Gewoon ruziemaken met je vrouw

HIJ WAS een ongewone man, die de meest alledaagse voorvallen en indrukken zo gewoon mogelijk opschreef - en dat maakt hem tot een buitengewoon schrijver....

Michaël Zeeman

Het historische belang ervan kan nauwelijks worden overschat. Samuel Pepys was de zoon van een armoedige kleermaker in Londen, die door een mengeling van geluk, handigheid en intelligentie een prachtige loopbaan in overheidsdienst volgde. Hij diende verscheidene hoogwaardigheidsbekleders en vervolgens verschillende koningen, in een tijd waarin het Engelse staatsbestel schudde op zijn grondvesten. De ondergang van het koningschap onder Oliver Cromwell maakte hij als tiener op straat mee, de teloorgang van de republiek en het herstel van het koningschap als jong ambtenaar, de vernieuwing en uitbouw van de bureaucratie als man van middelbare leeftijd en allengs hoger geplaatst dienaar van de kroon.

Dat hij daarvan gedurende tien jaar iedere dag verslag deed, maakt zijn dagboek een goudmijn voor wie die woelige jaren uit de Engelse politieke geschiedenis bestudeert. Het zijn bovendien de jaren van de grote pest, die meedogenloos huishield onder de Londense bevolking, en de nog veel gemenere brand die in 1666 de halve stad in de as legde. De ingang van 2 september 1666 in zijn dagboek, de dag na de nacht waarin de brand begonnen was, bestaat uit aanstekelijk en voortreffelijk verslaggeversproza. Schitterend is ook, in het eerste deel, te volgen hoe eenieder die in staatsdienst werkt moet zien dat hij zijn loyaliteiten herziet, van republikein naar monarchist, want het zelfbestuur loopt op zijn eind en de koning komt terug. Je mag hopen dat ooit het dagboek van een hoge Nederlandse ambtenaar van, laten we zeggen, het ministerie van Volksgezondheid aan het licht komt, waarin de periode 2001-2003 net zo precies vanuit het oogpunt van loyaliteit gedocumenteerd is. Pepys registreert incidenten en trends.

Maar zo gewichtig als al die buitenkantigheden zijn, het grootste belang van Pepys' dagboek ligt in het perspectief en in de toon. Er zijn uit de zeventiende eeuw rijkelijk wat dagboeken overgeleverd in Engeland, zij het weliswaar uitsluitend van mannen en voor het merendeel van mannen van puriteinsen huize. Het dagboek van Pepys verschilt van al die andere dagboeken door alles wat het niet is: het is geen poging tot verantwoording, geen poging tot rechtvaardiging, geen poging tot gewichtigdoenerij. Vrome praatjes komen er ternauwernood in voor.

Op de dag dat hij getuige is geweest van de terechtstelling van een van de anti-koningsgezinde figuren, legt hij vast wat hij aan akeligs gezien heeft en gaat hij verder met het vertellen hoe hij vervolgens thuis ruziemaakte met zijn vrouw over de rommel, er een mandje sneuvelde dat hij voor haar had meegenomen, en hij ten slotte boekenplanken is gaan maken in zijn studeerkamer. Geen moraliseringen, geen breedsprakig beklag, hooguit een beetje uit zijn doen.

Dat zijn de momenten dat hij ons zeer nabij is, zelfs op ons lijkt: wij gaan na het zien van de akeligste beelden op het televisienieuws ook gewoon de vaat doen. Van die momenten zijn er in zijn dagboek talloze - en dat is de reden waarom het als literair werk eigenlijk nog belangrijker is dan als documentaire of historische bron. Vóór hem heeft niemand zo informeel, zo alledaags over zichzelf geschreven, ook Montaigne niet, zo openhartig als die ook is, in zijn essays. Pepys' dagboek is geen zelfonderzoek, maar de kroniek van een karakter. Zelfs zijn zonden en pekelzonden houdt de auteur erin bij, en daarin creëert hij, als niet-katholiek en eigenlijk ook als niet erg religieuze protestant, misschien de mogelijkheid te biecht te gaan. Maar wel bij zichzelf.

Dat geeft hem iets eigentijds. Zo vormloos en zonder vooropgezet plan zijn dagboek ook is, het staat vermoedelijk dichter bij de belevingswereld van Proust dan bij de dagboekeniers van zijn eigen tijd. Er hoeft niks in bewezen te worden, hooguit keer op keer iets uitgezocht. De schrijver ervan is een individu, een persoonlijkheid, een egoïst ook. Het gaat om zijn visie op zichzelf, om zijn beleving van zijn belevenissen. Anderhalve eeuw voordat de romantici het subjectivisme tot norm verhieven, was hij onbekommerd subjectief.

Die indringende werkwijze moet de reden zijn waarom hij relatief weinig aandacht van biografen heeft gekregen. In de Engelse cultuur verschijnt er iedere vijf jaar wel een nieuwe biografie van een vooraanstaand schrijver. Van Pepys was al tientallen jaren geen biografie geschreven voordat Claire Tomalins Samuel Pepys - The Unequalled Self uitkwam.

Tomalin is een beroepsbiografe die 25 jaar geleden debuteerde met een biografie van Mary Wollstonecraft, schrijfster en een van de vroegste feministen. Ze heeft vervolgens nog een bejubelde biografie van Jane Austen geschreven en twee vrouwen uit de schaduw van hun beroemde mannen gehaald, Nelly Ternan uit die van Charles Dickens en de actrice Jordan uit die van de koning, wiens minnares zij was.

Vooral haar ervaring als biografe van vrouwen die schuilgingen achter beroemde mannen moet haar, wonderlijk genoeg, bij het schrijven van Pepys' biografie van pas zijn gekomen. Niet dat hij achter iemand schuilging, maar het is bijna ondoenlijk om hem vanonder zijn eigen dagboekregels vandaan te halen. Tien boekdelen neemt dat in de volledige uitgave, tien delen zo gedetailleerd, zo openhartig en zo vertrouwelijk, dat de biograaf er als het ware door met onmacht geslagen wordt. Alles wat er over hem gezegd kan worden heeft hij zelf immers al heel goed gezegd.

Wie zich daar rekenschap van geeft, beseft hoe groots Tomalins verdienste is. Haar biografie is een meesterwerk binnen het genre. Zij bedient zich van Pepys' dagboek alsof dat door de ene Pepys over de andere geschreven is. Het dagboek is een van haar bronnen - en natuurlijk is het de belangrijkste -, maar het is er niet om voortdurend geparafraseerd te worden. Terecht moet zij tot vervelens toe hebben zitten lezen in de dagboeken van Pepys' tijdgenoten om greep op hem te krijgen. Het gaat haar daarbij niet om wantrouwen, maar om weging, om Verstehen: Pepys hoeft niet ontmaskerd te worden, maar goed begrepen, juist waar hij zich ogenschijnlijk zo vertrouwelijk opstelt.

Doordat hij zo'n hoge functie bekleedde - hij werd ten slotte verantwoordelijk voor de admiraliteit - heeft Pepys ook veel gecorrespondeerd en is er veel over hem geschreven. Officiële correspondentie heeft een volslagen andere toon dan een dagboek, memoires of monografieën uit de tweede helft van de zeventiende eeuw hebben weer een geheel ander karakter. De biograaf moet ze als het ware decoderen wil hij ze bruikbaar maken voor zijn boek. Door het dagboek op een vergelijkbare wijze te lezen, met evenveel kritische zin als empathie, wordt het beeld dat Tomalin van Pepys schept evenwichtig, wijs en rijk.

Dat betekent niet dat ze hem zijn kwaliteiten als chroniqueur afpakt, juist niet: alle geweldige anekdotes, zoals bijvoorbeeld die over de niersteenoperatie die hij moest ondergaan - zonder verdoving in hoog tempo door een handige chirurgijn uitgevoerd - staan in haar boek. Maar ze hebben een perspectief gekregen. Door de tijd waarin hij leefde en schreef zo nauwgezet te beschrijven, wordt hij ongewoner in zijn gewoonheid. Het moet een van de beste biografieën van het afgelopen jaar zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden