Geweld komt niet van het leger, maar van paramilitairen

AMSTERDAM - De revoluties in Tunesië en Egypte lijken plots kinderspel, nu in buurland Libië de demonstraties met ongekend harde hand worden neergeslagen. Vielen in Tunesië en Egypte gedurende de hele revolutie respectievelijk 219 en 300 doden, in Libië is dat dodental na één week al overschreden.

Beeld ap

Zondagnacht namen scherpschutters enkele duizenden demonstranten onder vuur vanaf de daken rond het Groene Plein in Tripoli. Paramilitairen schoten hun machinegeweren leeg en reden met vrachtwagens op de mensenmassa in. Er vielen 61 doden. Maandagavond werd het plein zelfs vanuit de lucht beschoten en - volgens onbevestigde bronnen - gebombardeerd.

In Benghazi, de bakermat van het verzet, 600 kilometer oostwaarts, vielen volgens lokale artsen meer dan 200 doden. Hun gruwelijke verwondingen duidden op de inzet van zwaar geschut: machinegeweren, mortiergranaten, granaatwerpers en luchtafweergeschut.

Geleerd van Libië en Egypte
De Libische leider Kadhafi lijkt te hebben geleerd van Tunesië en Egypte. Daar bleek de inzet van politie, bewapend met traangas, wapenstok en geweer, onvoldoende om de demonstranten van straat te jagen. Kadhafi zal die fout niet herhalen.

'Het is ook een soort schrikreactie van de Kadhafi's', zegt Paul Aarts, docent internationale betrekkingen aan de Universiteit van Amsterdam. 'In Egypte lag de oppositie aan de ketting, maar in Libië is er helemaal geen oppositie. De Kadhafi's zijn geschokt dat hun onderdanen op straat durven komen. Daarom slaan ze nu wild om zich heen.'

Daarbij zet Moammar Kadhafi niet het leger in, maar een tiental paramilitaire organisaties, zoals de presidentiële garde. Die militie-achtige groeperingen tellen duizenden leden, zijn zwaar bewapend en gehoorzamen aan Kadhafi en zijn zonen.

Stelselmatig verzwakt
Kadhafi, die het leger wantrouwt sinds een mislukte militaire coup, heeft de krijgsmacht jarenlang stelselmatig verzwakt. Hij wakkerde stammentwisten binnen het leger aan en rustte de soldaten uit met verouderde wapens. Met succes, het 90 duizend man tellende leger is amateuristisch en verdeeld.

'Dat is de reden dat het geweld zo snel geëscaleerd is', zegt Dirk Vandewalle, een Belgisch-Amerikaanse politicoloog die in 2006 een geschiedenis van Libië publiceerde. 'In Tunesië en Egypte wisten de demonstranten dat het leger altijd kon ingrijpen als Ben Ali of Mubarak te ver ging.'

Op leven en dood
'Maar in Libië is die buffer er niet. Het is echt een strijd op leven en dood. De veiligheidsorganisaties weten dat ze de demonstranten moeten overmeesteren; anders gaan ze met Kadhafi ten onder. En de demonstranten weten dat ze Kadhafi ten val moeten brengen; anders zijn ze hun leven niet meer zeker.'

In Benghazi hebben de demonstranten de milities kunnen overmeesteren. Verschillende steden in de regio zijn in handen van de oppositie. Vandewalle denkt dat dat in Tripoli veel moeilijker wordt. 'Maar ze zijn nu al veel verder gekomen dan iemand ooit had durven denken.'

Aarts denkt dat de demonstranten zullen doorgaan tot het einde. 'Ze kunnen niet anders, want ze weten dat er harde represailles volgen als Kadhafi aanblijft. In Egypte zei een demonstrant: we zijn niet bang om dood te gaan, we zijn al dood. In Libië is dat letterlijk te nemen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden