Gezellig warenhuis

Onder druk van de Europese Commissie kwam een einde aan het monopolie van de Franse veilinghuizen. Met angst en beven zagen de veilingmeesters van Drouot de buitenlandse concurrentie van Sotheby's en Christie's tegemoet....

Houten tennisrackets, ivoren biljartballen, versleten bokshandschoenen en een vlaggetje van de Tour de France van 1955 - iedere sportliefhebber annex kunstverzamelaar kan wel iets vinden op de veiling 'Sports et Jeux' in zaal 12 van veilinghuis Drouot. Wie meer van wandelen houdt, kan terecht in zaal 13 waar enkele honderden wandelstokken, afkomstig uit de verzameling van 'een liefhebber', op hun kopers wachten. Topstukken zijn de stokken die de hoofden van Napoleon, Liszt of Garibaldi als handvat hebben. Enkele jachtliefhebbers hebben de voorwerpen van zaal 10 bijeengebracht: het wemelt er van de hertengeweien en geweren, afgewisseld met opgezette leeuwen en houten lokeenden. Zeker zo gevarieerd is zaal 16, met zijn verzameling sieraden, aquarellen, tinnen bestek, flessen wijn en gobelins. In de kast met het antieke glaswerk staart een verdwaalde kinderpop verbaasd voor zich uit.

Met zestien zalen op drie verdiepingen valt Drouot wat oneerbiedig te karakteriseren als de V & D onder de veilinghuizen - de roltrappen die de verdiepingen met elkaar verbinden versterken die indruk. Het licht is er fel, de zaaltjes puilen uit van voorwerpen waarvan de herkomst veelal onduidelijk is. Meer dan een enkele kijkdag wordt het publiek niet gegund, dan gaat de boel onder de hamer en is het tijd voor de volgende bonte collectie.

Het Drouot-publiek is ook even divers als dat van V & D. Van huisvrouwen met plastic tassen tot gedistingeerde kunsthandelaren: iedereen loopt er binnen, met ergens de hoop op dat ene lot uit de loterij, de vondst die verder iedereen over het hoofd ziet. Dat is in de chaos van Drouot mogelijk. 'Ik zag hier een tijdje terug het terracotta-model van een brons van Cumberworth, een van de zestig beeldhouwers uit de negentiende eeuw die er in de ogen van de internationale experts toe doen', zegt Alfred van Lelyveld, een Nederlandse beeldenhandelaar in Parijs die regelmatig door de Drouot-zalen dwaalt. 'Bij Drouot hadden ze de waarde van dat beeld helemaal niet door. Ik heb het voor bijna niets kunnen kopen.'

Zulke vondsten zijn bij de grote veilinghuizen Christie's en Sotheby's uitgesloten. Zij gelden als nieuwkomers op de Parijse kunstmarkt sinds die twee jaar geleden werd opengesteld voor buitenlandse concurrentie. Onder druk van de Europese Commissie kwam een einde aan het monopolie van de Franse veilinghuizen dat 450 jaar had bestaan. De veilingmeesters van Drouot, de commissaires-priseurs, zagen de buitenlandse concurrentie met angst en beven tegemoet. Onderling hadden zij de markt aardig verdeeld, waarbij iedere commissaire-priseur zijn eigen specialisme en bijbehorende klantenkring had. Een faillissement was uitgesloten - de collega's zouden in zo'n geval bijspringen. Buitenstaanders konden alleen tot het Drouot-bolwerk doordringen door een bestaande praktijk van een commissaire-priseur over te nemen. In die beschermde wereld was vernieuwing ver te zoeken.

Maar met hun kapitaalkracht, internationale netwerk en professionaliteit zouden Sotheby's en Christie's wel eens de doodsteek kunnen zijn voor het kleurrijke amateurisme van de Drouot-familie. Conform de Franse traditie legden de commissaires-priseurs zich aanvankelijk vooral toe op het claimen van een schadevergoeding bij de Franse staat ter compensatie voor het verlies van hun monopolie. Inmiddels zijn ze ervan doordrongen dat zij zélf een antwoord moeten geven op de Anglo-Amerikaanse indringers. De vraag is alleen: welk?

Probeer te doen zoals wij, luidt het even vriendelijke als hooghartige advies van Sotheby's. Dat heeft zich in het hartje van Parijs genesteld, schuin tegenover de ingang van het Elysée-paleis in de Rue du Faubourg Saint-Honoré. De tegenstelling met Drouot kan nauwelijks groter: hier zoeven de deuren geruisloos open, is het licht gedempt, spreekt men op fluistertoon en staan de kunstvoorwerpen op hun voordeligst tentoongesteld. Met schitterend uitgevoerde catalogi worden de internationale, vermogende klanten verleid tot de aanschaf van bijvoorbeeld een tafeltje van 100 duizend euro - niet langer dan anderhalve meter, maar wel van kersenhout en ontworpen door de Ierse Eileen Gray, die in 1902 werd opgeleid bij de beroemde Japanse lakwerker Sugarawa, zo leert de catalogus. Bovendien maakt het tafeltje deel uit van de art deco-collectie van couturier Karl Lagerfeld, niet het minste verkoopargument.

Aan het hoofd van de organisatie staat de zestigjarige prinses Laure de Beauvau Craon. In de afgelopen tien jaar streed zij namens Sotheby's met volharding tegen het monopolie van de commissaires-priseurs. In haar opvallend bescheiden directievertrek, versierd met een schilderij dat een veldslag van Louis XV verbeeldt, legt zij uit waarom het einde van het monopolie een weldaad voor de Franse markt is - en waarom de commissaires-priseurs nu niet anders kunnen dan het voorbeeld van Sotheby's en Christie's volgen.

De rollen in de internationale kunstwereld zijn in de afgelopen decennia drastisch omgekeerd, schetst zij. In de jaren vijftig was Parijs nog het centrum van de kunstwereld. De grootste commissaire-priseur, maître Ader, had in 1952 in zijn eentje een omzet die groter was dan die van Sotheby's en Christie's wereldwijd samen. 'Maar de commissaires-priseurs zagen de opkomst van een wereldmarkt niet aankomen. Kunst gaat waar het geld is en dat was in toenemende mate de VS.' De Fransen bleven gefixeerd op Parijs dat zij als het centrum van de wereld beschouwden.

Tekenend was het reisje dat de 'maîtres' Ader en Rheims in 1964 naar New York maakten, waar ze overwogen hun Amerikaanse concurrent Parke-Bernett op te kopen. Ze ervoeren dat hun beheersing van het Engels toch onvoldoende was en lieten daarom hun internationale expansie maar voor wat het was. Parke-Bernett kwam in handen van Sotheby's en is tegenwoordig goed voor de helft van de wereldwijde omzet van het veilinghuis. De top van de markt, de schilderijen van Franse impressionisten, wordt vrijwel uitsluitend in de VS geveild. 'De prijzen zijn zo hoog, dat vereist een koopkracht die in Frankrijk niet voorhanden is', aldus de prinses.

Geleidelijk zakte het aandeel van Parijs op de wereldmarkt terug van een dominante positie in de jaren vijftig tot 8,5 procent in 2002; New York stelt daar 38,6 procent tegenover, Londen 37,6 procent. Inmiddels krabbelt Parijs weer terug richting 10 procent, wat volgens De Beauvau Craon te danken is aan het openstellen van de markt. Want Sotheby's en Christie's hoeven niet langer Franse kunst te exporteren, zoals dat onder het monopoliesysteem wel nodig was. 'We konden overal veilen, zelfs in Rusland en China, maar niet in Parijs.' Nu dat wel kan, komen de internationale klanten weer naar Frankrijk, 'wat goed is voor ons, maar ook voor de Franse markt als geheel.'

Met name op het vlak van art deco, primitieve kunst en Franse boeken en zilver moet Parijs terrein op Londen en New York kunnen terugwinnen, meent De Beauvau Craon. Maar de commissaires-priseurs moeten dan wel de slag naar de moderne tijd maken, lees: zich aanpassen aan de 'rationele' benadering van Sotheby's en Christie's. 'De grotere commissaires-priseurs doen dat ook al wel: die nemen onze marketingtechnieken over en imiteren onze catalogi. Alleen hebben ze nog niet ons internationale netwerk.'

Londen en Parijs kunnen op termijn samen een tegenwicht vormen tegen New York, zo hoopt ze. 'En dat is van belang, wil je het Europese erfgoed in Europa houden. Zo'n tegenwicht is goed voor Europese musea en verzamelaars.' Keerzijde is dat de 'meer instinctieve' benadering, zoals zij de Franse aanpak van veilingen omschrijft, op den duur zal verdwijnen en dat een deel van de kleinere commissaires-priseurs het niet zal redden.

'Imitatie van de methodes van Sotheby's en Christie's? Geen sprake van', roept de opper-commissaire-priseur van Parijs, maître Georges Delettrez. Hij is de baas van Drouot Holding, 94 Commissaires-priseurs aandeelhouders van zijn. Zij genieten de reputatie van 'kleine koningen': baasjes in hun eigen wereld, doorgaans overtuigd van hun kwaliteiten. Van hen is de 53-jarige Delettrez de baas. Hij doet de reputatie van de commissaire-priseur eer aan: vragen blijkt hij nauwelijks nodig te hebben om toch al antwoorden te kunnen geven.

Als commissaire-priseur is hij gespecialiseerd in oosterse sieraden, maar bovenal geeft hij leiding aan de pas vorig jaar november gevormde Drouot Holding. Hij loopt over van het zelfvertrouwen als de concurrentie van Christie's en Sotheby's ter sprake komt. 'Weet u, de Fransen hebben hun savoir-faire op het vlak van veilingen al vier, vijf eeuwen getoond. Niemand kan het beter dan wij. Het is heel goed dat de buitenlandse veilinghuizen hier nu ook mogen veilen, want dat draagt bij aan hun demystificatie. Iedereen dacht dat ze als stoomwalsen over ons heen zouden gaan. Nu, dat is mooi niet gebeurd.' De cijfers geven hem gelijk: de omzet van de commissaires-priseurs van Drouot Holding bedroeg vorig jaar 376 miljoen euro, waarop Christie's (57 miljoen euro) en Sotheby's (50 miljoen euro) voorlopig achterblijven.

'Het is bij ons gezelliger, wij laten nog ruimte voor de magische kant, voor enthousiasme en verwondering', zegt Delettrez ter verklaring. Het betekent niet dat Drouot geen dynamisch bedrijf is, haast hij zich toe te voegen. 'Ik denk aan kantoren in New York en Londen. We zullen daar niet meteen zelf gaan veilen, maar ons savoir-faire kan ook daar van nut zijn.'

Van die nieuwe dynamiek merken de klanten van Drouot maar bar weinig, stelt de Nederlandse kunsthandelaar Alfred van Lelyveld, die er al tien jaar rondloopt. 'Het is bij Drouot nog altijd een ondoorzichtige puinhoop, waar je maar lastig je weg kunt vinden.'

Van Lelyveld, die een niche in de markt van zestiende tot negentiende eeuwse beelden heeft gevonden, legt uit dat je beter geen bod bij een commissaire-priseur kunt achterlaten: de kans is dan groot dat je het niet voor een lagere prijs krijgt, ook al had dat wel gekund.

Wel valt er te bieden via de 'cols rouges': mannen in zwarte pakken met een rood lint om hun hals die bij de veilingen voor de goederen moeten zorgen. Zij vormen een wonderlijke beroepsgroep: allen zijn Savoyards, afkomstig uit bergdorpen van de Savoie, die ervoor waken dat zij alleen door streekgenoten worden opgevolgd.

Een andere les die Van Lelyveld heeft geleerd, is dat Franse taxaties moeten worden gewantrouwd. 'Anders dan taxateurs van Christie's of Sotheby's die in dienst zijn, zijn de taxateurs bij Drouot soms zelf handelaren, met alle gevaren van belangenverstrengeling vandien.' Ook op de kwaliteit van de taxaties valt heel wat af te dingen. Die van een Drouot-expert wil nog wel eens 'vijf tot tien keer' onder de opbrengst op de veiling zitten.

Ook in de ogen van Van Lelyveld ontkomen de Fransen er niet aan zich grootschaliger te organiseren om tegenspel aan de Anglo-Amerikaanse veilinghuizen te kunnen blijven bieden. 'Die schaalvergroting is er nog altijd niet van gekomen, want Drouot bestaat uit heel veel kleine commissaires-priseurs, die allemaal zelf baasje willen spelen.' Professioneler en transparanter, die kant zal het op moeten. Tegelijk ziet Van Lelyveld dat met gemengde gevoelens aan. 'Ik heb ook veel aan dit systeem te danken. Hier kun je nog van alles ontdekken. Bij Sotheby's en Christie's is dat uitgesloten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden