Gewapende Islamitische Groep heeft de 'politici' van het Heilsfront geheel naar de marge gedrongen GIA legt met het zwaard haar normen aan Algerije op

De belangrijkste politieke partijen van Algerije, met inbegrip van het verboden Islamitische Heilsfront (FIS), werken in Rome aan een vredesvoorstel....

Van onze buitenlandredacteur

Frits van Veen

AMSTERDAM 'Hij was buitenlander, boeddhist, en had veel diploma's', legde Yaya een stewardess uit nadat hij een Noordkoreaanse diplomaat op de vliegtuigtrap had doodgeschoten. Yaya was de leider van de vier jonge Algerijnen die tijdens de kerstdagen een Franse Airbus kaapten, drie passagiers doodden en ten slotte zelf omkwamen bij de Franse bevrijdingsactie.

Onmiddellijk nadat zij het vliegtuig hadden overmeesterd, droegen de kapers, van wie de oudste 25 jaar was, de vrouwelijke passagiers op het hoofd te bedekken. Er mocht niet meer worden gerookt. Alcohol werd ook verboden. Tijdens de 54 uur dat het drama duurde, moesten de passagiers de tijd verdrijven met de beschikbare kinderspelletjes en kleurboeken. Kaartspelen was immers een kansspel en volgens de koran verboden.

De kapers behoorden tot de Gewapende Islamitische Groep (GIA), de beweging die druk doende is de Algerijnse samenleving van aanzien te veranderen. Met messen en kalasjnikovs uitgeruste jongemannen als Yaya houden hele stadswijken en dorpen in hun greep. Overheidsgebouwen zijn er gebrandschat en politiebureaus verlaten.

Op hun dodenlijsten, die vaak in de moskeeën zijn aangeplakt, staan overheidsdienaren, ongesluierde en celibatair levende vrouwen, leraren, intellectuelen, buitenlanders en andere 'ongelovigen'. Duizenden van hen zijn vermoord, soms voor de ogen van hun kinderen, die in een geval het hoofd van hun moeder over straat zagen rollen. Tienduizenden anderen hebben hun huizen verlaten en een heenkomen gezocht in veiliger streken of het buitenland.

De annulering van Algerijes eerste vrije parlementsverkiezingen, vandaag drie jaar geleden, heeft weliswaar geresulteerd in de onttakeling van het Islamitische Heilsfront (FIS), de gedoodverfde winnaar. Maar de repressie en vernedering hebben een monster tot leven gewekt, de GIA, die bezig lijkt op eigen houtje een islamitische revolutie te realiseren waarbij vergeleken die in Iran en Sudan verbleken.

De oprichter van de GIA, Mansour Meliani, zei in 1993 na zijn arrestatie over de leiders van het FIS: 'Ik heb geweigerd de jihad (heilige oorlog) te voeren namens de politieke leiders. Mijn jihad is voor God en zijn profeet.' De inmiddels ter dood gebrachte GIA-leider was analfabeet en erkende tegenover de rechtbank zelf weinig van de islam te weten. Meliani's adjudant Abdelkadar Hattab, die vorig jaar sneuvelde, schreef een handleiding met de titel: 'De slachting en de moord, tot dat macht aan God is'.

Dat op de puinhopen van het FIS een veel afschrikwekkender beweging was ontstaan, drong pas echt buiten Algerije door toen in oktober 1993 drie Franse consuls werden ontvoerd. Die kwamen na een week vrij met een door de GIA ondertekende boodschap dat alle buitenlanders die met het regime 'collaboreren' het land binnen een maand moesten verlaten.

Snel bleek dat het de honderden groepjes onder leiding van plaatselijke 'emirs' niet aan coördinatie ontbreekt. In de twintig maanden na de annulering van de parlementsverkiezingen was in Algerije geen enkele buitenlander vermoord. De eerste twee slachtoffers vielen een maand voor het ultimatum, in september 1993. In de dertien maanden na het verstrijken van het ultimatum zijn inmiddels zeventig buitenlanders vermoord.

De GIA komt voort uit clandestiene groepen als Al Takfir wal-Hidjra ('excommunicatie en ballingschap') die al sinds de jaren zeventig tegen de 'zondigheid' van de Algerijnse samenleving ageren. Honderden aanhangers van de beweging zijn in de jaren tachtig getraind bij het moslim-verzet in Afghanistan en bootsen met hun zwarte tulbanden en met kohl geschminkte ogen het gedrag van de profeet Mohammed na.

Wegens zijn gebrekkige kennis van de islam benoemde Meliani in 1992 een geestelijk leider, Omar el-Eulmi. Deze publiceerde begin 1993 een fatwa (religieus vonnis) waarmee de aanslagencampagne, die tot dan toe vooral leden van de ordetroepen en overheidsdienaren betrof, werd uitgebreid tot andere 'ongelovigen' als journalisten en intellectuelen. 'Doodt hen allen, of zij nu jong of oud zijn, vrouw of man, gezond of gehandicapt.' Eulmi werd drie maanden later uit de weg geruimd door ordetroepen.

Zo zijn sinds 1992 bijna alle GIA-leiders omgekomen, om even snel weer opgevolgd te worden. Alleen Meliani's opvolger, Abdelhak Layada, bijgenaamd het Zwaard van God, bleef dat lot bespaard. Hij had het geluk door de Marokkaanse politie te worden opgepakt en werd uitgeleverd aan Algerije, waar hij sindsdien in een dodencel verblijft.

In de herfst van 1993 - bijna gelijktijdig met het ultimatum aan de buitenlanders - doen de eerste berichten de ronde over openlijke twisten tussen het FIS en de GIA. Bij vechtpartijen tussen gewapende cellen van beide groepen zouden tientallen doden zijn gevallen. Er verschijnen communiqués waarin de GIA zich tegen 'elke dialoog, elke onderhandeling en elke verzoening' verklaart en FIS-leiders die een compromis met de machthebbers nastreven de 'ergste dood' in het vooruitzicht wordt gesteld.

Eind van dat jaar laat Ali Belhadj, de radicale tweede man van het FIS, nog vanuit de gevangenis weten dat hij alleen het gezag erkent van Abdelkader Chebouti, de 'generaal' van het officiële FIS-leger. Maar de scheiding der geesten is dan al in volle gang. Halverwege 1994 lopen de laatste leiders van het FIS die nog clandestien in Algerije verblijven naar de GIA over, gevolgd door enkele buitenlandse FIS-leiders.

Later dat jaar moeten twee gematigde FIS-functionarissen, die door president Liamine Zeroual uit de gevangenis zijn vrijgelaten om te bemiddelen, toegeven dat de gewapende arm van het FIS, het Islamitische Heilsleger (AIS), alleen nog op papier bestaat. Vrijwel alle gewapende acties worden sindsdien opgeëist door de GIA, die over meer dan tienduizend guerrillastrijders zou beschikken.

Als president Zeroual eind oktober 1994 bekend maakt dat een poging tot dialoog met de gedetineerde FIS-leiders Abasi Madani en Ali Belhadj mislukt is, verwijst hij woedend naar een brief die dan juist op het lichaam van de laatste gedode GIA-leider, Cherif Gousmi, is gevonden. Daarin zou Ali Belhadj opdracht hebben gegeven de gewapende strijd op te voeren.

Kort daarvoor was Belhadj trouwens al door de GIA 'benoemd' tot premier van het kalifaat (het door de profeet Mohamed ingevoerde bestuursstelsel voor de hele moslim-wereld) dat de beweging uitriep. Voor GIA-leider Gousmi was daarin de positie van president bedacht. Want het is een belangrijk geloofsartikel van de GIA dat de leiding moet berusten bij iemand 'die het zwaard heeft gevoerd'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden