Gevraagd: donor

Iedereen kan zich sinds 1998 vrijwillig registreren als orgaandonor. Dat heeft niet geleid tot meer donoren, terwijl de vraag blijft stijgen....

Het gaat niet goed met het donoraanbod in Nederland. Sinds eind 1998 is er de Wet op de Orgaandonatie, met een donorregister. Tot meer donoren heeft die wet niet geleid. Integendeel. Terwijl Nederland al laag staat op de Europese lijst van beschikbare donoren. Hier zijn ongeveer dertien donoren per miljoen inwoners. Dat is vergelijkbaar met Duitsland, maar het zijn er ruim tien minder dan in België, Oostenrijk of Spanje.

En dat terwijl de behoefte aan donororganen toeneemt. Wachtlijsten van patiënten die hopen op een nieuwe nier, long, lever, hart, alvleesklier of dunne darm groeien eerder dan dat ze slinken. En ook de behoefte aan weefsels als ogen (hoornvlies), botten, pezen, huid en hartkleppen wordt nauwelijks gedekt door het aantal donoren.

De Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS), die de transplantatie in Nederland coördineert, hoopte daarom dat de Tweede Kamer eind februari zou besluiten tot een wetswijziging. 'Men gaat nu de mogelijkheden daartoe wel onderzoeken. Dat is winst', zegt Bernadette Haase, directeur van NTS. 'Maar liever zagen we de donorregistratie gewijzigd in het geen-bezwaar-systeem.'

Nu kan iedereen zich vrijwillig registreren en aangeven of hij of zij organen en/of weefsels wel of juist niet wil doneren, of de beslissing daarover wil overlaten aan de nabestaanden. Ruim eenderde van de Nederlandse bevolking heeft zich geregistreerd. Van hen geeft 54 procent toestemming om organen weg te nemen en 34 procent niet. In totaal geven ongeveer 2,6 miljoen Nederlanders toestemming. Onduidelijk echter is wat de acht miljoen willen die geen registratieformulier invulden.

Daar moeten de nabestaanden uitsluitsel geven. Haase: 'Bij hen leeft toch vaak het sentiment dat als de overledene zich niet als donor heeft laten registreren, deze waarschijnlijk bezwaar had. In de praktijk geeft daardoor slechts een kwart van de nabestaanden toestemming voor transplantatie.'

Een gemiste kans, meent de NTS, die daarom pleit voor een systeem waarin elke burger automatisch toestemming geeft voor transplantatie van zijn of haar organen en weefsels, tenzij daartegen bezwaar is aangetekend via het register.

In Nederlandse ziekenhuizen fungeren transplantatiecoördinatoren en donatiefunctionarissen. Zij zien er in ziekenhuizen onder meer op toe dat artsen de juiste procedures volgen en uitnameteams organen kunnen verwijderen. Ze moeten ook bewerkstelligen dat artsen en verpleegkundigen alert zijn op potentiële donoren van organen en weefsels en hun leren hoe ze nabestaanden tegemoet moeten treden.

Ziekenhuizen met zulke functionarissen doen het gemiddeld iets beter dan ziekenhuizen zonder, in elk geval wat de weefseldonatie betreft. Reden voor minister Borst om hun aantal uit te breiden van de huidige twaalf tot ruim vijftig.

Haase: 'Wij vinden dat een goede zaak. Ook als dergelijke functionarissen in een vroeg stadium in het proces zouden worden ingeschakeld. Wij hebben de indicatie dat artsen er soms toe neigen potentiële donoren niet aan te melden. Want donatie belast de nabestaanden en de procedure betekent voor hen veel werk, terwijl ze vaak toch al overbelast zijn. Het zou mooi zijn als een transplantatiefunctionaris ze een deel van het werk uit handen kan nemen. Mits de arts daar prijs op stelt.'

Alleen mensen die in een ziekenhuis overlijden, komen als orgaandonor in aanmerking. Ook moeten ze niet te oud zijn. Nieren zijn vaak nog goed tot op hoge leeftijd (75 jaar), maar voor een hart geldt een leeftijdsgrens tussen de 55 en 60 en voor donatie van een dunne darm is 40 jaar de grens. Ook de lichamelijke toestand, medicijngebruik of tumoren kunnen donatie in de weg staan. Van de 48 duizend mensen die jaarlijks in het ziekenhuis overlijden, zijn er, aldus scenario's van de NTS, zo'n vijfhonderd geschikt als orgaandonor. Nu zijn dat er een kleine tweehonderd.

Een donor moet echt dood zijn. Dat betekent dat het hart niet meer klopt, of dat er geen hersenactiviteit meer te meten is. Voor nabestaanden is hersendood lastig. Ook al is hun dierbare dan dood verklaard, door de kunstmatige beademing gaat de borstkas op en neer, blijft het hart kloppen en het bloed stromen, is het lichaam nog warm en heeft het gezicht kleur. Voor hun gevoel 'leeft' de overledene nog. Soms is het voor hen ondraaglijk als uit zo'n 'levende' organen worden verwijderd.

Die gedachte kan het geven van toestemming blokkeren. Zo'n 75 procent van de nabestaanden weigert toestemming als de potentiële donor zich niet heeft laten registreren. Ruim 10 procent weigert medewerking als de overledene via het register wel te kennen gaf organen of weefsels te willen doneren.

Of er ooit voldoende organen zullen zijn, is de vraag. Er komen bijvoorbeeld steeds minder verkeersslachtoffers - een traditionele bron van organen. En mensen worden ouder en gebruiken meer medicijnen. Dat vermindert de kwaliteit van de organen. Bovendien neemt de vraag naar organen toe doordat transplantatiemogelijkheden verbeteren en de gemiddelde leeftijd stijgt.

De hoop is dan ook gevestigd op nieuwe technieken, zoals xenotransplantatie, waarbij dierlijke organen worden ingezet, en stamceltransplantatie, waarmee de functie van defecte organen kan worden hersteld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden