloten of ontoereikende huisvesting en weinig spraakmakende presentaties. Het heeft elke geïnteresseerde hongerig gemaakt naar wat het museum de komende jaren zal laten zien. Met als ultieme (en onuitroeibare) droom dat het Stedelijk ooit weer eens zou aansluiten bij de buitenlandse top - hoe irreëel ook. Geld om musea als Tate Gallery, Centre Pompidou, Museum of Modern Art bij te houden in aankopen en tentoonstellingen is er niet. Hoe zou het Stedelijk met een budget van 20 miljoen euro moeten opboksen tegen de Tate, waar ze bijna het achtvoudige te verdelen hebben?


Moet die aansluiting wel? Zoals Nederland zich graag opstelt als het land van experimenten en innovatie kan het Stedelijk zich het best richten op de eigen achterban. Vernieuwende kunstinstellingen, galeries en opleidingsinstituten: Nederland en vooral Amsterdam telt er genoeg. Denk aan de Rijksakademie en de Ateliers, De Appel, maar ook galeries als Fons Welters, Annet Gelink, Grimm, Lumen Travo en Juliette Jongma. Een kweekvijver waar te weinig gebruik van wordt gemaakt. De stad is een bakermat voor jonge, getalenteerde kunstenaars met een veelal internationale achtergrond.


Als het Stedelijk daar gebruik van zal maken, zeggen velen, slaat het een bruggenhoofd tussen wat rijp en groen is; tussen wat de collectie is en wat jong talent kan bieden. Als een proefstation, van waaruit het museum zijn tentakels naar het buitenland kan uitstrekken, op zoek naar vergelijkbaar talent elders.


Het Stedelijk zal zich opnieuw moeten uitvinden. Op het gevaar af een niche te worden, maar wel een niche van uitzonderlijke, in elk geval onderscheidende kunst, die op den duur even spraakzaam zal zijn als voorheen.


Collectie of exposities?

'De collectie is de kurk waarop het museum drijft.' De gevleugelde woorden van Jan Debbaut, voormalig directeur van het Van Abbemuseum in Eindhoven, zijn voor menig museumdirecteur een vast uitgangspunt geweest. Zeker in het Stedelijk met zijn topverzameling van Malevitsjen, De Koonings, Newmans en Cobra-kunst.


Tegelijkertijd zou die geroemde verzameling ook een blok aan het been kunnen zijn. De kwaliteit van de verzameling heeft ook een verlammende werking als het gaat om nieuwe vormen van experimenten. Het is een valkuil waar je als directeur maar al te makkelijk intrapt. Toon de collectie en de bezoekers komen vanzelf. Vanuit toeristisch (en economisch) oogpunt is het inderdaad een goudmijn. Vanuit het oogpunt van levendigheid de dood in de pot.


Te lang is gedacht dat het tentoonstellingsprogram uit de verzameling moet voortkomen, met kunstenaars en kunstwerken die in het verlengde van de collectie liggen. Terwijl het ook andersom kan. Waarom zou je de collectieopstelling niet aanpassen op de wisselende exposities met hedendaagse kunst? Door niet steeds vanuit het verleden het heden te historiseren, maar juist vanuit het heden het verleden te actualiseren?


Zakelijk of artistiek directeur?

Vorig jaar bepaalde de raad van toezicht eigenhandig dat boven Ann Goldstein een algemeen, zakelijk directeur werd aangesteld: Karin van Gilst. De vorige, Patrick van Mil, stapte op na onenigheid met Goldstein. Van Gilst zou in het vervolg de waakhond zijn die de eigenzinnige Amerikaanse in bedwang moest houden. Een incident? Nee. Velen zien dit als een blijvende constructie. Met als resultaat dat een nieuwe directeur geen bezwaar moet hebben aan de leiband van Van Gilst te lopen, wat waarschijnlijk een aantal gedoodverfde zwaargewichten zal uitsluiten.


De raad hecht blijkbaar meer waarde aan een gezonde financiering dan aan eigenzinnige exposities, gedurfde collectiepresentaties en een onderscheidend programma van lezingen en performances. Het vetorecht ligt niet meer bij de artistiek leider die moed toont en risico's wil lopen en onafhankelijk wil zijn.


Zou de raad van toezicht even moedig zijn om, bij de presentatie van een nieuwe directeur, de hiërarchische rolverdeling tussen zakelijk en artistiek leider terug te draaien? Het is de vraag.


Sterke man/vrouw of collectief?

Zal het Stedelijk weer op zoek gaan naar de Bekende Buitenlander? Potentiële kandidaten zijn er genoeg, zoals Max Hollein, directeur van de Schirn Kunsthalle in Frankfurt. Lars Nittve, oud-directeur van de Tate Modern en het Moderna Museet en nu werkzaam in Hongkong. Iwona Blazwick van de Whitechapel Gallery in Londen. Of Massimiliano Gioni van het New Museum in New York. Zwaargewichten en een outsider (Massimiliano) die bewezen hebben een kunstinstituut te kunnen leiden, met autoriteit én oog voor waar de toekomst naar kan leiden.


Zal de raad van toezicht, na het debacle-Goldstein, nog een buitenlander kiezen? De kans wordt door insiders gering geacht. Daarvoor zijn de cultuurverschillen te groot, is de risicoanalyse. De genadeklap voor een mogelijke tweede buitenlandse directeur kwam van Goldstein zelf. Door haar vertrek ('Ik was de eerste buitenlander, de eerste vrouw, de eerste Amerikaan') is het beeld ontstaan van Amsterdam als een 'xenofobe' stad, zoals een ingewijde het formuleert. Het zal buitenlanders afschrikken.


Ook het weerbarstige, ondoorzichtige krachtveld waarin het Stedelijk zich bevindt, zal voor menig buitenlander geen reden voor verhuizing zijn. Iedereen bemoeit zich ermee: sponsoren en bruikleengevers, de gemeenteraad en een wethouder van cultuur, bezoekers die zich het oude Stedelijk herinneren en andere bezoekers die van het nieuwe al dromen en een overactieve, kritische pers.


Daardoor lijkt de kans groter dat het een Nederlander zal worden. Die zijn voorhanden. Op Hendrik Driessen van Museum De Pont in Tilburg na, zijn ze (relatief) jong, maar zeker niet te veronachtzamen, terwijl geen van hen het experiment schuwt. Zoals Rein Wolfs (Kunsthalle Bonn), Ann Demeester (kunstcentrum De Appel, Amsterdam) en Macha Roesink (voormalig directeur van De Paviljoens in Almere) hebben bewezen. Zou de raad van toezicht werkelijk een nieuwe koers willen varen, dan zijn er ook andere modellen denkbaar als alternatief voor een eenhoofdige directiestructuur.


De tijd lijkt rijp voor een meer vloeibare, democratische organisatievorm. Een die niet meer leunt op een enkele visie, maar op meerdere. Op de biënnales van Berlijn en Venetië werd al geëxperimenteerd met twee, drie en zelfs vijf curatoren. Wat nu incidenteel gebeurt kan tot een 'directie nieuwe stijl' uitgroeien, waarin ook eerder plaats zou zijn voor jeugdig elan. Een duo, trio of kwartet van jonge tentoonstellingsmakers en conservatoren die, op het risico af dat het fout kan gaan, nieuwe projecten lanceren en wisselende zaalopstellingen maken. En die elkaar onderling in het gareel houden. De experimentele directievorm zou passen bij de (hopelijk even) experimentele artistieke koers en onderscheidend zijn omdat het uniek is in de kunstwereld.


Noodzaak is wel dat het Stedelijk organisatorisch op orde is, met een zakelijk directeur die enkel ondersteunend is en een minder bemoeizuchtige raad van toezicht. Veranderingen die sowieso doorgevoerd moeten worden, voor welke directeur het museum ook mag kiezen.










Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.