Reportage

Gevlucht uit een vergeten oorlog naar een vergeten oord

Vluchtelingen in Djibouti

De chaotische oorlog in Jemen wordt helemaal overschaduwd door die in Syrië. Duizenden Jemenieten zijn de zee overgevlucht naar een dor gebied in het kleine land Djibouti. Hulp is er nauwelijks voor hen.

Een tankwagen is in brand geschoten bij gevechten in Taiz. Beeld Reuters

Als de rest van de Jemenitische vluchtelingen even stil valt, buigt Issa Nik (18) naar voren. 'Nu is het mijn beurt.' Met zijn vinger gaat hij de cirkel gestrande landgenoten af. 'Zijn broer is vermoord door de houthi's. Zijn broer door de troepen van Ali Abdullah Saleh, dat weet je al. Maar mijn vader is gestorven bij Saoedische bombardementen.' De vinger gaat naar een vrouw in rood gewaad, die het gesprek aanhoort vanaf een UNHCR-matje. 'Haar man trouwens ook.'

Een waslijst aan dode familieleden, een miserabele verzameling vergeten vluchtelingen uit een vergeten oorlog. Aan wat voelt als de rand van de wereld zitten drieduizend Jemenieten bijeen op een desolate zandvlakte genaamd vluchtelingenkamp Markazi, in een oostelijke uithoek van het Afrikaanse woestijnstaatje Djibouti.

Ze zitten opgepropt in stoffige bruine tenten die in de helse hitte afgelopen zomer van kleur zijn verschoten, niet in staat om terug te gaan of verder te trekken. Het zijn slachtoffers van een welhaast onbegrijpelijk conflict, een wirwar van interne en externe partijen die elkaar bestrijden. Iedere dag kan een nieuwe vijand brengen.

Beeld De Volkskrant

Wetteloosheid

'Eerst vochten we tegen de houthi's, nu vechten we tegen Islamitische Staat,' zegt Mohammed Hussein (21), een tengere jongen met een makkelijke glimlach uit Aden. Deze Zuid-Jemenitische havenstad viel afgelopen zomer deels in handen van troepen onder leiding van Saoedi-Arabië, nadat zij de houthi-rebellen die door het het land razen hadden verdreven. Maar de 'coalitietroepen' hebben slechts een klein deel van Aden in handen, blijkt uit verhalen van onlangs gevluchte inwoners. En zelfs daar is hun positie fragiel; Islamitische Staat (IS), dat zich enthousiast in het Jemenitische strijdgewoel heeft gestort, rammelt aan de poorten en beweegt zich onder de bevolking. Eerder deze maand bliezen ze nog de gouverneur op. Nota ben in het enige 'veilige' district van Aden, waar de verdreven president van Jemen wacht totdat hij terug naar de hoofdstad kan.

De wetteloosheid in Jemen blijkt een vruchtbare voedingsbodem voor de terreurgroep. Zoals eerder in Syrië en Irak, en daarna in Libië en de Egyptische Sinaïwoestijn, nestelt Islamitische Staat zich ook hier in het machtsvacuum dat overbleef toen het overheidsgezag wegviel. In Aden jaagden de houthi's het nationale leger weg, de Saoediërs jaagden de houthi's weg, en IS probeert nu de Saoediërs en hun lokale bondgenoten weg te jagen. Elders in het zuiden roeren andere jihadisten zich; vorige maand veroverde Al Qaida twee steden in een naastgelegen provincie.

Maar Al Qaida op het Arabisch Schiereiland (AQAP), de Jemenitische tak van de terreurorganisatie, is behoorlijk verzwakt; drone-aanvallen hebben de leiding eerder dit jaar gedecimeerd. Ze hebben hun langste tijd in Jemen nu wel gehad, zeggen de jongens uit Aden.

Mohammed Hussein (links) en Ayham Antar (rechts) luisteren naar een vrouw die in Jemen haar man heeft verloren bij een Saoedisch bombardement. Beeld Remco Andersen

Hopeloosheid

Ayham Antar, een 22-jarige knul die zijn Engels leerde van Eminem-videoclips, trekt een mondhoek op als de naam Al Qaida valt. 'Old skool man, de mensen zijn ze zat. ISIS is sterk, nieuw, heeft een charismatische leider. Ik ken veel jongens die zich de afgelopen tijd bij hen hebben aangesloten.'

Zijn maatje Gorfan Mohammed vult aan: 'je kunt ze makkelijk overtuigen, ze zijn boos: bij IS vecht je voor god en je land, soennieten zijn goed, de sjiitische houthi's slecht, en als je sterft ga je naar het paradijs. Prachtig toch? Daarom zijn ze populairder dan het reguliere verzet in het zuiden: die vechten alleen voor land, niet voor god. En bovendien is Islamitische Staat veel machtiger. Kijk naar Irak en Syrië. De hele wereld is tegen ze, en ze zijn er nog steeds.'

Zelf moeten ze er niks van hebben. Aden was altijd liberaal, zegt Gorfan. Niet zoals die stijve noorderlingen. Toen hij klein was, hoorde hij op zondagen zelfs de klokken luiden van de christelijke kerk in Aden. Al jaren niet meer gehoord. Zal binnenkort niet terugkomen ook. Om hem heen staren andere vluchtelingen een beetje voor zich uit onder een stuk zeil tussen twee tenten, bedwelmende qat-bladeren in hun wangen en de hopeloosheid van hun vluchtelingenbestaan op hun lippen. De een komt uit Taiz, waar op dit moment de hevigste strijd woedt, de ander uit het meer noordelijke al-Hudaydah, een enkeling uit de hoofdstad Sanaa.

Oorlog tegen houthi's

Saoedi-Arabië en regionale bondgenoten lanceerden in maart een oorlog tegen houthi-opstandelingen in Jemen, die zich met vermoedelijke steun van Iran steeds grotere delen van het land toeëigenden. Negen maanden en zeker vijfduizend doden later, is de infrastructuur van het toch al fragiele, straatarme Arabische land ingestort en zijn meer dan 20 miljoen Jemenieten afhankelijk van humanitaire hulp. Ter plekke mengen lokale, regionale en internationale spelers zich in de strijd, van Al Qaida en Islamitische Staat tot Iran, allemaal gretig om hun invloed te vergroten.

De voormalige president Ali Abdullah Saleh, verdreven in 2011 maar nooit helemaal van het toneel verdwenen, ziet zijn kans op een terugkeer schoon en dirigeerde aan hem loyale legereenheden naar het kamp van de houthi's. Die kwamen in opstand omdat ze zich achtergesteld voelden door de regering van Saleh's opvolger, Abed Rabbo Mansour Hadi. Dat is de democratisch gekozen president die de Saoediërs - met een opgestoken duim van de VS - vanuit Aden terug naar zijn zetel proberen te dirigeren. De houthi's komen uit een sjiitische minderheidsgroep, en krijgen daarom vermoedelijk steun van Iran. Het soennitische Saoedi-Arabië kan dat niet verteren en liet haar luchtmacht los boven Jemen. Ondertussen worden oude tribale scheidslijnen tussen Jemenieten onderling steeds harder.

Gelukkig waren er vorige week vredesbesprekingen in Genève en was er een wapenstilstand in Jemen.

Mohammed Hussein proest het uit als hij naar de vredesbesprekingen wordt gevraagd. 'Bullshit! Je kunt die houthi's niet vertrouwen. Bovendien doet IS helemaal niet mee. Het gaat allemaal om de houthi's. Maar ons probleem is Islamitische Staat.'

Dat hangt er een beetje vanaf aan wie je het vraagt. Het zuiden van Jemen was ooit een onafhankelijk land en nu de boel uit elkaar valt willen zij het liefst het noorden en de houthi's die daar vandaan komen weer de rug toekeren. Die verdomde Al Qaida-fanaten en IS-strijders staan in de weg. Maar voor Jemenieten uit andere delen van het land zijn de houthi's de voornaamste vijand; die daalden neer uit hun noordelijke provincie, namen in september 2014 de hoofdstad over en trokken een paar maanden later naar het zuiden. Toen werden de Saoediërs boos en begon de hele ellende pas goed.

De vredesbesprekingen werden afgebroken na zes dagen onderhandelen, terwijl de gevechten ondertussen gewoon doorgingen; de explosies waren te horen in het vluchtelingenkamp, een klein uur varen van de kust van zuidoost-Jemen. Volgende maand proberen ze het nog eens.

Begrafenissen

Toen Maged Faisal's eerste broer werd doodgeschoten, besloot hij te vertrekken. Maar eerst moest hij de begrafenis regelen en tijdens de rouwperiode bij zijn moeder en andere broers zijn. Toen dat voorbij was, vond een sluipschutter ook zijn tweede broer. Maged maakt een cirkel op zijn borst, net onder de woorden Giorgio Armani. Groot gat. Nadat hij ook die begrafenis had georganiseerd, bracht hij zijn moeder en jongste broer over naar een dorp aan de rand van Taiz, een zuidelijke stad in Jemen waarom nu hevig wordt gevochten. Zelf toog hij naar Djibouti, in de hoop veiligheid en werk te vinden. Maar dat was nog een hele klus.

'De houthi's hebben Taiz omsingeld en proberen de burgerbevolking uit te hongeren', zegt Maged, terwijl hij met een tak in het zand op de grond tekent. Een cirkel is de frontlijn waar lokale strijders de houthi's op afstand houden met kalasjnikovs en raketwerpers. Hij veegt spaken van de cirkel naar buiten: dat zijn houthi-posities, dat zijn hun aanvoerlijnen: iedere dode strijder wordt vervangen vanuit Sanaa of al-Hudaydah. 'En zij hebben sluipschutters, mortieren, artillerie, katjoesja-raketten.' Het is met dank aan de Saoedische bombardementen dat de houthi's de stad nog niet hebben overrompeld.

Taiz is de volgende grote prijs voor de oprukkende Saoedische coalitie en wordt al maanden belegerd door de houthi's en Saleh's troepen. De VN waarschuwden in oktober voor 'extreme voedseltekorten' in de stad. Maar ook de Saoedische bombardementen op de houthi's hebben een prijs; ze zijn volgens Jemenieten zo onnauwkeurig dat ze grote aantallen burgerslachtoffers veroorzaken.

Maged Faisal uit Taiz (derde van links) tussen medevluchtelingen. Hij verloor twee broers. Beeld Remco Andersen

Bovendien: als de Saoediërs bommen laten vallen vanuit hun onaantastbare F16's houden de houthi's zich even stil rondom Taiz, zegt Maged, maar vervolgens richten ze hun machteloze woede op de stad en gooien alle remmen los. Lijken liggen langs de straten. 'Het ergste was toen ik eens een 14-jarig meisje vond en haar naar de begraafplaats bracht,' zegt Maged, een mond vol qat. 'Onderweg kon ik het verschil tussen haar gezicht en haar borstkas niet meer zien.'

Maged wist zich door de linies te wurmen en liep twee dagen door de bergen voordat hij de kust van de Rode Zee wist te bereiken. Daar sprong hij op een bootje dat vluchtelingen overvaarde. Ruim zesduizend hebben er inmiddels Djibouti weten te bereiken. De overgrote meerderheid is Jemenitsch, maar er zijn ook enkele honderden Somaliërs die al decennia in Jemen woonden op de vlucht voor de oorlog in hun eigen land. Het is een klein aantal, eigenlijk. Maar Jemen verlaten is niet makkelijk, midden in een oorlog vol checkpoints van allerlei strijdende partijen.

Mohammed Hussein, de bullshit-roeper die eerst tegen houthi's en toen tegen IS vocht, wint de hoofdprijs qua ontsnappingskunst. De eye-liner, de sokken op borsthoogte, zelfs zijn nagellak was niet van echt te onderscheiden. Alleen zijn 17-jarige broer baarde hem zorgen. 'Zijn ogen zijn te groot,' zegt Mohammed. 'Je kon door de sluier zo zien dat het een man is.' Zijn maten schieten pardoes in de lach, zelfs de vrouw in het rood die haar echtgenoot verloor proest het uit. Mohammed protesteert nog even - 'Als ze me hadden gepakt hadden ze me de keel afgesneden!' - maar grijnst al snel weer zijn makkelijke lach.

Het is een zeldzaam vrolijk moment. Maar ook woede zul je niet snel vinden bij deze jongens. Het is nog vroeg. De Jemenieten hebben nog hoop dat Europa ze zal ontdekken en redden. De jeugd is druk in de weer met het aanvragen van een beurs via Erasmus of een ander EU-project, een hulpverlener helpt ze met de interpunctie. De mannen in het kamp lopen over van beleefdheid, benadrukken dat ze beschaafde mensen zijn - soms letterlijk: 'Laat hem uitpraten, wij zijn beschaafde mensen.'

Als de nacht valt en een paar lantaarns hun licht ontsteken, loopt de 34-jarige Mansour Said ons tegemoet en wijst naar het gezelschap achter hem. Met een lichte gloed op hun gezicht zitten ze naast de provisorische moskee van het kamp. 'Daar laden we onze telefoons op.' Zomaar buiten, bij een van de weinige stopcontacten in het kamp, is een stel mannen op een steen gaan zitten onder de sterrenhemel boven Obock. Een slimmerik heeft een stekkerdoos aan het stopcontact gehangen en nu is het maar wachten samen. Mansour, tot voor kort een advocaat in Hudaydah, glimlacht erbij alsof hij wil zeggen: wat een gekkigheid hè.

'Is er hoop in Europa?'

Wij horen hier niet thuis, is de boodschap, zoveel is duidelijk. Aan het eind van de dag komt Ayham, de fan van Eminem, tevoorschijn vanachter een van de leegstaande plastic bouwketen en zegt: 'Mag ik jou één vraag stellen? Wij willen allemaal naar Europa. Maar denk je dat daar hoop op is?'

Vanuit de schaduw van de Refugee Housing Unit kijkt een kluwen mensen verwachtingsvol toe hoe Ayham hun gemeenschappelijke wens taxeert. Een kort antwoord - Europa wil het liefst dat je terug naar huis gaat en hoopt dat dat gebeurt als ze lang genoeg wachten - levert een teneergeslagen blik op.

'Dus dan zitten we hier straks vijf jaar, net als de Syriërs. Mijn jeugd weg, mijn toekomst weg. Het is zo jammer dat we hier tussen Eritrea en Somalië in zitten. Als Europa voor mij net zo dichtbij was als voor de Syriërs, dan ging ik ook lopen.'


Erbarmelijke omstandigheden; Syrië trekt alle aandacht

Duizenden Jemenitische vluchtelingen in het opvangkamp Markazi in Djibouti krijgen onvoldoende hulp. De meeste van de drieduizend bewoners van het kamp, dat wordt gerund door de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR en de Djiboutiaanse vluchtelingenorganisatie Onars, slapen op flinterdunne matjes op de harde rotsvloer. Stevige behuizing in het kamp staat grotendeels leeg en op slot, omdat de UNHCR nog niet heeft uitgezocht wie erin mag. Extreme hitte en stofstormen kostten afgelopen zomer vermoedelijk twee levens.

Sommigen zitten hier al meer dan een half jaar, sinds de oorlog in hun land escaleerde, maar zo'n tweeduizend van hen kwamen na een nieuwe gevechtsgolf eind september en begin oktober. Voor velen uit die laatste groep zijn er nog altijd geen matrassen. Ze slapen op rieten matjes van een halve centimeter dik, uitgerold over de puntige rotsvloer - velen oud, ziek, ondervoed, gehandicapt.

Het hoofd van de UNHCR-afdeling voor Jemenitische vluchtelingen, Claire Bourgeois, zegt dat hulporganisaties moeite hebben fondsen te werven. 'Het conflict in Jemen wordt volledig overschaduwd door vluchtelingen uit Syrië en in Europa,' zegt Bourgeois. 'Het publiek kijkt graag naar grote, indrukwekkende aantallen. We hebben over 2015 nog geen 50 procent gekregen van waarom we gevraagd hadden. Steun in het kamp moet worden verbeterd; onderdak, onderwijs, het moet worden verbeterd.'

Maar gebrek aan fondsen verklaart niet alles. De hulpverlening in Obock zelf is traag en inefficiënt. Er staan 297 Refugee Housing Units (RHU) in het kamp, een soort plastic bouwketen die beter onderdak bieden dan de tenten. UNHCR probeert een eerlijke verdeling te organiseren: onder meer uitzoeken wie het eerste aankwam. Maar ondertussen staan de RHUs voor het overgrote deel al maanden leeg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.