Reportage Chinese Hightechwedloop

Gezichtsherkenning, surveillancedrones: China ontpopt zich als een groot laboratorium voor techniek waar het Westen nog huiverig voor is

Bezoekers kijken naar een robotdemonstratie. Foto Ruben Lundgren

De handelsoorlog van de Amerikaanse president Trump met China gaat op het eerste gezicht om handelstekorten en verloren werkgelegenheid, maar het ware motief is de angst dat Beijing op technologisch gebied de overhand krijgt. ‘Wat hier gebeurt, staat in het Westen in de kinderschoenen.’

Een badkamerspiegel die gezondheidsadvies verschaft op de Wereldintelligentie-conferentie in Tianjin. Foto Ruben Lundgren

Een afvalbak rolt door de lanen van het uitgestrekte conferentiecentrum in Tianjin waar de Wereldintelligentie-conferentie wordt gehouden. Schoonmakers zijn vrijwel overbodig: de prullenbak navigeert zelfstandig, kondigt zijn komst aan met een liedje en flitslichtjes en stopt beleefd als iemand de klep aanraakt. ‘Hij kan niet herkennen waar zich het meeste afval bevindt, maar daar werken we aan. Zelfdenkende huishoudelijke apparatuur heeft de toekomst’, zegt de man die de prullenbak activeert. 

Met overgave stort China zich op hightech. Of het nu gaat om gezichtsherkenning, surveillancedrones in de vorm van vogels of helmen die via het meten van hersengolven de gemoedstoestand van treinbestuurders en fabrieksarbeiders in kaart brengen: vrijwel dagelijks wordt een nieuw futuristisch hoogstandje over de samenleving uitgerold. China ontpopt zich tot laboratorium voor technologieën waar het Westen nog huiverig voor is.

Neem gezichtsherkenning. In maart stonden er ineens overal op hotelbalies bordjes die uitlegden waarom iedere gast wordt geregistreerd met zo’n speciale ­camera. Namelijk ‘ter preventie van fraude op seksueel gebied’ door prostituees die zich als hotelgasten voordoen. Twee maanden later staan die camerabolletjes werkelijk overal. De uitleg is verdwenen en de aandacht is verschoven naar andere foefjes, zoals bio-recognition-betaalsystemen. Haal de handpalm langs een monitor en het metropoortje gaat open. Biometrisch betalen met een glimlach in bedrijfskantines, daar kijkt niemand van op, zo gretig omhelzen Chinezen alles wat digitaal, tech en kunstmatig intelligent is.

De zingende én zelfnavigerende prullenbak. Foto Ruben Lundgren

Er kwam wat weerstand over privacy toen Middelbare School nummer 11 in Hangzhou een camera inzette die elke 30 seconden de kindergezichten scant op vijf emoties, van blijdschap tot angst. Wie wegdoezelt of afgeleid is, krijgt een lager cijfer op aanwijzing van Slim-oog, zoals de kinderen het systeem noemen.

‘Met kunstmatige intelligentie is China wereldleider. De drive op hightechgebied hier lijkt op de Amerikaanse Space Race van de jaren zestig. Zo moet de sfeer zijn geweest toen we een man naar de maan stuurden’, zegt Joe Weinman. ­Genietend loopt deze Amerikaanse clouddeskundige rond bij de Wereldintelligentie-conferentie om het evangelie van extreme interconnectivity, oneindige bandbreedtes en fusies tussen mens en robot, aan zijn Chinese collega’s te verkondigen. ‘Wat hier gebeurt, staat in het Westen in de kinderschoenen. China is geconcentreerd, werkt keihard en planmatig en nu laat het zijn successen zien.’

570 miljoen camera’s

Zo is een hele hal gewijd aan surveillancesystemen. Van de koppeling van data van identiteitsbewijzen en 170 miljoen surveillancecamera’s is project ‘Scherpe Ogen’ uitgegroeid tot een systeem dat binnen 3 seconden iedere Chinees – dat zijn er 1,4 miljard – met een nauwkeurigheidsgraad van bijna 90 procent kan terugvinden in een nationale database.

Althans, dat was de ambitie in 2015, maar omdat de techniek niet heeft stilgestaan, wordt ‘Scherpe Ogen’ van de troon gestoten door Sky Net. Slimmer, sneller, totaler: politie in zestien steden scant en identificeert een gezicht binnen een seconde. Staatsmedia berichten ­triomfantelijk hoe voortvluchtige misdadigers bij popconcerten uit het publiek worden gevist, zoals een aardappeldief die drie jaar geleden voor 17 duizend dollar aan bintjes had verdonkeremaand.

Voortvarend bouwt China een hightechkoepelgevangenis. In 2020 is honderd procent dekking gerealiseerd dankzij 570 miljoen camera’s – een camera per twee burgers – gecombineerd met kunstmatige intelligentie, die nooit rust en steeds vernuftiger wordt. Het idee van ­waterdichte 24/7 monitoring is waarschijnlijk afdoende om de meeste mensen in het gareel van de eenpartijstaat te houden. 

Hofleverancier van repressie

Het digitaal leninisme krijgt echt goed vorm in de provincie Xinjiang in west-China met haar bij vlagen opstandige islamitische minderheden: dat gebied is proeftuin voor hightechsurveillance waarbij alles mag en steeds meer kan. Hightech als wapen tegen religieus gemotiveerd terrorisme, dat tot twee jaar als een veenbrand woedde in Xinjiang, begon met verplichte apps. Die worden bij roadblocks op de smartphone gezet en zuigen de inhoud van de telefoon leeg. Daarna houden ze in de gaten wat de eigenaar van de telefoon online doet. Dna, irisscans, opnamen van het stemgeluid en het verzamelen van vingerafdrukken zijn in Xinjiang onder het motto van ‘gratis gezondheidsonderzoek’ allang gemeengoed.

Uit onderzoek van Xinjiang-specialist Adrian Zenz naar openbare aanbestedingen blijkt hoe Chinese techbedrijven zich verdringen om in Xinjiang hofleverancier van repressie te mogen zijn. De grootste fabrikant van beveiligingscamera’s ter wereld, HikVision, verzorgt surveillance door middel van gezichtsherkenning, compleet met camerasystemen en bij­behorende software. 

Die camera’s komen terecht op de met prikkeldraad verstevigde muren van ‘onderwijs- en trainingscentra’, waar volgens westerse mensenrechtenorganisaties naar schatting een half miljoen Oeigoeren en andere islamitische minderheden worden vastgehouden tot ze hebben ‘geleerd’ dat het communisme het enige ware geloof is. Bij de ingang van alle 976 moskeeën in district Moyu komen naast de gewone camera’s HikVision-gezichtsherkenningscamera’s met infrarood nachtzicht.

Een vrouw 'past' kleding via een touchscreen. Foto Ruben Lundgren

‘Vandaag Xinjiang, morgen de rest van China’, is een bekende kreet op Chinese sociale media. HikVision pronkt op de ­Wereldintelligentie-conferentie met een ‘zachter’ systeem: digitale naming and shaming van voetgangers die door het rode licht lopen. Hun namen en gezichten verschijnen op grote schermen op drukke kruispunten – en verdwijnen pas als de overtreder een boete betaalt. Populair bij de verkeerspolitie van gemeenten die jagen op het gewilde predicaat Slimme Stad, zegt een standwerker van Hik­Vision.

Dat is een megasysteem dat het management van hele steden verzorgt. Niet alleen HikVision probeert er een graantje van mee te pikken: het lijkt wel alsof de hele Chinese technologiesector zich bezighoudt met een of andere vorm van ­‘sociaal management’, het eufemisme voor controle en surveillance. Tech-multinational Huawei heeft er een videomuur aan gewijd, waar het gedrag van mensenmassa’s in een reusachtig stadsdeel wordt geregistreerd en aangestuurd op basis van big data uit alle mogelijke bronnen, van surveillancecamera’s tot weerberichten en sociale media. Toekomstmuziek, maar er komen steeds meer bouwstenen voorhanden. ‘Op dit moment is het cruciaal om kunstmatige intelligentie op zo veel mogelijk manieren in de praktijk te brengen om kinderziekten op te lossen’, aldus Chen Chongjun, vicevoorzitter van de Cloud-divisie van Huawei.

Chinese win-win

Gastheer van de Wereldintelligentie-conferentie Tianjin heeft zichzelf opgeworpen tot Kunstmatig Intelligente Stad. Ook dat label laat de geldkraan van de overheid gegarandeerd stromen. Tianjin heeft bedrijventerreinen, gemeentelijke geldpotten van bijna 16 miljard euro en data afkomstig van 16 miljoen inwoners voor ieder hightechbedrijf dat zich er wil vestigen. Tianjin is niet de enige, want niemand wil achterblijven bij het grote plan ‘Made in China 2025’ om het land tot de absolute koploper op hightechgebied te maken.

Dat leidt tot chaotische bedrijvigheid van wetenschappers, overheden en bedrijven op een onvoorstelbare schaal. Houd het technieuws een tijdje bij en het lijkt alsof de hightechwedloop met de Verenigde Staten al een gewonnen race is voor Beijing, zo veel revolutionaire toepassingen zien het levenslicht. Zowel westerse als Chinese media berichten ademloos over de stand van zaken in deze ‘nieuwe Koude Oorlog’, want met dominantie van de nieuwe technologie komt de wereldheerschappij, is de gedachte.

De handelsoorlog van de Amerikaanse president Donald Trump gaat op het eerste gezicht om handelstekorten en verloren werkgelegenheid, maar het ware motief is de angst dat Beijing op technologisch gebied de overhand krijgt.

Wat betreft surveillance is dat beslist geen ongegronde vrees, want het controleren en sturen van het gedrag en de gedachtewereld van de Chinese bevolking is voor de eenpartijstaat een zaak van ­levensbelang. Geld verdienen komt direct daarna en een combinatie van beide is wat Chinezen win-win noemen. Hik­Vision, Huawei en andere Chinese techbedrijven staan in de VS om veiligheidsredenen op de zwarte lijst, maar er zijn genoeg belangstellenden die hele systemen voor ‘stabiliteitshandhaving’ inslaan. Pakistan en Ethiopië zijn goede klanten.

Een weegschaal en badkamerspiegel geven deze vrouw gezondheidsadvies. Foto Ruben Lundgren

Met gezichtsherkenning en andere toepassingen van kunstmatige intelligentie is China koploper, mede dankzij de onuitputtelijke hoeveelheden data die nodig zijn om die systemen te voeden en slimmer te maken. Overweldigende financiële steun van de overheid doet de rest. 

Op andere gebieden moet de Grote Sprong Voorwaarts nog komen. Zo lopen Chinese chipmakers drie generaties achter bij Amerikaanse, Taiwanese en Japanse concurrenten. Chips en halfgeleiders zijn ‘oude hightech’ uit het tijdperk waarin China net leerde goedkope elektronica te maken. Toen Trump als startschot voor de handelsoorlog de Chinese telecommunicatiefabrikant ZTE in de ban deed, stokte de productie van ZTE-smartphones al na een week wegens gebrek aan chips, want die haalt ZTE uit de VS, net zoals de rest van de Chinese industrie. De chip is de achilleshiel voor de Chinese hightech-maakindustrie, die vorig jaar voor meer dan 182,8 miljard dollar aan chips importeerde.

‘Het ZTE-incident laat zien dat we nog steeds door het buitenland worden gegijzeld’, zegt Ni Guangnan. De bijna 80-jarige legende op computergebied – hij vond software uit die een westers toetsenbord bruikbaar maakt voor Chinese karakters – constateert dat China zichzelf zand in de ogen heeft gestrooid. ‘We dachten al sneller en beter te zijn dan de VS, maar we hebben niet eens de belangrijkste kerntechnologie in handen.’ 

De bubbel doorgeprikt?

Vandaar de steeds verbetener bevelen van president en partijleider Xi Jinping om volledig technologisch autonoom te worden. Zelfs de Koude Oorlog uit de vorige eeuw geldt als lichtend voorbeeld. ‘Toen het buitenland ons in het verleden buitensloot, haalden we de buikriem aan en beten op onze tanden. We vertrouwden op onze eigen kracht en bouwden twee kernbommen en een satelliet’, aldus Xi.

Met het ‘opkloppen van Chinese technologische prestaties’ heeft de hightechsector het leiderschap, volk en zichzelf een rad voor de ogen gedraaid, oreren de staatsmedia die tot voor kort nog ijverig meededen aan die borstklopperij. China heeft een toontje te hoog gezongen, zo overtuigend dat het Westen zich bedreigd voelt. Met een handelsoorlog als gevolg. Na eerdere invoerverhogingen kondigde Washington woensdag aan nog eens 25 procent te heffen op in totaal 279 soorten Chinese goederen. China kondigde daarop ook nieuwe importheffingen aan.

Een grootmoeder kijkt met haar kleinzoon naar een lego-presentatie. Foto Ruben Lundgren

Tegelijkertijd downplayt China zijn prestaties: zo geweldig zijn we nu ook weer niet, is de laatste boodschap uit techland. Liu Yadong mocht als hoofdredacteur van de overheidspublicatie Dagblad voor Wetenschap en Technologie de bubbel doorprikken. De reële stand van zaken volgens Liu: het ontbreekt China aan kennis en vaardigheden. Het ontbreekt ook aan ‘geduld en doorzettingsvermogen’ om wetenschappelijke projecten echt door te zetten.

Daar zit het snelle geld niet, weet iedereen in China. Dat zit in technologie voor veiligheid, surveillance en commercieel aantrekkelijke toepassingen. De dikste rijen op de Wereldintelligentie-conferentie staan voor de Huiskamer van de Toekomst. Daar geeft een weegschaal een graatmagere twintiger een op big data gebaseerd gezondheidsadvies dat ze zelf had kunnen bedenken: u moet meer eten. Er drommen zo veel mensen samen dat de zingende vuilniscontainer vastloopt. De slimme prullenbak jengelt luidkeels Alle Menschen werden Brüder, maar komt niet uit boven de kakofonie van andere herrie-producerende ‘intelligente’ gadgets.

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.