Turkije

Gevluchte lhbti’ers hebben in Turkije geen leven en geen toekomst: ‘Ik ben aangevallen met een mes’

Demonstratie in 2018 in Istanbul bij het huis van een 40-jarige transgender vrouw. Ze werd bij de ingang van haar huis vermoord. Beeld Joris van Gennip
Demonstratie in 2018 in Istanbul bij het huis van een 40-jarige transgender vrouw. Ze werd bij de ingang van haar huis vermoord.Beeld Joris van Gennip

De Europese Unie en Turkije onderhandelen over de verlenging van hun historische deal, die ruim vier miljoen vluchtelingen in Turkije moet houden. De lhbti’ers in deze groep dragen een dubbele last – zij willen er bijna allemaal weg.

Alle vluchtelingen zijn kwetsbaar, maar sommige vluchtelingen zijn kwetsbaarder dan andere. Terwijl de EU en Turkije praten over verlenging van hun historische deal, met als doel ruim vier miljoen vluchtelingen op fatsoenlijke wijze in Turkije te houden, is er één groep voor wie dat een onleefbaar perspectief is: de lhbti-vluchtelingen.

Gevluchte lhbti’ers hebben in Turkije geen leven en geen toekomst, zo blijkt uit gesprekken die de Volkskrant in Istanbul had met jonge Arabische homo’s en transgender jongeren en met hulpverleners. Het politieke klimaat wordt er voor lhbti’ers steeds grimmiger, maar vooral: zij ontberen de steun en solidariteit die andere vluchtelingen wél genieten van land- en lotgenoten om hen heen. Ze worden door iedereen uitgekotst.

‘In je eigen gemeenschap ondervind je nog meer haat dan in de Turkse gemeenschap’, zegt Aws Kareem, een 29-jarige Iraakse vluchteling die sinds vier jaar gevluchte lhbti’ers in Istanbul helpt. Zelf hoort hij niet tot de doelgroep, maar onderhand kent hij honderden persoonlijke verhalen, waarvan hij een deel plaatst op de sociale media van zijn organisatie Aman Project.

Seksuele minderheden

‘Turken zijn gewend aan seksuele minderheden, zeker in Istanbul’, zegt Kareem. ‘Lhbti’ers hebben in Turkije een zekere zichtbaarheid, er zijn actieve lhbti-organisaties, jarenlang waren er gay prides. Maar Syriërs en Irakezen bijvoorbeeld kennen het niet. Voor hen is het zeer verontrustend en immoreel, net zoiets als pedofilie.’

Vandaar dat lhbti’ers een dubbele last dragen, boven op alle zorgen die vluchtelingen toch al hebben. Gewoonlijk kunnen vluchtelingen terugvallen op netwerken van onderlinge steun, vooral onder landgenoten. Afghanen nemen andere Afghanen in huis, Iraniërs andere Iraniërs, enzovoort. Landgenoten spelen elkaar baantjes toe. Veel Syriërs vinden werk in Syrische winkels en restaurants. Daarnaast is er het menselijke aspect: vriendschap en gezelligheid.

De lhbti-vluchtelingen hebben dat allemaal niet. Zij staan er zo goed als alleen voor. ‘Ik heb in Istanbul maar twee vriendinnen’, zegt Nafar, een Marokkaanse transgender vrouw. ‘Mijn partner en een andere vrouw, allebei Marokkaans.’

Eenzaamheid

In minder kosmopolitische Turkse steden is de sfeer nog benauwder. ‘Iraanse lhbti’ers in Kayseri, Adana en Mersin vertelden dat het sociale leven daar vrijwel non-existent is’, schrijft de Turkse lhbti-organisatie Kaos-GL in een rapport over de kwestie. ‘Dagenlang zien ze niemand. Eenzaamheid is een van de grootste problemen voor het overleven van lhbti-vluchtelingen in Turkije.’

Kareem kwam gaandeweg tot het besef dat hij met zijn Aman Project iets belangrijkers bracht dan alleen bed en brood. ‘Een gevoel van ergens bij horen. De ‘Aman-familie’, noem ik het. Bij ons ontmoeten ze mensen die hen begrijpen, met wie ze kunnen praten. En bij wie ze er kunnen uitzien zoals ze willen.’

Transgender personen hebben het onmiskenbaar het zwaarst, gevolgd door mannen die zichtbaar homo zijn. ‘Gewoon’ ogende homo’s en lesbiennes kunnen makkelijker werk en huisvesting vinden, en hebben op straat minder last van gepest, scheldpartijen en mishandeling, maar ook voor hen geldt dat zij meestal niet zichzelf kunnen zijn.

Kareem vluchtte tien jaar geleden met zijn ouders vanuit Bagdad naar Turkije. Hij was medewerker van een Amerikaanse ngo voor hulp aan vluchtelingen, die in 2017 een opvanghuis voor lhbti’ers begon. Hij werd de beheerder en besloot het werk voort te zetten toen de Amerikanen er twee jaar geleden de brui aan gaven. Geld voor een gebouw heeft zijn Aman Project niet. De organisatie biedt ambulante steun aan zo’n veertig mensen uit een reeks landen, van Marokko tot Afghanistan.

‘Mensen komen bij ons als ze uit huis zijn gezet, ontslagen, door hun familie weggestuurd’, zegt Kareem. ‘Allemaal zijn ze ooit hun land ontvlucht vanwege hun seksuele identiteit. Vaak worden ze naar ons doorverwezen door de VN en andere ngo’s.’

Geweld

Geweld tegen lhbti’ers is schering en inslag. Kaos-GL schrijft dat alle geïnterviewde vluchtelingen gescheld en intimidatie hadden meegemaakt, door zowel landgenoten als Turken. Ruim de helft was fysiek mishandeld, een lot dat vooral transgender vrouwen treft. ‘Homofoob en transfoob geweld door hun landgenoten’ komt boven op de gebruikelijke ‘xenofobie van de kant van de lokale Turkse gemeenschap jegens vluchtelingen’.

‘Een van onze transgender vrouwen werd ontvoerd en verkracht door Turken’, zegt Kareem. In de wijk Beyoglu in Istanbul kreeg vorige maand een 17-jarige Syrische transgender vrouw zuur in het gezicht gegooid door een onbekende man. Ze verloor een oog, het andere raakte beschadigd. Ze werd ook nog eens onheus bejegend in het ziekenhuis, melden Turkse media.

Kareem bevestigt dat lhbti’ers vaak weinig te verwachten hebben van Turkse overheidsinstanties. Hij verhaalt van bedreigde en mishandelde transgender vrouwen die bij de politie op schouderophalen kunnen rekenen, vooral als ze niet uit Syrië komen. Syriërs hebben tenminste nog de vluchtelingenstatus in Turkije, andere nationaliteiten niet.

Incidenten

Vermoedelijk fatale incidenten deden zich voor in de zomer van 2019, toen de Turkse regering opeens besloot duizenden Syriërs terug te sturen naar hun land. Daar waren ook homo’s en transgender mensen bij. Kareem probeerde te voorkomen dat dit zou gebeuren met Nour, een transgender vrouw. ‘Ze smeekte de politie haar niet terug te sturen. In Syrië zou haar broer haar vermoorden.’

Aan de grens werd Nour overgedragen aan Tahrir al-Sham, een Al Nusra-achtige militie. ‘We hebben nooit meer iets van haar gehoord. Waarschijnlijk is ze inderdaad vermoord.’

Voor de Arabische en andere ontheemde lhbti’ers lijkt er al met al geen toekomst te zijn in Turkije, anders dan de meeste van de vier miljoen vluchtelingen over wier lot de komende weken wordt beslist door Turkije en de Europese Unie. Vrijwel alle transgender personen, homo’s en lesbiennes hebben asielaanvragen lopen bij de VN.

‘Veel mensen zijn al naar Europa en Canada gegaan’, zegt Kareem. ‘Nederland, Duitsland en België nemen het snelst op, soms al na een jaar. Maar het kan ook veel langer duren. Gisteren sprak ik een Syrische transgender vrouw die al zes jaar op de wachtlijst staat bij de VN.’

Conchita, lhbti-vluchteling in Turkije. Beeld Rob Vreeken
Conchita, lhbti-vluchteling in Turkije.Beeld Rob Vreeken

Conchita: ‘Toen ik de deur opende, spuugde die man op me en nam hij het voedselpakket weer mee’

‘Snoepje’, was de pesterige bijnaam van Conchita (26) toen zij nog een vrouwelijk jongetje was. Haar vader wilde een ‘echte man’ van haar maken, dus werd ze geslagen. Door een buurman werd ze verkracht. Na een fase van sekswerk en veel mishandelingen ontvluchtte ze Tunesië, drie jaar geleden.

Bij de UNHCR werd haar asielverzoek aanvankelijk niet zo serieus genomen. Ze zag er te mannelijk uit en ja, in Tunesië was geen oorlog. Hulp kreeg ze van niemand, tot het Aman Project op haar pad kwam. Van de VN krijgt ze sinds kort wat geld, maar veel is het niet. Te weinig voor make-up en hormonen.

‘In het begin van de lockdown zocht ik contact met een Tunesische vereniging hier. Ik belde, zodat ze niet zagen dat ik een transgender vrouw ben. Toen ik de deur opende, spuugde die Tunesiër op me en nam hij het voedselpakket weer mee. Het bleek de humanitaire organisatie van de Moslimbroeders te zijn.’

‘Ik heb twee vriendinnen hier, beiden transgender vrouw. We wonen samen. Meer mensen ken ik niet. Ook geen Turkse transgender vrouwen. Ik zie racisme in de Turkse lhbti-gemeenschap. Turkse transgender vrouwen denken dat wij Arabieren hier zijn voor sekswerk. Solidariteit is er alleen onder Arabische transgender vrouwen.’

Muhaned, lhbti-vluchteling in Turkije. Beeld Rob Vreeken
Muhaned, lhbti-vluchteling in Turkije.Beeld Rob Vreeken

Muhaned: ‘Om steun te krijgen, moeten de mensen je kennen. Maar als ze mij zouden kennen, zouden ze me haten’

Zo op het oog had Muhaned (28) een goed leven in Bagdad. Fysiotherapeut, taekwondo-atleet op profniveau, hij deed mee aan internationale toernooien. Maar ja: homo. Als zijn broers daar achter zouden komen, zouden ze hem vermoorden. En andere homo’s kende hij niet in het uiterst conservatieve Irak. Toen de druk van de familie om te trouwen te groot werd, was het tijd om te vertrekken.

De afgelopen tweeënhalf jaar in Turkije waren moeilijk, maar vooral door de voortdurende dreiging van deportatie en vanwege het anti-Arabische racisme. ‘Als lhbti’er heb ik op straat geen last, omdat ik niet zichtbaar homo ben.’

Ook geld is een groot probleem, vooral sinds de epidemie uitbrak. ‘Ik maak huizen schoon, maar door corona is er minder werk. Hulp krijg ik alleen van Aman. Met andere ngo’s voor vluchtelingen heb ik problemen. Veel stafleden zijn Iraniërs en Koerden, Arabieren worden slechter behandeld.’

‘Om steun te krijgen, moeten de mensen je kennen. Maar als Irakezen mij zouden kennen, zouden ze me haten, omdat ik homo ben. Een misdadiger, in hun ogen. Tegenover Irakezen kan ik niet mezelf zijn, mijn gevoelens tonen. Ik heb maar drie vrienden hier. Mijn Syrische geliefde, een Saoedische jongen, ook homo, en Aws van het Aman Project.’

Nafar, lhbti-vluchteling in Turkije. Beeld Rob Vreeken
Nafar, lhbti-vluchteling in Turkije.Beeld Rob Vreeken

Nafar: ‘Ik ben aangevallen met een mes. Door de politie werd ik slecht behandeld, ze maakten grappen over me’

Als transgender meisje had Nafar (21) in Marokko geen leven. Op haar 15de werd ze door haar vader het huis uit gezet. In Istanbul, waar ze sinds drie jaar woont, heeft ze meer vrijheid.

‘Hier kan ik eruitzien als vrouw. Maar het is niet wat ik had gehoopt. Ik ben hier aangevallen met een mes. Door de politie werd ik slecht behandeld, omdat ik transgender vrouw ben en Arabisch. Ze maakten grappen over me, ze zagen me als sekswerker. De politie deed ook niets omdat de aanvallers Syriërs waren: Arabieren onder elkaar. Mensen kunnen Arabische transgender vrouwen makkelijk aanvallen, omdat de politie het toch niet serieus neemt.

‘Als je straight bent, heb je steun van andere Marokkanen. Zelfs als mannelijke homo kun je aan een baan komen, als je het maar verzwijgt. Transgender mensen hebben die optie niet. Een jaar geleden zag ik er minder vrouwelijk uit. Nu slik ik hormonen. Dat wil zeggen de pil, die heeft ook hormonen. Dat doen alle transgender vrouwen hier.

‘Ik heb twee Marokkaanse vriendinnen, een transgender vrouw en mijn vriendin. Met Turkse transgender vrouwen heb ik wel contact gezocht, zonder respons. Ook een kwestie van racisme. In Turkije heb ik geen toekomst. Werk krijg ik niet, soms maak ik huizen schoon. Ik wil naar Europa, psychologie studeren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden