Gewoon Hannie

Het ‘rode AR-meisje’ verlaat na ruim veertig jaar de politiek. ‘Ik besef dat ik in de laatste fase van mijn leven ben beland....

Licht gebogen en met kleine pasjes stiefelt Hannie van Leeuwen (81) door haar woonkamer in Zoetermeer. Ze formuleert snel, te snel soms. Dan struikelt ze over haar woorden, slikt halve zinnen in, alsof de rest bekend mag worden verondersteld. ‘Ik voer een wedloop tegen de tijd’, zegt ze als ze eindelijk gaat zitten.

Foto’s van haar neefjes en nichtjes omringen haar. Aan de muur zelf geborduurde schellekoorden en een zwaar tikkende klok. De speciale puzzellamp – ‘ik begin er straks eentje van 13 duizend stukjes, die heeft Paul de Leeuw voor me laten maken’ – is even opzij geschoven. Niets verraadt dat hier de grand old lady van het CDA woont. De enige vrouw die voormalig minister Hoogervorst peentjes liet zweten over de nieuwe zorgwet. Die nog pingpongde met wijlen PvdA-leider Joop den Uyl.

De vrouw met een cv als een Olympisch zwembad, omdat ze vindt dat ‘je als politicus niet moet droogzwemmen’. De vrouw ten slotte die twintig jaar in de gemeentepolitiek zat, twaalf jaar in de Tweede Kamer én twaalf jaar in de Eerste Kamer. Vorige maand verliet ze de Senaat. ‘Ik heb vaak afscheid genomen van een baan, maar dit keer was het echt emotioneel. Ik besef dat ik in de laatste fase van mijn leven ben beland. Het is nu op weg naar het einde.’

Pardon? ‘Straaljager Hannie’, genoemd naar de kruissnelheid waarmee ze over het Binnenhof jakkerde, op weg naar het einde? Het koppie gaat schuin, er verschijnt een innemende grijns: ‘Ik baalde enorm dat het kabinet vorig jaar viel, toen hadden wij niets meer te doen. Ik had nog graag één keertje willen vlammen.’

Een cri de coeur had het moeten worden. ‘De eindafrekening. En dan vind ik, terugkijkend, dat ik tekortgeschoten ben. Dat ik het op de grote hoofdstukken heb laten liggen. De zorg, de WAO, als je zelf gezond bent, sta je niet stil bij wat een ander moet lijden.

U kunt toch niet...

‘..alle leed van de wereld meetorsen. Nee, maar je moet proberen naar vermogen iets te doen. Bij mij is er een leven voor m’n 69ste en daarna. In dat jaar heb ik kanker gehad. Sociaal was ik al, maar pas toen, terwijl anderen achter de geraniums kropen, kreeg ik die tomeloze inzet. Jongens, dat heb ik lelijk laten liggen.’

Haar gedrevenheid voor 45 jaar politieke en sociale strijd, is geworteld in de Tweede Wereldoorlog. ‘Mijn vader heeft nog met zijn blote handen tegen de Duitsers gevochten. Mijn broers zaten in het verzet, ikzelf ook, als koerierster in de groep Albrecht Hollands Glorie. De avond voor Nederland zich overgaf hebben we samen uit volle borst Het Wilhelmus gezongen, met tranen in de ogen. Dat heeft een onuitwisbare indruk op mij gemaakt. Na de oorlog wist ik: willen we dit voorkomen, dan moeten we de welvaart eerlijker verdelen. Dat zie je als een rode draad in mijn carrière.’

45 jaar politiek, wat is de grootste verandering?

‘De teloorgang van de solidariteit. Politici en burgers oordelen in scherpe termen over mensen met een vlekje. De politiek is harder geworden en meer gericht op incidenten. Er is een zekere oppervlakkigheid in de Tweede Kamer geslopen. Kijk naar de vloedgolf aan Kamervragen en moties. Dat is zo gemakzuchtig. Ik heb bijna nooit Kamervragen gesteld, ik zocht het in de kracht van het debat en argumenten. De Kamer verliest haar geloofwaardigheid een beetje.’

U zei ooit: politiek is karakterbedervend. Hoe verdorven is uw karakter inmiddels?

‘Haha, dat is een mooie. Politiek is karakterbedervend als je omwille van politieke functies jezelf verloochent. Ministers die de keiharde hervormingsagenda van het vorige kabinet hebben verdedigd, moeten niet plaatsnemen in de huidige regering die een deel van die hervormingen onderuit haalt. Ik ben ooit gevraagd als staatssecretaris door Den Uyl. Dat heb ik geweigerd, omdat ik tegen dat kabinet was. Je moet niet op het kussen gaan zitten als je vindt dat de stoel niet deugt.’

Uw partijgenoot premier Balkenende is blijven zitten.

‘Blijkbaar kan dat.’

Zijn karakter is verdorven?

Voor het eerst valt er een stilte. ‘Balkenende heeft na de voor ons dramatisch verlopen gemeenteraadsverkiezingen de boodschap meegekregen dat het zo niet langer kon. Dat besef is doorgedrongen.’

Is Balkenende de man om de nieuwe boodschap uit te dragen?

‘Zo lang hij voor zichzelf meent dat hij dat kan, is hij geloofwaardig. Ik had het niet gekund, Balkenende is flexibeler. Ik bewonder hem om zijn overlevingskunst.’

Dat ze nooit minister is geworden, heeft volgens Van Leeuwen een simpele verklaring: zelfkennis. ‘Een staatssecretariaat had ik aangekund, een ministerschap niet.’ Zich verdiepend in de sociale zekerheid, zat ze soms huilend achter haar bureau. ‘Met mijn beperkte schoolopleiding – mulo en een jaar sociologie – heb ik moeite met de Europese jurisprudentie. Als minister had ik op m’n tenen moeten lopen.’ Ook het voorzitterschap van de Senaat liet ze passeren. ‘Dan moet je je talen spreken. Je kunt niet tijdens een diner met de koningin zitten schutteren als de Franse ambassadeur iets vraagt.’

U stelde zich beschikbaar voor de Senaat op u 69ste, het jaar dat u baarmoederhalskanker kreeg.

‘Baarmoederkanker. Baarmoederhalskanker is een soa, daar hoef je bij mij niet meer mee aan te komen.’

Pardon. Niettemin, met zo’n ziekte zou menigeen zeggen: laat dat senatorschap maar even.

‘Toen ik me kandideerde wist ik niet dat ik kanker had. Zodra ik die diagnose kreeg, heb ik waarnemend partijvoorzitter Tineke Lodders gebeld. Ik zei: Tineke, ik heb kanker, voer me van de lijst af. Haar antwoord was kort: de lijst is al weg, zorg maar dat je beter wordt. Tineke is vrij nuchter. Daarna werd de Eerste Kamer de strohalm van het leven waaraan ik mij vastklampte.’

U werkte vijftien uur per dag.

‘Er is niks mis met hard werken. Maar het komt ook doordat ik vrijgezel ben. Onderhuids is heel mijn leven het onvervulde verlangen naar kinderen blijven sluimeren. Vandaar dat ik mijn nichtjes zo dankbaar ben, dat ik met hun gezinnen heb mogen meeleven. Ik wil niet zielig overkomen, maar kinderen heb ik verschrikkelijk gemist. Uiteindelijk ben ik getrouwd met de politiek.’

Was het een goed huwelijk?

‘Met ups en downs, zoals in elk huwelijk. Het slechtste moment was begin jaren tachtig toen ik mij verzette tegen de afbraak van de sociale zekerheid. Ik sprak op een FNV-dag en toen siste het in de CDA-gelederen: verraadster! Dat zal ik nooit vergeten. Maar goed, ten diepste was er trouw tussen het CDA en mij.’

Velen vinden dat u beter bij de PvdA past.

‘Ik vind: mens zijn is met God zijn en de ander. Dan zoek je aansluiting bij een partij die vanuit het evangelie opereert en desnoods vuile handen maakt: het CDA.’

Om vervolgens steeds opnieuw uit de partij dreigen te stappen.

‘Als je idealen hebt, en dreigen werkt, dan gebruik je dat. Ik riep: als we dat en dat niet bereiken, vertrek ik. Dan keek Jos Werner (CDA-fractievoorzitter Senaat, red.) me aan met een blik van: O, is het weer zo laat? Luister: ik ontving woedende brieven van kiezers, zag CDA’ers massaal overstappen naar de SP. De hervormingen van de afgelopen jaren waren noodzakelijk, maar men heeft vergeten een uitzondering te maken voor de echt kwetsbaren.

‘Soms moet je genade voor recht laten gelden. Balkenende dacht te veel in het op orde brengen van systemen. Ik heb meer dan enig ander daarvoor gewaarschuwd, ook in aparte gesprekken met Jan Peter. Die dacht: ha, ik ga gezellig lunchen met Hannie, maar dan kwam ik met een heel boodschappenlijstje. Uiteindelijk is de koers wel verlegd.’

U stond op de stoep bij Volksgezondheid en Sociale Zaken, viel binnen bij ambtenaren.

‘Dat is handiger dan schriftelijke vragen stellen. Ik klopte ook vaak even aan bij de minister.’

Hoogervorst versprak zich toen hij het had over de terreur van Hannie, in plaats van de teneur. Freudiaanser kan bijna niet.

‘Ik legde hem het vuur aan de schenen. Ik had een lijst met harde eisen over de zorgwet. Was dat niet gelukt, dan was ik opgestapt. Ik had het kabinet nooit laten vallen, daarvoor ben ik te loyaal aan het CDA. Er wordt soms beter naar mij geluisterd dan naar de Tweede Kamer. Omdat ze weten: achter Hannie staat een grote groep mensen die ze kan activeren. Ik ben een machtspolitica: ik ken het spel én de feiten. Een deel van de CDA-leiding vond het prachtig vond dat ik het sociale gezicht van de partij toonde. In dat opzicht ben ik gebruikt. Ik was een machtspoliticus in het spel dat ik mocht spelen.’

Wel iemand met geldingsdrang.

‘Iedere politicus heeft ambities, maar bij mij hebben ze nooit de overhand gekregen. Ik was erg lastig. En als je iets wilt bereiken in het CDA mag je maar ietsepietsie lastig zijn. De mensen die keihard hebben vastgehouden aan de bezuinigingen, zijn hiervoor beloond. Ik heb nooit die slaafse opstelling gehad. Ik werd vanuit de partij enorm op de huid gezeten over de WAO, daar mocht ik geen tittel of jota aan veranderen.’

Door toenmalig CDA-Kamerlid Gerda Verburg?

‘Ja. Ik heb haar gezegd: jij was toch ook een vakbondsmeisje? Heb jij geen problemen met je geweten? Nu is ze minister van Landbouw. Daar zul je mij nooit op betrappen, dat ik politiek bezig was om voor mezelf iets te bereiken. Ze willen me nu in het partijbestuur. Kreeg ik een gesprek over hoe ik met mijn kritiek om te gaan. Je moet eens weten hoe hard de partij is voor kritische leden. Hoe is Bert de Vries niet verguisd, omdat hij een kritisch boek schreef? Alleen meelopers hoeven niets te vrezen.’

Vol trots toont ze haar archief. Of de verslaggever voor wil gaan, want de immense papierberg heeft inmiddels ook de garage, de twee logeerkamers en de pingpongkamer in beslag genomen. Honderden Albert Heijn-tassen en reiskoffers vol met wetsvoorstellen, eindeloze stapels rapporten en verslagen. Iedere zaterdag besteedde ze aan het archiveren van nieuwe stukken en knipsels.

Het is geen strijd tegen de vergetelheid, bezweert ze. Bijna niets in het archief gaat over haarzelf. Dat onderwerp mijdt ze liever. ‘Ik heb er nooit iets over willen zeggen, maar het is de waarheid: ik heb een hele nare jeugd gehad.’

Het huwelijk van haar ouders was ronduit beroerd. Vanaf haar 9de moet de kleine Hannie, als ze uit school komt, tot diep in de nacht meehelpen het huis schoon te houden. Dat blijft zo als ze later naar de mulo en de Handelsavondschool gaat.

‘Ik kwam om 10 uur thuis en moest dan eerst nog de aardappels schillen en sokken stoppen. Mijn moeder kon het huishouden niet aan, het eten was nooit op tijd klaar. Mijn vader at gevulde koeken in zijn studeerkamer, de kinderen hadden niks, die moesten maar zien hoe en wat.’

‘Eigenlijk’, zegt ze, ‘was het een opluchting toen de oorlog uitbrak.’ Haar twee oudste broers duiken onder, Hannie en haar jongere broertje Piet blijven thuis. ‘Het hart van mijn moeder zat op de juiste plaats, maar als ze mijn vader wilde pesten deed ze twee dingen. Ze zei lelijke dingen over zijn moeder, op wie hij dol was. Dan werd mijn vader giftig en zaten zijn handen los. Of ze dreigde mijn vader en ik, die allebei in het verzet zaten, te verraden bij de Duitsers.’

U werd geslagen.

‘Het was meer dat mijn vader en moeder aan het vechten waren. Wij hadden thuis een krukje en dat gooiden Piet en ik dan tussen hen in en trokken ze van elkaar af. Dan kreeg je zelf ook weleens klappen. Mijn moeder sloeg ons in haar drift. Mijn vader niet zo gek veel, die ging op de vuist met moeder.’

Uw moeder verstopte uw kleren als vriendinnetjes langskwamen.

‘Ze wilde niet dat ik naar de catechisatie van mijn vaders kerk ging. Dan verstopte ze mijn kleren in de kast en de sleutel tussen haar borsten. Ik moest haar aanvallen om die sleutel te krijgen. Stond ik daar met behuilde ogen, terwijl mijn vriendinnetjes in de deuropening wachtten.’

Wat deed dat met puber Hannie?

‘Het heeft me getekend. Mijn moeder zei: aan mannen moet je nooit beginnen, die vreten allerlei lelijke dingen met je uit. Zonder dat ik precies wist wat, als gereformeerd groen meisje. Ze was frigide en probeerde dat op mij over te brengen. In het verzet zag ik kerels die ontrouw waren. Daarnaast was er de spanning als koerierster met informatie over Duitse troepenposities. Voor mijn eerste tocht kreeg ik de spullen van een oudere gereformeerde verpleegster. ‘Geloof je in God’, vroeg ze mij, ‘want deze reis kan wel eens je laatste zijn.

‘Na de oorlog ben ik gevlucht voor de spanning én voor het huwelijk. Ik stortte me op het werk om alle ellende te vergeten. Daarom ben ik de ware niet tegengekomen, ik was er ook niet naar op zoek. We hebben later vergeefs geprobeerd mijn moeder te laten opnemen. Ze was hysterisch. Mijn vader was een laffe man. Hij had haar moeten aanpakken, een natte dweil er overheen moeten halen.’

Uw vriendinnen hadden vriendjes. Deed dat niets kriebelen?

‘Nee, ik dacht: hè hè, dat blijft mij bespaard. Ik deed mee aan alle feestjes, was een gezellige en gepassioneerde meid, maar als je moeder dag in dag uit heeft verteld dat mannen niet deugen, zet dat een stempel op je.’

Een gepassioneerde meid die maagd blijft?

‘Wat is daar vreemd aan? Mijn nieuwsgierigheid heb ik onderdrukt, omdat het huwelijk van mijn ouders een verschrikking was. Mijn vriendinnen moesten dat zelf maar ontdekken. Ik groeide op in een gereformeerd milieu. In deze tijd had ik de nodige avontuurtjes gehad, toen was er geen sprake van experimenteren.’

Inmiddels heeft ze de kanker overwonnen, maar andere gebreken stapelen zich op. Haar knieën zijn versleten, ze heeft suiker en kapotte darmen, dat laatste is het resultaat van de bestraling. ‘Ik zat in de luiers toen ik mijn eerste speech in de Senaat hield.’ Het weerhoudt Van Leeuwen er niet van alsnog negen onbetaalde functies te vervullen. ‘Omdat ik niet wil dat de kanker overheerst. Als je blijft denken: het komt terug, ga je eerder dood.’

Vreest u het einde?

‘Ik ben niet veel met de dood bezig, wel met de onttakeling. Dat vind ik heel naar. Doodgaan doe je alleen, niemand weet hoe. Ik hoop dat ze me ’s ochtends in bed vinden. Dat de gordijnen niet opengaan en de buurman na een paar uur denkt: dat is al te gek, laat ik eens gaan kijken. Als ik opnieuw kanker krijg, laat ik niets meer doen. Ik heb tegen mijn nichtjes gezegd: als de onttakeling toeslaat, zet me dan maar op een tochtig hoekje. Ik heb geen euthanasieverklaring. Je hebt ook palliatieve sedatie, ik denk dat ik daar voor kies.’

U heeft uw afscheid geregeld?

‘Ik heb vorige zomer een adressenlijst voor de rouwkaarten opgesteld. Dat was makkelijk: 75 naar de Eerste Kamer, 150 naar organisaties en vrienden, klaar! Als het een winterdag is, hoeven al die oude mensen niet achter mij naar het graf te lopen. Onlangs werd de de man van mijn beste vriendin begraven. Ik was te laat, ik haalde het gewoon niet met mijn stokkie. Hoor eens, ik ben 81 en heb een prachtig leven gehad. Als iemand dan dood gaat, moet je niet miezemauzen. Iedereen krijgt na afloop een borreltje, want van een begrafenis word je koud.’

Hoe wilt u herinnerd worden?

‘Nou gewoon, als Hannie.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden