Gezellig soort strijdlust Benghazi

BENGHAZI - Het plein is de broedplaats van het nieuwe Libië. Hier, aan de haven van Benghazi, vieren de Libiërs het feestje van de democratie, smeden ze hun plannen en volgen ze een spoedcursus vrije meningsuiting.


Een vette beat dreunt uit de luidsprekerboxen op het oude gerechtsgebouw, een tekst half Engels, half Arabisch.


No more dictator


Kadhafi must disappear


Forty years el-awham.


'Veertig jaar illusies' - de rap rolt over wat sinds zes weken het Vrijheidsplein heet, Tahrirplein, niet toevallig ook de naam van het plein in Caïro dat het hart vormde van de volksopstand tegen president Mubarak. Het is er lang niet zo druk als in de Egyptische miljoenenstad, maar minstens zo feestelijk: braderie van de revolutie.


De Libiërs hebben daarvoor een pittoreske plek gekozen. De golven van de Middellandse Zee breken er tegen de corniche, de zonnige boulevard.


Het plein wordt omsloten door het vroegere gemeentehuis, het gerechtsgebouw en de Osmanmoskee. De vierkante vuurtoren piept uit boven de gebouwen aan de noordwestzijde. Alles rond het plein vertoont een charmante vorm van verval.


Alles óp het plein straalt een gezellig soort strijdlust uit. Je kunt er luisteren naar geharnaste toespraken. Je kunt er foto's bekijken van slachtoffers van de slachtpartij die Kadhafi in 1996 aanrichtte in de opstandige Busleem-gevangenis in Tripoli (1.200 doden).


Je kunt er kinderen zien spelen op een buitgemaakte Kadhafi-tank. Je kunt er op een tapijt neerknielen, gezicht richting Mekka, kont omhoog. Je kunt er een gratis kopje Vrijheidsthee drinken. Je kunt langs de informatietentjes aan de zeekant slenteren. Je kunt een kolossale foto bekijken van een bloederige vleesmassa, een door de Kadhafi-troepen kapotgeschoten mannentorso. Je kunt er een Libische hotdog eten. Je kunt je slag slaan bij de tafeltjes met parafernalia van de revolutie: speldjes, sjaals, posters, cd's met vrijheidsliederen.


Overal op het plein overheerst het rood-zwart-groen, de kleuren van de Libische vlag die door Kadhafi na diens coup in 1969 werd afgeschaft. Die kleuren, en eigenlijk alles wat op het plein gebeurt, geven een voorproefje van het Libië ná Kadhafi. De schilferige gebouwen rondom herbergen het embryo van het nieuwe landsbestuur, de Nationale Overgangsraad.


Maar het zijn de mensen buiten die de sfeer op het Tahrirplein van Libië bepalen. Er is namelijk nog een overeenkomst met de Egyptische naamgenoot. Net als in Caïro krijgt in Benghazi het volk een gezicht.


Niet langer een anonieme, grauwe, misschien wel bedreigende massa moslims, zwijgend onder een dictatuur. Mensen die misschien wel boos en wraakzuchtig zijn en misschien wel ideologische voorkeuren hebben van het kaliber ik-hou-m'n-hart-vast.


De mannen en vrouwen van het vrije Benghazi, de stad waar op 17 februari de opstand begon, zijn niet alleen vriendelijk en behulpzaam, ze spreiden ook een civiele zin tentoon die de burger moed geeft. Een onverwacht volwassen bevolking komt tevoorschijn achter de façade van de dictatuur.


'Eindelijk kan de buitenwereld zien dat we niet allemaal Kadhafi's zijn, geen terroristen', zegt Salma Mograbi, een 60-jarige gynaecologe, een van de vrouwen op het plein. 'In het buitenland werd Libië alleen geassocieerd met Lockerbie, de aanslag op de disco in Berlijn, de gekke Ka- dhafi met zijn nomadentent. Ik heb veertien jaar in Engeland gewoond. Ik schaamde me bijna (ze maakt een wegkijkgebaar achter de rug van haar hand) om te zeggen dat ik Libiër ben. Maar nu ben ik trots, trots op wat we doen, op het democratische Libië dat we gaan bouwen.'


Ook daarin lijkt Benghazi op Caïro. Ook hier is het 'vrijheid' voor en 'democratie' na. Langs de rotonde aan de zuidrand van de stad staat op de geluidswal gekalkt, bij wijze van welkomstgroet: 'Geen autocratische tirannie. Wij willen democratie en verkiezingen.'


Die twee woorden keren terug overal op de posters, spandoeken en graffiti. Als fundamentalisme een belangrijke onderhuidse kracht was in de Libische opstand, zou je dat op het plein van Benghazi - en bij het front van Brega - toch moeten kunnen zien, horen, ruiken, proeven, voelen. Maar niets daarvan.


Een gekreukelde man op het plein buigt zijn gezicht zo ver naar voren, dat een alcoholkegel zich verraadt. 'Waar is Osama bin Laden?', zegt hij, zijn vinger heffend. Hij kijkt linksom naar de menigte, hij kijkt rechtsom naar de menigte. 'Kun je Osama aanwijzen? Daar? Daar?


Ík zie hem niet.'


Daarentegen wél prominent aanwezig is Nicolas Sarkozy, de Franse president. Hij is zo'n beetje de held van Benghazi. Het zou niet verbazen als het Tahrirplein straks opnieuw wordt omgedoopt, dan in Sarkozy-plein.


Aan het vroegere gerechtsgebouw hangt de Franse driekleur naast het rood-zwart-groen. Een poster bij het stalletje met Vrijheidsthee: '1 2 3 ... mercie Sarkousi'. Een kolossaal spandoek: 'Great thanks from the Libyan people to Qatar, Emirates, France, USA, Britain, Italy and Security Council.'


Jazeker, ook USA. Terwijl de voorganger op het podium tijdens het avondgebed Allah aanroept, zwaait een jonge revolutionair op het plein uitbundig met de Amerikaanse vlag. In welk ander Arabisch land is zoiets mogelijk? Hoe de samenleving van na Kadhafi er gaat uitzien is onbekend, maar iets in Benghazi doet vermoeden dat het wel goed komt met Libië.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden