'Gewoon een beetje bokkig bokkig meehoppen'

Jazzpianist Misha Mengelberg zat in 2005 een maand in New York, hartje Manhattan, om een plaat op te nemen en om op te treden in een nieuwe avantgarde club.

Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

'U bent die geweldige pianist!' Misha Mengelberg loopt in hartje Manhattan als hij plotseling door een dame wordt aangesproken. 'Ik heb u van de week gehoord, het was prachtig.' 'O, nou. . . thank you.' Mengelberg maakt een diepe buiging. De vrouw straalt en loopt weer verder. 'Dat vind ik mezelf helemaal niet: een geweldige pianist.'

Misha Mengelberg zit een maand in New York. Om een plaat op te nemen, om te genieten van zijn kersverse grootvaderschap en om twee weken lang op te treden in The Stone, de nieuwe club van avant-garde saxofonist en componist John Zorn. Als hij terugkomt in Nederland heeft hij concerten met zijn Instant Composers Pool Orchestra. Met een driedaags improvisatiefeest, het eerste weekeinde van juni in het Bimhuis, zal hij zijn zeventigste verjaardag vieren. Het is lang geleden dat de pianist zo veel gespeeld heeft. 'Ik heb nooit meer ambitie gehad dan de lokale rare luie jongen te zijn.'

De in Rusland geboren Mengelberg, neef van de fameuze Concertgebouwdirigent - 'walgelijk vond ik die beroemde tempowisselingen van hem, als zevenjarig jongetje werd ik al zeeziek van oom Willem' - heeft een onuitwisbare invloed gehad op de Nederlandse jazzscene. Eerst met frisse, door Thelonious Monk en Bud Powell geïnspireerde bebop, vanaf de jaren zeventig met heftige en soms absurdistische vrije improvisaties en met scherpzinnige arrangementen van stukken van Monk, Duke Ellington en Herbie Nichols. In zijn concerten overtrad hij alle ongeschreven regels met nihilistische podiumpresentatie en nadrukkelijke non-virtuositeit. Het maakte hem gehaat door sommigen, geliefd bij anderen. 'Wat het publiek ergens van vindt, dat interesseert me werkelijk geen zier.' Mengelberg lijkt het te menen.

Zijn instant composing is een ijkpunt voor de Hollandse jazzstijl die nu over de hele wereld bekend is. Mengelberg wordt wel de godfather van de Nederlandse improvisatiemuziek genoemd. 'Dat wil ik dan nog wel zijn. Omdat ik zeker weet dat het echt helemaal níets voorstelt.'

Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

New York

Toch brengt zijn reputatie hem nu naar New York, waar zijn foto prijkt op de voorkant van het blad All About Jazz en waar lovende recensies verschijnen van zijn concerten. Fan John Zorn zorgde tien jaar geleden al voor een opleving in Mengelbergs internationale carrière door hem een cd te laten opnemen voor een Japans label. De plaat waarop de pianist met bassist Brad Jones en drummer Joey Baron 'wat oude jazzmopjes' van zijn hand speelde, werd een groot succes. Er kwam een tweede deel en nu is een derde opgenomen met bassist Greg Cohen en drummer Ben Perowsky. Er staat in elk geval een nummer op voor Mengelbergs pas geboren kleindochter: Senna Sing Song. 'Eerst dacht ik het Sing Song for Senna te noemen, maar dat vond ik een beetje te klef klinken.'

Het loopt tegen de avond als Mengelberg het huis van zijn dochter in Brooklyn verlaat. Het is een paar blokken lopen naar de metrohalte, door een rustige buurt 'met brave mensen die zich netjes aan de regels houden. Kijk, die stadsbus zou zo uit Franeker kunnen komen.'

Een romantische ballade voor een baby, met emotionele bespiegelingen over het bestaan, het is niets voor Mengelberg. Sentiment in muziek is wat hem betreft de hond in de pot. 'Ik word heel snel ontroerd. Vanmiddag nog, heb ik een zeer matige sciencefiction-film zitten kijken. Biggelen de tranen me over de wangen. Toen ik nog architectuur studeerde in Delft, ging ik tussen de middag naar Sissi-films.' Juist omdat het altijd werkt, vindt hij het niet interessant om in zijn eigen muziek directe emoties aan te spreken.

Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

The Stone

Bij de toegangspoortjes naar de metro is het steeds weer spannend of het kaartje van de pianist nog werkt. Vandaag niet. Na een conclaaf vol misverstanden met een norse meneer in een hokje doet 'ie het weer. Waarom koopt hij niet gewoon een kaart waarmee je een maand lang door heel New York kunt? Dat is ook goedkoper. 'Ik wil helemaal niet door heel NewYork. Ik wil gewoon naar, hoe heet het ook alweer. . .' Terwijl we onder de East River door zoeven, zegt Mengelberg: 'Het fijne van New York is dat iedereen beleefd is. Ook als het enorme klerelijers zijn.'

Vooringenomenheid, dat is nog zoiets dat muziek totaal niet kan gebruiken. Doordat de pianist in The Stone iedere dag met andere mensen improviseert waarvan hij een groot deel zelfs niet kent, merkt hij weer eens van welk belang de instelling van een muzikant is. 'Het is het leukst als iemand durf toont en met een beetje afwisseling speelt. Teren op voorbije successen is waardeloos.' Met plezier vertelt Mengelberg hoe een van zijn eigen vooroordelen deze week aan diggelen ging. 'Sinds mijn tijd als directeur van het laboratorium voor elektronische muziek Steim heb ik iedere elektronische noot als een leugen beschouwd. Tot ik een paar dagen geleden met de laptopmuzikante Ikue Mori speelde. Zij deed het werkelijk perfect.' In tegenstelling tot de tenorsaxofonist Von Freeman, met wie hij laatst in Chicago speelde. 'Wat een klerelijer. Hij wilde alles bepalen.' Wat doet de pianist in zo'n geval? 'Gewoon een beetje bokkig meehoppen.'

Vanaf de metrohalte op Houston Street is het zo'n tien minuten lopen naar The Stone, Zorns zaaltje aan de rand van East Village. Bij de deli aan de overkant moet nog even een fles water worden gehaald, want consumpties zijn in The Stone niet te krijgen. Het woord club is veel te royaal voor het dichtgetimmerde, zwartgeblakerde hoekpand. Golden Dragon Kitchen, staat er op de gevel. Verder niks. Het verhaal gaat dat de eigenaars van het Chinese afhaalrestaurant de zaak in de fik hebben gestoken voor het verzekeringsgeld. Ze bleken niet verzekerd. Binnen hangt noodverlichting en staan zo'n tachtig klapstoeltjes. Maar de vleugel is uitstekend.

Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Tijdelijke 'curator'

De musici met wie Mengelberg deze avond speelt, zijn al aan het opbouwen: bassist Ed Schuller, drummer George Schuller en gitarist Rick Herter. Klarinettist Perry Robinson is nog verdwaald. Hoewel Mengelberg officieel de tijdelijke 'curator' is van de club laat hij, zoals elke avond, de musici totaal in het ongewisse over wat er zal gaan gebeuren en hoe laat precies. Hij spreekt nauwelijks met ze. Iedere muzikant reageert daar weer anders op. De broers Schuller lijken wat geïrriteerd. Vlak voor ze beginnen gaat Mengelberg de musici langs om ze water aan te bieden. Het publiek kijkt geboeid toe, eigenlijk hoort het al bij het concert. De drummer reageert afwezig. Hij heeft al. 'Maar wil je dan geen bekertje? Ik heb hier mooie schuimplastic bekertjes.' Mengelberg peutert een bekertje uit een plastic zakje. 'Voor je water. Dan kun je het uit een bekertje drinken.' Langzaam begint de band te grinniken en het ijs is gebroken.

Ondertussen voert in het publiek een dame, die qua looks de schoonmoeder van André Hazes ruimschoots overtreft, het hoogste woord. Wanneer enkele seconden voor de muzikanten beginnen haar mobiele telefoon overgaat, schiet een man die tot dan toe onopvallend in een hoekje zat te lezen volledig uit zijn slof: 'You uncivilized piece of shit! Switch that fucking phone off!' Later blijkt de vrouw de moeder van een van de muzikanten te zijn.

'Veertig minuten is echt het maximum dat iets moet duren,' zegt Mengelberg een paar dagen eerder. 'De Sacre du Printemps duurt ook maar veertig minuten.' Hij heeft net een improvisatie van een ruim halfuur gespeeld met de violist Mat Maneri. Het publiek is vertwijfeld achtergebleven, maar zeker niet ontevreden. Hoewel er maar tien man zat, was het applaus harder en enthousiaster dan de dag ervoor, toen Mengelberg speelde met de bekende, virtuoze trompettist Dave Douglas en de zaal uitverkocht was. Het samenspel met Maneri, die hij niet eerder heeft ontmoet, was adembenemend. Dat over de vloer boven de musici een kat en een muis hoorbaar heen en weer renden, stoorde niet, evenmin als de sirenes van voorbijrazende brandweerauto's. Weer doet Mengelberg niet aan muzikaal socializen en hij laat Maneri in de pauze alleen achter. 'Zullen wij even koffie gaan drinken?'

Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

In een Latino-eettentje geniet Mengelberg na van de set met Maneri. 'Dat gebeurt maar heel zelden, dat het zo goed met iemand klikt.' Maar telefoonnummers uitwisselen hoeft niet. 'Ik vraag wel iemand hem voor me te vinden.'

Wat het met Maneri zo fijn maakt, en wat ook de kracht is van Mengelbergs levenslange verbintenis met de drummer Han Bennink, is dat steeds de ruimte voor eigen individualiteit blijft bestaan. 'Neem een van de meest swingende ritmesecties uit de jazzgeschiedenis: Ray Brown en Kenny Clarke. Daarbij is de samensmelting niet totaal. Je blijft steeds kleine verschillen in interpretatie horen.' Met Bennink is het verschil in persoonlijkheid extreem. Mengelberg is bedachtzaam, sluw, een schaker. Bennink is wild, impulsief en luid, een rugbyspeler. 'Als we samen spelen moet ik altijd eerst vernietigd worden. Ik laat me graag vernietigen. Daarna is hij moe en blijk ik toch nog niet helemaal vernietigd te zijn.' De twee hebben zo'n lange historie dat het nauwelijks is voor te stellen hoe Mengelberg zich had ontwikkeld zonder Bennink. 'Als Han niet had bestaan, had ik waarschijnlijk iemand anders gezocht met zulke eigenschappen.

'Uiteindelijk gaat het er bij het improviseren om zo weinig mogelijk fouten te maken. Maar tegen mijn leerlingen op het Conservatorium zul je me dat natuurlijk nooit horen zeggen.' Wat fouten zijn, weet Mengelberg ook niet. 'Een beetje geknoei, dat is juist wel leuk. Als ergens geen geknoei bij komt kijken, is er niks aan.' Op de terugweg naar The Stone houdt Mengelberg resoluut een auto tegen die door rood dreigt te rijden. 'Nee. Meneer.'

'Publiek wil graag belazerd worden. Ik belazer mensen graag. Dat ze denken: is dit het nou? Zijn we hier wel voor gekomen? Zoals vanavond. Ik doe niet gek. Dat verwachten mensen nu een beetje van mij. Ik speel ook niets bekends. In hun hart voelen mensen dat ze toch wel waar voor hun geld hebben gekregen. Dat spelen met verwachtingspatronen, daar geniet ik van.'

'Dankuwel, het was erg mooi,' zeggen twee heren na afloop van de tweede set tegen Mengelberg. 'Dank u. . . Ik hoop dat u er iets. . . u het vond. . . eeh. . . .' De pianist zwaait met zijn armen in het luchtledige. Lang voordat hij woorden heeft gevonden zijn de twee heren alweer vertrokken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden