Gevraagd: MULTICOP

De politie moet de macht op straat heroveren. Al te lang is gekozen voor de agent als hulpverlener. In het jaar dat oud-landmachtgeneraal en -hoofdcommissaris Brinkman in Rotterdam jonge agenten aanstelde, waren er weinigen bij van wie hij dacht: die kan daadkrachtig optreden....

door

Marc van den Eerenbeemt

en Theo Klein

Zelfs Karel Klapman, alias de Beuker, wordt door de wijkagent in het gareel gebracht. Wout van Wijck, wijkchef nieuwe stijl, ziet het wel zitten in de buurt Borgstede. Hij is de hoofdpersoon in een strip van de politie Utrecht, waarin wordt uitgelegd dat van de 'nieuwe' wijkpolitie veel mag worden verwacht.

Van Wijck hanteert een andere methode dan de bewoners van de probleemwijk gewend zijn. Hij is geen anonieme politiefunctionaris die met loeiende sirenes even snel een probleem oplost bij mensen die hij niet kent. Nee, hij roept een buurt-panel bijeen, om de problemen van de buurt te inventariseren.

Het leidt tot een groot buurtfeest. Karel Klapman, de grootste bron van overlast, blijkt daar een meester van het levenslied.

Niet dat tussen burgers en politie een grote vriendschap opbloeit. In een voetbalpartijtje moet Wouter van Wijck ondervinden 'dat de echte Borgsteders een wat ruimere opvatting van de spelregels hebben dan hij'. De wijkagent wordt hard neergehaald, maar keert toch tevreden huiswaarts. 'Hij heeft die avond van vele wijkbewoners de complimenten gekregen over de manier waarop hij zijn wijkwerk heeft opgepakt.'

Bij de politie wordt druk gestudeerd, geëxperimenteerd en vergaderd over een taakomschrijving voor de agent van de toekomst. Van hoog tot laag staat één ding vast: de diender van de toekomst, hèt antwoord op de toenemende agressie op straat, is de wijkagent.

In een modern jasje heet hij buurtregisseur. Oog en oor van het korps, dicht bij de burger en verantwoordelijk voor àl het politiewerk in de wijk. Hij moet conflicten voorkomen of deze met behulp van specialisten uit zijn korps onder controle zien te krijgen. De nieuwe wijkagent is een multicop, een echte alleskunner. Hij mag niet gaan lijken op de ouderwetse oom agent die nooit aan een proces-verbaal toe kwam, maar ook niet op diens voorganger uit de jaren zestig voor wie de gummieknuppel vaak het enige antwoord was.

Ook de politie is toe aan een nieuw profiel is de titel van een studie van arbeids- en organisatiepsychologe Karen Brandsma. Zij stelde op verzoek van het Utrechtse korps een hitparade op van nieuwe functie-eisen na een reeks gesprekken met politiemensen.

Eigenschappen als stressbestendigheid, assertiviteit, doorzettingsvermogen en overwicht, waar vroeger zwaar aan werd getild, zijn in de ogen van de politiemensen minder belangrijk geworden. Integriteit staat boven alles. Makkelijk contact kunnen maken met de burgers scoort eveneens hoog. Als buurtmanager is de nieuwe agent gericht op het verlenen van service en 'kwaliteit'. Hij beschikt over organisatorische eigenschappen, die hem in staat stellen met andere hulpverleners samen te werken en zaken te delegeren.

Deze karakterisering van de wijkagent klinkt vertrouwd. Hij riekt volgens critici toch weer naar de ouderwetse wijkagent, in politiekringen wel meewarig 'wijkzuster' genoemd. De wijkzuster is de vertegenwoordiger van het politiedenken in de jaren zeventig, bij wie in de opleiding hulpverlening en sociale vaardigheid centraal stonden. Maar als er klappen moesten vallen, deed hij meestal een stapje opzij.

Dat type agent dwong 'in brede kring respect af door meestal humaan optreden en door zich rekenschap te geven van publieke en politieke wensen', stelt een onderzoeksgroep van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) in het recente werkstuk Beroepsprofielen van politie-agenten. Maar in de jaren tachtig en negentig bleek hij onvoldoende bagage te hebben voor bestrijding van de toenemende criminaliteit.

De wijkagent is weinig bedreven in het ouderwetse politiewerk, aldus het NSOB. Het opstellen van een proces-verbaal en het 'proportioneel en effectief' toepassen van geweld gaat hem slecht af. Daar kwam nog bij dat politie, Openbaar Ministerie en de gevangenissen over onvoldoende capaciteit beschikken om de groeiende stroom misdaad en misdadigers te verwerken.

De agressie heeft zich inmiddels tegen de politie zelf gekeerd. Respect voor de 'sterke arm' is niet meer vanzelfsprekend. In Amsterdam raken volgens korpschef Jelle Kuiper elke week dertig agenten bij schermutselingen lichtgewond. Hij heeft daarom vorige maand een vliegende brigade opgericht, die collega's in nood snel te hulp moet kunnen schieten.

'De politie moet het gezag op straat heroveren', zegt Kees van der Vijver, hoogleraar politiestudies aan de Twentse universiteit. Dat is haalbaar, meent hij. Van der Vijver relativeert de geweldsgolf. 'Geweld is er altijd geweest. Het spitst zich nu alleen toe op bepaalde plekken; in het uitgaansleven en bij de jeugd in sommige buurten. Als je bovendien eerst jaren alles hebt laten sloffen en je gaat dan opeens optreden tegen wildplassen, dan kun je een reactie verwachten.'

Ondanks de nieuwe dreiging, die volgens sommigen harder politieoptreden rechtvaardigt, moet de politie zich niet laten afhouden van een brede aanpak van het veiligheidsprobleem, aldus de wetenschapper. Geïsoleerd machtsvertoon van agenten leidt volgens Van der Vijver tot niets.

De politie moet het als handhaver hebben van samenwerking met de burgers en instellingen als woningcorporaties, jeugd-en buurtwerk, onderwijs en gezondheidszorg. Dienders moeten leren andere instellingen op hùn verantwoordelijkheid te wijzen.

Experimenten in een groot aantal gemeenten wijzen uit dat die brede opzet werkt, meent Van der Vijver. Bewoners voelen zich veiliger als de buurt wordt opgeknapt en de politie met een wijkteam aanwezig is. Van der Vijver: 'Het gezag van de politie stoelt niet op dreigen met overmacht en geweld, maar op de overtuiging van de burger dat de agent pal staat voor rechtvaardigheid. Het gaat om het herstel van de symboolfunctie van de politieagent.'

In open overleg met de wijkbewoners moet de politie volgens Van der Vijver komen tot afspraken over normen en waarden. 'Zonder te vervallen tot cliëntelisme, tot u vraagt en wij draaien.' Als de afspraken worden geschonden dient de agent zijn verantwoordelijkheid te nemen. Van der Vijver: 'Dan moet hij corrigerend optreden, de wet handhaven.'

Op de instructievideo Wouten in de Wijk laat het Utrechtse korps zien hoe de ideale wijkagent werkt. De hoofdpersoon Herman Vrooman kuiert opgewerkt door zijn buurt. Een praatje hier, een vermanend woordje daar. Herman kent zijn pappenheimers. Buren die met elkaar op de vuist dreigen te gaan, worden door een enkele opmerking gekalmeerd.

Herman praat in het wijkcentrum mee over onderhoud van de skateboardbaan, overlegt op school over het schrappen van tussenuren en helpt bij subsidie-aanvragen voor woningbeveiliging. Maar als het moet, treedt de agent krachtig op. Een buurtbewoner die voor de tweede keer wordt gesnapt bij het ongelijnd uitlaten van zijn hond krijgt zonder pardon 'een prent'.

In een commentaar op de video stelt Jan Naeyé, hoogleraar politierecht, dat het voorbeeld hem te veel lijkt op de ouderwetse wijkagent met veel begrip voor de buurt, maar weinig gezag. 'Het is het klassieke probleem: hoe beter de agent slaagt in overleg, hoe minder draagvlak zal bestaan voor harde handhaving. Ik geloof er niks van dat de opdracht om overleg en handhaving te combineren in the long run blijft bestaan. Veel van het werk van de wijkagent kan net zo goed gedaan worden door een hbo'er met een diploma 'veiligheid'.'

Ook Jan Willem Brinkman, oud-hoofdcommissaris van Rotterdam-Rijnmond, heeft een hard hoofd in de creatie van een multicop, de harde bolster met een zachte pit. De politie lijdt volgens hem van hoog tot laag aan een anti-autoritaire ziekte. 'Er zijn generaties agenten opgeleid met het idee dat de veiligheidsproblemen vanzelf verdwijnen als de sociale knelpunten worden opgelost. Dan is iedereen immers gelukkig. Hele korpsen zijn van die gedachte doordrongen. Dat verander je niet van de ene dag op de andere.'

De voormalig landmachtgeneraal werd twee jaar geleden bij de Rotterdamse politie binnengehaald om de hulpverlenerscultuur te doorbreken. Hij liep binnen een jaar vast. Brinkman: 'Ik heb grote ploegen jonge agenten ingezworen. Als ik dan naar die hoofden keek, dacht ik: daar zitten er weinig bij die daadkrachtig gaan optreden. Er werd kennelijk geselecteerd op hulpverlening.'

Hulpverlening is leuk als het gaat om 'gemoedelijke buurtprobleempjes', aldus Brinkman. 'Maar je schiet tekort als het er echt om gaat spannen. Je ziet dat nu steeds moeilijkheden ontstaan bij gericht opgetreden tegen sterke weerstand.'

Bij de politie leeft het besef dat alles op alles moet worden gezet om genoeg geschikte kandidaten binnen te krijgen. Op een slinkende markt van jongeren moet de politie concurreren met defensie, de zorgsector en het bedrijfsleven. 'De tijd dat de jongelui als gebraden haantjes binnenvlogen is voorbij,' concludeert Minze Beuving, korpschef Noord- en Oost Gelderland. In de Raad van Hoofdcommissarissen beheert hij de portefeuille selectie en opleiding.

'Het is natuurlijk niet zo dat we bij nul beginnen. Er zijn al ontwikkelingen in gang gezet. We beschikken al over mensen die volledig passen in het toekomstige profiel', aldus Beuving. Het gaat erom dat de politie bij het selecteren en opleiden van nieuwe mensen precies weet wie we voor de komende tien jaar zoeken en wat er van hen wordt verwacht.

Er lopen onderzoeken naar aangepaste selectiemethoden en onderwijsprogramma's. Volgens Beuving zullen er voor complexe wijken in de toekomst HBO'ers aangenomen moeten worden. 'Maar lang niet overal, alsjeblieft niet. We willen mensen die dicht bij de buurtbewoners staan en toch optreden als het moet.'

De multicop is volgens hem geen illusie. 'De ideale situatie is natuurlijk dat het openbaar bestuur de verantwoordelijkheid neemt voor het totale veiligheidsbeleid,' aldus Beuving. 'De politie kan zich dan weer nadrukkelijk richten op handhaving. Zolang dat niet zo is zullen we hard en zacht moeten verenigen. Zo nodig in één man. Dat is mogelijk.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.