Gevluchte vermeende misdadigers harder aangepakt

Extra mankracht ingezet...

DEN HAAG Vermeende (oorlogs)misdadigers die naar Nederland zijn gevlucht, worden harder aangepakt. Het Openbaar Ministerie (OM) gaat intensiever proberen hen te berechten en er wordt meer werk gemaakt van hun uitzetting. Dat schrijven minister Hirsch Ballin en staatssecretaris Albayrak van Justitie in een brief aan de Tweede Kamer.

Zij stellen dat Nederland geen vluchthaven mag zijn voor vreemdelingen die oorlogsmisdaden hebben gepleegd. Hun kinderen, die tot nu toe evenmin in aanmerking kwamen voor asiel, kunnen voortaan wel een verblijfsvergunning krijgen als zij langer dan tien jaar in Nederland wonen. Volgens de bewindslieden mogen de kinderen niet het slachtoffer worden van de wandaden van hun vader. Ongeveer 300 gezinsleden van vermoedelijke oorlogsmisdadigers zullen aanspraak kunnen maken op een verblijfsvergunning.

De afgelopen jaren zijn circa 700 asielzoekers als vermoedelijke oorlogsmisdadigers bestempeld. Zij kregen geen verblijfsvergunning op grond van het VN-vluchtelingenverdrag (artikel 1F), waarin staat dat geen asiel hoeft te worden geboden als er ‘ernstige vermoedens’ bestaan dat iemand ‘een oorlogsmisdrijf of een misdrijf tegen de menselijkheid heeft gepleegd’. Er wonen nog 350 van deze zogeheten 1F’ers – voor de helft Afghanen – in Nederland, 120 zijn het land uitgezet. De overige 230 zijn uit zicht verdwenen.

De bewindslieden willen het vervolgen van mogelijke oorlogsmisdadigers voortvarender ter hand nemen, onder meer door na te gaan of vreemdelingen bereid zijn in een proces als getuige op te treden. Nu moet bewijsmateriaal vooral worden verzameld in het land van herkomst van de 1F’er en dat verloopt meestal zeer moeizaam.

De dienst die de terugkeer van afgewezen asielzoekers regelt, gaat extra mankracht inzetten voor het terugsturen van 1F’ers. Hirsch Ballin en Albayrak proberen met Afghanistan afspraken te maken over het terugnemen van Afghaanse onderdanen. Volgens de bewindslieden is het aantal 1F’ers dat niet voor uitzetting in aanmerking komt omdat ze in eigen land gevaar lopen, beperkt: ongeveer 40 personen.

Vluchtelingenwerk Nederland vindt de periode dat een kind in Nederland moet hebben gewoond voor het in aanmerking komt voor asiel, te lang. ‘Tien jaar is te veel op een kinderleven’, zegt directeur Edwin Huizing. Hij meent dat na vijf jaar al moet worden gekeken of het nog redelijk is een kind terug te sturen naar ‘een land dat het nauwelijks kent’. Volgens Vluchtelingenwerk krijgen vooral Afghanen te snel het 1F-etiket opgeplakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden