Reportage Gezinsmigranten

‘Gezinsmigranten lopen vast in de inburgering, met gebroken relaties tot gevolg’

John Erkelens en zijn Indonesische vrouw Yen in Dordrecht. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Buitenlanders die voor de liefde naar Nederland zijn gekomen, zijn het strenge inburgeringsbeleid spuugzat. Dinsdag verzamelen ze zich in Den Haag voor een protestactie. 

‘Heel Nederland geniet via amusementsprogramma’s als All you need is love van de avonturen met buitenlandse partners, maar de andere kant van de medaille zie je niet’, zegt John Erkelens (58). Zijn Indonesische vrouw Yen luistert op de achtergrond mee. Veertien jaar geleden leerde hij haar kennen tijdens een vakantie in Indonesië, elf jaar zijn ze getrouwd.

Samen zouden ze gelukkig worden in Nederland, zo was het idee, maar de plannen zijn gewijzigd. Yen heeft 351 uur onderwijs gevolgd, is 5.000 euro lichter, maar heeft haar examens nog altijd niet gehaald. ‘We zijn er nu maar mee gestopt’, verzucht Erkelens. ‘Zodra het kan, verhuizen we naar Indonesië. Daar betaal je achthonderd euro voor een verblijfsvergunning voor vijf jaar, zonder onzinnige eisen.’

Gezinsmigranten, zoals buitenlandse partners van Nederlanders officieel heten, moeten in het land van herkomst eerst slagen voor een taalexamen voordat ze zich in Nederland mogen vestigen. Deze in 2006 ingevoerde maatregel had tot doel om de inburgering in Nederland efficiënter te laten verlopen, maar de politiek hoopte tegelijkertijd dat het aantal Marokkaanse importbruiden hiermee zou afnemen. 

Twee jaar eerder waren ook al de leeftijds- en inkomenseisen aangescherpt voor Nederlanders met een partner van buiten de Europese Unie. De maatregelen hadden het gewenste effect: het aantal ‘liefdesherenigingen’ daalde tussen 2005 en 2007 van 15 duizend naar 11 duizend. 

Intensief traject 

Een buitenlandse partner die in het land van herkomst slaagt voor het taalexamen, belandt in Nederland in een intensief inburgeringstraject dat identiek is aan dat van statushouders (erkende vluchtelingen). Met één groot verschil: statushouders krijgen de lening die ze voor maximaal tienduizend euro bij DUO kunnen afsluiten kwijtgescholden bij het behalen van hun inburgeringsdiploma, terwijl gezinsmigranten het naar draagkracht moeten terugbetalen. 

Dit komt, zo verklaart een woordvoerder van het ministerie van Sociale Zaken, doordat de twee groepen ‘fundamenteel van elkaar verschillen’. ‘Gezinsmigranten maken een bewuste keuze om op enig moment naar Nederland te verhuizen, terwijl asielzoekers zich gedwongen weten om in Nederland bescherming te zoeken.’

Een vreemde redenering, stelt Erkelens. ‘Het is voor gezinsmigranten vaak ook een gedwongen keuze, helemaal als er kinderen in het spel zijn. Denk aan al die expats die in het buitenland hun partner tegenkomen en, nadat hun werk ophoudt, terug naar Nederland verhuizen.’

Volgens Erkelens lopen veel gezinsmigranten door de hoge kosten en strenge eisen vast in het inburgeringstraject, met alle gevolgen van dien: stress, gebroken relaties, ontwrichte gezinnen en torenhoge schulden. Om de problemen onder de aandacht te brengen richtte hij vorig jaar de Facebookpagina Inburgeraars 2013-2020 op, die inmiddels door meer dan 1.500 mensen wordt gevolgd.

Erkelens, die vroeger bij Philips werkte maar door een handicap volledig is afgekeurd, werpt zich op als geharnaste woordvoerder. Twee keer ging hij met een kleine delegatie op gesprek bij het ministerie van Sociale Zaken. En ook dinsdag is hij in Den Haag te vinden voor een door hem georganiseerde protestactie. Een groep van naar schatting 250 man zal de Tweede Kamer een petitie aanbieden en tijdens het vragenuurtje de publieke tribune bezet houden. Hun slogan: inburgeren oké, treiterbeleid nee. 

John Erkelens en zijn Indonesische vrouw Yen in Dordrecht. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

De groep vindt dat het huidige inburgeringsstelsel voor gezinsmigranten een aantal ontmoedigende onderdelen kent, zoals de participatieverklaring, een papiertje waarop de ‘kernwaarden’ van Nederland staan vermeld. Ondertekening kost 150 euro, terwijl gezinsmigranten de kernwaarden al via hun Nederlandse partners meekrijgen. 

Ook het verplichte traject Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt (ONA) is een bron van ergernis. Volgens het CBS vindt 30 procent van de gezinsmigranten afkomstig uit landen van buiten de Europese Unie een jaar na aankomst werk, tegenover 4 procent van de statushouders. Toch komen ook werkenden niet onder het aanleggen van een werkportfolio uit. 

Sinds deze maand is er een vrijstellingsregeling van kracht, maar als het aan Erkelens ligt, wordt het ONA-traject voor alle gezinsmigranten afgeschaft. ‘Gezinsmigranten hebben helemaal geen werkplicht’, verklaart hij. ‘Hun partner staat financieel garant. Ze mogen, anders dan statushouders, ook geen uitkering aanvragen.’

Dure taalscholen

Dat veel gezinsmigranten toch werken is volgens Erkelens nodig om de hoge kosten van de taalschool te kunnen betalen. De opties die de woordvoerder van het ministerie van Sociale Zaken aandraagt – zelfstudie en bijles door vrijwilligers – zijn volgens hem niet reëel. ‘Niet iedereen is universitair geschoold en kan het zonder professionele begeleiding redden. En niet overal zijn vrijwilligers beschikbaar.’

Om bij DUO een lening af te kunnen sluiten, moeten gezinsmigranten net als statushouders kiezen voor een Blik op Werk-school. Dit keurmerk werd een aantal jaar geleden door de overheid in het leven geroepen om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen, maar de praktijk schiet tekort, blijkt uit verschillende kritische rapporten. Om zoveel mogelijk geld te verdienen, zijn klassen vaak overvol en wordt het niveau bewust laag gehouden.

De lespakketten zijn volledig toegespitst op statushouders, stellen de gezinsmigranten die zich dinsdag in Den Haag verzamelen. De meeste Blik op Werk-scholen bieden overdag lessen aan, waardoor gezinsmigranten in de knel komen met hun werk. Avond- en weekendlessen zijn nauwelijks voorhanden. Het ministerie van Sociale Zaken herkent dit beeld niet. 

Yen, de Indonesische vrouw van Erkelens, kwam in een klas terecht met zo’n veertig statushouders, voornamelijk Syriërs. Hoewel ze een ijverige studente was – ‘ze zat soms tot drie uur ’s nachts aan de tafel te studeren’ – zakte ze drie keer voor haar spreekvaardigheidsexamen. De school bood geen bijlessen aan om juist haar zwakke punten bij te schaven. ‘Alles wordt in totaalpakketten aangeboden', zegt Erkelens. ‘De kwaliteit was beneden peil, maar het kostte wel 1.250 euro per kwartaal.’

Yen hikt nu tegen de deadline van de inburgeringstermijn aan. Een boete dreigt. ‘Alsof het allemaal nog niet genoeg heeft gekost’, zegt Erkelens. Om de rekening niet nog verder te laten oplopen, hebben ze een drastisch besluit genomen: Indonesië wordt hun nieuwe thuisland. Of hij Nederland gaat missen? ‘Zeker niet. Het is: vaarwel en tot nooit meer ziens.’

LEES VERDER

Duizenden buitenlandse partners van Nederlanders dreigen beboet te worden door trage inburgering
De inburgeringseisen voor buitenlandse partners van Nederlanders zijn dermate streng dat duizenden volgens cijfers van DUO tegen een boete aanlopen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden