REPORTAGE

Gevluchte families keren terug naar verwoest Fallujah

De eerste gevluchte families keren terug naar het op IS heroverde Fallujah. De Iraakse stad is grotendeels ontruimd na een bezetting van 2,5 jaar en de hevige strijd van juni. Maar dat betekent nog niet dat het leven zijn gang herneemt. Verre van dat, constateerden correspondente Ana van Es en fotograaf Daniel Rosenthal afgelopen juli. Lees hier naar welke ravage ze terugkeren.

Iraakse militairen inspecteren Falluja. De Iraakse stad ligt vol mijnen. 'Liefst knippen we de draad door. We blazen de huizen niet graag op, straks moeten de bewoners weer terug.' Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Het bevrijde Falluja is een stad zonder inwoners. De woestijnwind bespeelt het geraamte van hun verlaten huizen: gierend door de kapotgeschoten ramen, losliggende dakplaten, een toegangshek dat piepend op en neer gaat.

Bomexpert

Wanneer hier weer mensen zullen wonen, hangt af van Mustafa Hussein. Springerig, bijna dansend, baant hij zich een weg door een woonhuis waar Islamitische Staat (IS) een bommenfabriek had. De mijnen die in rijen staan opgestapeld tegen de buffetkast in de eetkamer zijn voldoende voor tientallen doden, maar het servies is nog heel. In de keuken, tussen jerrycans die gevuld waren met explosieven, staat de schone vaat in een afdruiprekje. Op de overloop bungelt een boobytrap, vrezen de gewone soldaten, die naar buiten vluchten.

Mustafa, 23 jaar en met een aanstekelijke lach, kan aan het werk. Hij is bomexpert in de Eerste Divisie van het Iraakse leger. Hoe dat zo gekomen is, weet hij zelf ook niet. Een jaar geleden had hij nog gewoon een baantje in een bakkerij. Hij werd militair om meer geld te verdienen. 'Daar wezen ze me aan voor deze taak en ik kreeg een cursus.'

Een vriend, ook al vanuit het niets bomexpert geworden, kwam onlangs in Falluja om het leven. Twee anderen raakten gewond. Mustafa baalt, want hij krijgt de beloofde gevarentoeslag niet uitbetaald, terwijl hij toch zo'n vier huizen per dag van boobytraps en mijnen ontdoet. Betaalt dit werk wel beter dan zijn baantje bij de bakker? 'Een beetje.'

Robots en bomdetectoren heeft Mustafa niet tot zijn beschikking. Zijn belangrijkste wapen om de explosieven van IS te ontmantelen? Een knijptang. 'Het liefst knippen we gewoon de draad door', zegt hij. 'We blazen de huizen niet graag op, want straks moeten de bewoners weer terug.'

Falluja, een provinciestad op ruim een uur rijden van de hoofdstad Bagdad, is deze zomer door het Iraakse leger in hoog tempo heroverd op de strijders van IS. Waar de internationale gemeenschap vreesde voor eindeloze straatgevechten, kon premier Haider al Abadi de stad eind juni al bevrijd verklaren, na een offensief van nog geen vijf weken.

volkskrant.nl

Bekijk de complete fotoserie die Daniel Rosenthal maakte in Falluja.

Een Iraakse militair inspecteert in Falluja een kamer waar de extremisten van IS volgens het leger een bommenfabriek hadden gevestigd. Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant

De weg naar Mosul

Spreek generaal Saad Maen en de overwinningsroes laat hem net zo stralen als de gouden ornamenten in zijn werkkamer. 'Het is verrassend snel gegaan.'

De val van Falluja brengt het einde van het islamitische 'kalifaat' in Irak onverwacht snel binnen bereik. De overwinning geldt als generale repetitie voor de slag om Mosul, het hoofdkwartier van IS in Irak en de enige stad van betekenis die de extremistische strijdersgroep er nog bezet houdt. Iraakse troepen rukken al openlijk op naar deze stad. Over steun van het Westen wordt niet gesproken: in Falluja hebben de Iraakse troepen overtuigend bewezen dat zij IS de baas kunnen.

Maar Falluja, nu een maand na de overwinning, is een onbewoonde spookstad. Straten zijn onbegaanbaar vanwege de ingegraven mijnen. Tot in het gebouw waar bejaarden van rollators werden voorzien heeft IS explosieven opgestapeld. Sektarische twisten laaien op onder de soldaten, terwijl de bevolking zich schuilhoudt in tentenkampen. Gezagsdragers praten omfloerst over het 'probleem' van sommige inwoners: ze lijken nogal gesteld op religieuze extremisten.

Onder de straten van Falluja loopt bovendien nog steeds een stelsel van mysterieuze tunnels - niemand weet wie zich daar schuilhoudt. Zal de overheid in staat zijn in deze stad, nu IS verdreven lijkt, het normale leven weer te herstellen?

Boobytraps

Ver van de stad, in het voormalige paleis van dictator Saddam Hussein, waar legercommandant Abdul Wahad al Saadi kantoor houdt, lijkt alles vol hoop. Alleen nog even opruimen, legt hij uit. 'We zijn aan het ontmijnen. Daarna kunnen de inwoners naar huis.' Natuurlijk komt IS niet terug, stelt hij. 'Dat zullen de burgers nooit willen.'

In het centrum van Falluja ziet het er grimmiger uit. De militairen van de Eerste Divisie doen hun werk weliswaar bij buitentemperaturen van rond de 50 graden, maar ze piekeren er niet over zich van hun helm en loodzwaar scherfvrij vest te ontdoen. In formatie lopen ze op straat. Achter elkaar, gebaren ze, niet naast elkaar.

Wacht even: waarom gedragen deze soldaten zich alsof het nog oorlog is, in een stad die al een maand is bevrijd? 'Beter om hier voorzichtig te zijn', verzucht de 35-jarige majoor Amer Yassin. Voor je het weet staan zijn mannen weer oog in oog met een schietende IS-strijder die zich schuil heeft gehouden in het tunnelstelsel dat ze onder de stad hebben gegraven. 'Het is ons al te vaak gebeurd, zeker vier, vijf keer sinds de bevrijding. De IS-strijders komen uit de tunnels als ze geen eten en drinken meer hebben.'

Abdul Wahad al Saadi, commandant van de Eerste Iraakse Legerdivisie. Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant
Een soldaat van de Iraakse Eerste Legerdivisie draagt door IS gefabriceerde bommen naar een vrachtwagen, die ze naar een opslagplaats moet brengen. Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Een van de militairen stapt een huis uit waarvan de woonkamer en keuken door IS zijn volgestouwd met explosieve staven. Hij draagt een laptoptas naar buiten, aarzelt even omdat hij weet dat dit verkeerd kan gaan. Maar om hier een expert als Mustafa voor te vragen - gedoe. Dus ritst hij de tas open. Gelukkig, alleen maar ontstekers.

Boobytraps, wijst kolonel Abdul Hussein Qasm, herken je alleen door te kijken. 'Soms zien we het niet', zegt hij nuchter. 'En dan vallen er slachtoffers.' Officieel zijn er sinds de bevrijding vier militairen omgekomen bij het ontmijnen. Het weer bewoonbaar maken van Falluja heeft zijn prijs.

Wanneer zal de stad worden vrijgegeven? In het voormalige paleis was commandant Al Saadi hoopvol geweest. 'Misschien over twee maanden.' Maar in een legerkamp vlak bij Falluja schudt zijn collega, commandant Abdul Radha, het hoofd. 'Op één weg hebben we 107 mijnen aangetroffen. Het gaat zeker zes maanden duren.'

Woestijn

In tentenkampen in de woestijn, aan de overkant van de rivier de Eufraat, wachten de tienduizenden inwoners tot ze naar huis kunnen. 's Middags zijn hier steevast zandstormen. Wie geluk heeft, slaapt in een echte Unicef-tent. Een enkeling moet zich met een zelfgemaakt afdakje verweren tegen de Iraakse zomerhitte.

In een tent aan de rand van het kamp probeert Raghad Fadel (30) haar 2 maanden oude zoontje koel te houden. Adham, die lethargisch in zijn moeders armen hangt, heeft in zijn leven bijna niets anders gezien dan het vluchtelingenkamp: hij is geboren in Falluja, vijf dagen voor de familie vluchtte omdat hun huis in de vuurlinie stond.

Het wrakke bootje waarmee ze, zoals zovelen, de Eufraat overstaken, werd beschoten door strijders van IS. De pas bevallen Raghad hield haar zoontje daarop hoog in de lucht, zodat de mannen van IS de baby zouden zien. 'Ik hoopte dat ze dan zouden ophouden met schieten.' Je moet weten, vindt Raghad: bij IS zijn ze niet harteloos. Toen de strijders tweeënhalf jaar geleden de stad bezetten met een kolonne auto's, leek er aanvankelijk zelfs niets aan de hand. 'Ze deden niemand kwaad. Het was ook geen verbetering met de vorige bestuurders, het was gewoon net zo slecht.'

Een militair demonstreert in Falluja hoe strijders van Islamitische Staat gevangenen opsloten in kooien van verschillende afmetingen. Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Bedenkelijk vond ze wel dat vrouwen een nikab moesten dragen. Veel vrouwen in Falluja deden dat toch al, al was het niet eerder verplicht.

Wat handig was: IS tuigde een stelsel van sociale steun op. Toen haar man niet meer kon werken vanwege de oorlog, kregen ze van de strijders elke dag gratis eten. 'Dadels en rijst en meel en ook vlees en kip', glundert ze. 'Eigenlijk alles.' Kom daar eens om, in het vluchtelingenkamp.

Falah Attar, een boer die is komen luisteren, is het niet met haar eens. 'Je maakt het te mooi. We kregen gratis eten, maar niet genoeg om van te leven. IS had alle dadels opgekocht, dus iedereen at de hele dag rotte dadels. Verder konden we niks meer kopen.' Het leven in het kalifaat was, wil hij maar benadrukken, 'vreselijk.'

Dat sommige inwoners dat anders zien, komt doordat het in Falluja broeit. De stad - een soennitisch bolwerk in het overwegend sjiitische Irak - verloor haar politieke invloed na de val van Saddam Hussein. Na de Amerikaanse inval in 2003 parasiteerden gewelddadige organisaties op de ontstane onvrede, te beginnen met Al Qaida.

Goed verhaal

De IS-strijders die de stad in bezit namen waren in de ogen van Attar lokale Irakezen, die zich uitgaven voor leden van de 'Revolutionaire Stammen', een lokale militie. Pas nadat hun zwarte dundoek op de overheidsgebouwen verscheen, dacht hij: oké, het is IS. Van toen af druppelden ook buitenlandse strijders de stad binnen.

Het moet gezegd: IS presenteerde zich met een goed verhaal. 'Ze kwamen zich in elk huis voorstellen. 'Wij zijn van Islamitische Staat, we komen hier om je te helpen. Je bent nu veilig. We zullen je beschermen tegen de ongelovigen en tegen de sjiitische overheid.'' Met dat laatste sloten ze Attar en andere inwoners in het hart - de sjiitische regering is in Falluja gehaat. Maar goed, al snel vielen de nieuwkomers van hun voetstuk. 'IS verbood het om 's avonds nog naar buiten te gaan. Maar ik ben boer, ik moet op mijn land werken. Daarover viel niet te praten. Ging je toch naar buiten, dan kreeg je dertig rituele stokslagen.'

Wie de kampen heeft bereikt, mag niet meer zomaar reizen in de rest van het land. De sjiitische regering is bang dat de soennitische vluchtelingen anders aanslagen gaan plegen. Circa 85 duizend burgers uit Falluja zitten daarom in feite vast op de zuidoever van de Eufraat.

'God zij dank', lacht een tanige vrouw van 60 die zich voorstelt als Umm Assam. Ze ontvluchtte lopend de stad, een urenlang tocht. 'Wat zijn we dankbaar. Hier is zand, hitte en geen water.' De ogen achter de zwarte nikab twinkelen spottend.

Burgemeester

In de verlaten stad blijkt toch alweer één burger te wonen. Het is de burgemeester, Issa Saear Al Essawy. Tien dagen voordat IS kwam, werd hij benoemd. 'De vorige burgemeester was vermoord. Niemand wilde deze baan hebben.' Nu is hij terug om Falluja voor te bereiden op de toekomst.

Waar in de stad hij slaapt, wil hij niet zeggen. 'Anders komt IS terug om me te doden.' Niemand in zijn entourage lacht. 'Dat is een grapje natuurlijk. De stad is bevrijd.'

Omdat zijn gemeentehuis is verwoest, zetelt Al Essawy in het gebouw van de afvaldienst. Aan de teksten op de muur te zien was Falluja ooit het soort stad waar je voor het ophalen van huisvuil gewoon kon bellen. Tegenover het gebouw ligt de brug die in het collectieve geheugen van Falluja is gegrift: hier hing de bevolking in 2004 vier lichamen van Amerikaanse beveiligers op.

In zijn stad, merkt de burgemeester, reageren mensen 'meer emotioneel dan logisch'.

In een kruipruimte die tot massagraf diende liggen de lichamen van slachtoffers van IS. Enkelen van hen waren kennelijk geblinddoekt toen zij werden gedood. Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Hij weet nog dat ze kwamen, de 'extremisten', zoals hij ze noemt, op de laatste dag van 2013. Ze arriveerden per auto, er was nauwelijks verzet. Die ochtend had hij een bespreking met de sjeiks van de lokale stammen, die meer dan hij hier de dienst uitmaken. Hij smeekte: laat elke stam twintig mannen leveren, om te vechten voor Falluja. De sjeiks weigerden. 'Ze waren bang', zegt Al Essawy misprijzend.

Om hun gezag te vestigen opende IS door de hele stad gevangenissen in woningen. In een ervan liggen tientallen matrassen voor gevangenen in een stinkend zaaltje, plus één koran. Op een slaapkamer boven, volgens militairen gebruikt door bewakers van IS, prijkt een grote teddybeer.

Vooral ambtenaren en politieagenten waren de klos. In het vluchtelingenkamp vertelt Faza Ibrahim (50) hoe ze haar 25-jarige zoon dacht te beschermen door zijn politiebadge te verstoppen. Helaas werd hij toch gepakt; hij zat vier maanden vast. 'Hij is zeventig keer ritueel geslagen.' Ze is even stil. 'Maar ik kreeg hem terug.'

Doodskreet

Niet iedereen had dat geluk, blijkt pal tegenover de gevangenis, in een oude school met IS-stempels op de muur. Hier is de kruipruimte opengebroken om twee ondiepe graven te creëren. De lichamen liggen over elkaar heen. Twee gezichten zijn geblinddoekt met een rode lap. De handen van een man zijn op de rug gebonden, een ander heeft zijn mond open in een doodskreet.

'Het zijn er wel vijftig', zegt legerkapitein Ali Jassim, zijn pet tegen zijn neus gedrukt.

Bloedspatten op de muur lijken erop te wijzen dat de slachtoffers op de rand van het graf zijn gedood, vermoedelijk in de laatste dagen van de strijd. 'Het zijn door IS doodgeschoten burgers', zegt de burgemeester. In afwachting van identificatie liggen de lichamen te vergaan in de hitte.

Het is hem niet ontgaan dat de bevrijders van zijn soennitische stad de zwarte vlaggen van IS hebben vervangen door sjiitische spandoeken en afbeeldingen van sjiitische geestelijken. Zelfs in het kantoor van de militaire inlichtingendienst prijkt een poster van imam Hussein, een sjiitische heilige. 'We proberen dat weg te halen', zegt Al Essawy, 'voordat de bevolking terugkomt.'

In een vluchtelingenkamp nabij Falluja. Veel van de vrouwen missen hun mannen, die zijn vastgezet omdat ze IS-strijders zouden kunnen zijn. Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Propaganda

Om Falluja een kans te geven op een normale toekomst, is het Iraakse leger deze week begonnen rond de stad een gracht te graven. Dit middeleeuwse verdedigingssysteem zal hopelijk verhinderen dat IS opnieuw oprukt naar de stad. Ondertussen bestaat de vrees dat de IS-strijders zich schuilhouden onder de lokale bevolking.

In het kamp moeten veel vrouwen daarom hun man missen. Ook Raghad heeft haar echtgenoot sinds de vlucht niet meer gezien. Hij zit vast, op verdenking IS-strijder te zijn. 'Hij heeft daar niks mee te maken', zegt ze. 'Anders hadden ze ons toch niet beschoten toen we wilden vluchten?'

Meer vrouwen in haar tent klagen dat hun echtgenoot en zonen onterecht zijn opgepakt. De autoriteiten, zeggen zij, gingen af op het oordeel van een man met een doek over zijn gezicht, die van elke burger aangaf: deze hoort bij IS, deze niet. 'Die man is natuurlijk van een andere stam', zegt Haifa Ibrahim (30). 'Toen IS kwam, probeerden ze de problemen tussen de stammen in Falluja op te lossen. Maar zelfs hun is het niet gelukt.'

Vraag het hoge legercommandanten, en ze denken dat het met de extremistische inborst van de Fallujanen wel meevalt. 'Dat is propaganda', zegt commandant Al Saadi. 'Die mensen zijn alles kwijt. Ze wonen nu in kampen. Natuurlijk willen ze IS niet terug.'

Maar burgemeester Al Essawy is bezorgd. 'Ik ga niet ontkennen dat er een radicale beweging is in Falluja', zegt hij onomwonden. Hij zoekt een oplossing, maar helaas: de overheid heeft geen geld voor begeleiding van zijn op drift geraakte inwoners. 'Het zal van de bevolking moeten komen.'

Zijn hoop is gevestigd op de moskee van Falluja, waar IS tot voor kort strijders opleidde. Daar zal de verandering moeten plaatsvinden. 'De moskee hebben we al. Nu nog de juiste mensen erin.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden