Gevoelig voor het detail

Veel kunstenaars zijn geïnspireerd door andere kunstenaars. Deze week actrice en schrijfster Marjan Luif over de Zweedse cineast Roy Andersson....

Marjan Luif is vooral bekend van haar alter ego Mevrouw Ten Kate, dat ze deze zomer weer speelt op het theaterfestival De Parade. Deze eenzame dame met parelketting en plooirok doet haar uiterste best iets te maken van het dagelijks leven maar er gaat geregeld van alles mis. Het onbeholpen gehannes van de goedmoedige mens wekt op de lachspieren.

En zo is het ook met de personages in films van de Zweedse cineast Roy Andersson. Eenzame worstelaars zijn het. Andersson plaatst hen in een kale, grauwe omgeving met een beklemmende sfeer. En het is juist de sterke sfeer die hij weet te creëren die Marjan Luif zo aanspreekt in zijn werk. ‘Als je naar zijn films kijkt, zie je dat het met veel gevoel, aandacht en oog voor detail is gemaakt. Daar hou ik van. Ik ben gevoelig voor details; de ketting die mevrouw Ten Kate draagt, haar tuttige kapsel, het schilderij aan de muur, de oubollige brillen van haar collega’s, dat alles draagt bij aan de sfeer die je wilt overbrengen op de kijker.’

Andersson is daarin een groot voorbeeld. ‘Stilistisch is hij een perfectionist en daarmee weet hij die geheel eigen sfeer in zijn films te bereiken. Hij geeft de kijker veel ruimte om goed rond te kijken en de sfeer op te zuigen, doordat zijn personages vaak lang in dezelfde ruimte verblijven, de gebeurtenissen traag verlopen en niet alles wordt ingevuld. Vaak filmt hij wel vijf minuten lang vanuit één camerastandpunt. Maar vervelen doet het niet, want er valt zo veel te zien en er is zoveel om je je af te vragen. Het ligt er namelijk nooit dik bovenop wat hij bedoelt met een verhaal. Maar het is ook weer niet zo dat je je geërgerd afvraagt wat hij nú weer bedoelt. Dat streef ik ook na met mijn sketches: geen overduidelijke moraal. De sfeer en het personage staan voorop en de kijker destilleert er zelf een verhaal uit.’

Andersson besteedt net zoveel aandacht aan de omgeving als aan zijn spelers, van de hoofdrolspeler tot de figurant, vermoedt Marjan Luif. ‘Ze zijn alledaags, letterlijk vaak. Zo vond hij de hoofdrolspeler voor zijn film bij de Ikea, waar de man een tafelkleedje aan het uitzoeken was. De spelers die hij gebruikt blinken niet uit in schoonheid. Ze zijn mooi van lelijkheid.’

Een scène waarin veel stijlkenmerken van Andersson tot uitdrukking komen, vindt Marjan Luif die waarin de zwaarlijvige hoofdpersoon Karl uit Songs from the second floor zwartgeblakerd thuiskomt en op bed gaat zitten. Hij heeft zojuist zijn eigen zaak in brand gestoken en zoekt troost bij zijn vrouw, die in een satijnen jurk in een uitdagende pose op bed ligt, de rug naar haar man gekeerd. ‘Je ziet dat Andersson deze vrouw tot in de puntjes heeft gemodelleerd; ze ligt er niet clichématig mooi bij. Ze is een dikke oudere vrouw met een ontevreden blik in de ogen. Haar man zit als verslagen op de rand van het bed. Eerst aait hij met zijn vieze handen de spierwitte kat, die waarschijnlijk regelmatig wordt geborsteld door zijn vrouw. En dan streelt hij heel erotisch de peignoir van zijn vrouw omhoog en zie je de zwarte afdruk van zijn hand op haar romige blanke dij. Subtiel, traag, tot in detail uitgedacht en tragikomisch in de uitvoering; Andersson ten voeten uit.’

De tragikomedie is haar genre. Maar haar eigen werk is lichtvoetiger en optimistischer dan van haar inspirator. ‘Mevrouw Ten Kate is een kwetsbare vrouw die vreemde dingen doet, maar ze is ook strijdbaar. Roy Andersson is meer de man van de gecombineerde aanklacht en grap. Hij zet veel zwaarder in op thema’s als eenzaamheid, passiviteit en het menselijk tekort. En in de uitwerking is zijn werk absurdistischer.’

Marjan Luif wil haar eigen werk ‘in geen enkel opzicht met dat van Roy Andersson vergelijken’. Het is vooral de herkenning die haar keer op keer weer zijn films doet bekijken en haar bevestigt in het belang een sterke, heel eigen sfeer tot uitdrukking te brengen en de cruciale rol van details daarin. Maar er zijn ook enkele inhoudelijke raakvlakken. Zoals de afkeer van uiterlijke schoonheid en gewichtigdoenerij.

Net zoals Andersson is Marjan Luif juist níet geïnteresseerd in clichématige schoonheid. Mevrouw Ten Kate gaat verzorgd gekleed, maar om nou te zeggen: wat ziet ze er smaakvol uit, nee. De locaties waar zij zich zoal ophoudt, blinken niet uit in smaakvolle esthetiek en vormen juist daardoor een kenmerkende Ten Kate-sfeer.

Ze deelt Anderssons afkeer van het fenomeen ‘hoogwaardigheidsbekleders’. Ze laat hen graag van hun onaantrekkelijke kant zien. Zoals de gewichtig doenerige maar onsmakelijk gulzig etende directeur in De directeur op bezoek (een aflevering van de tv-serie Mevrouw Ten Kate uit 1988). Andersson zet bisschoppen, hoge officieren en directeuren te kijk. Zoals die stoet bisschoppen en andere ogenschijnlijk hooggeplaatste figuren die bewegingloos toekijken terwijl een geblinddoekt meisje langzaam een ravijn wordt ingeduwd.

Luif: ‘Kortgeleden was ik bij een filmpremière op een wat rommelig terrein. Ineens kwam er een delegatie Belangrijke Mensen aangelopen, inclusief burgemeester met ambtsketen, heren in stijve blauwe kostuums en dames in hysterische mantelpakken. Hoe gewichtig ze daar líepen, ik moest zó ontzettend lachen. Je hoopt dan dat er een drol ligt waar iemand intrapt of dat er een struikelt. Ik zag er meteen een mooie scène in.’

Het leven valt niet mee en absurdisme op zijn tijd maakt het draaglijk, zegt Marjan Luif. Ze staat op en zingt Mevrouw Ten Kates lijflied:

Ik ben mevrouw Ten Kate en ik hou van goeie sfeer

Van eten bij een kaars met een knappe tafelheer...

een beeldige blouse, een prachtig mantelpak

en een uitzicht op de bergen of gewoon een plantenbak

van lekker vroeg naar bed met een heel spannend boek

en van die gekke jonge mensen in zo'n vlotte spijkerbroek

Het is zo heerlijk om gelukkig te zijn

maar bij mij gaat alles mis

en dat doet alleen maar pijn

Snotvergeme, nee dat vind ik echt niet fijn

snotver-snotvergeme, dat is helemaal niet fijn

snotvergeme!

Roy Andersson
De Zweedse cineast Roy Andersson (1943) wordt wel de meester van het noordelijke onbehagen genoemd. De personages in zijn films hebben het niet altijd even makkelijk. De wijze waarop hij de tragiek van hun dagelijkse worstelingen en belevenissen in beeld brengt, wekt regelmatig op de lachspieren. Hij heeft een voorkeur voor korte scènes, die hij zelf ‘levende schilderijen’ noemt; personages verblijven lang in één ruimte, wat de kijker veel tijd en gelegenheid geeft de plaats van handeling en sfeer in zich op te nemen. Andersson heeft slechts vier films op zijn naam staan, waarvan Songs from the second floor (2000) en You, the living (2007) het best zijn ontvangen. Zijn brood verdient hij met tv-commercials. Met die verdiensten financiert hij zijn films en de studio in Stockholm, waar hij vrijwel alle scènes opneemt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden