Gevers was altijd goed voor provocatie en balorigheid

Jankarel Gevers gold als de meest spraakmakende universiteitsbestuurder. Hij provoceerde politici, en ging zijn collega's voor in het verzet tegen elk centralisme van Zoetermeerse snit....

SANDER VAN WALSUM

DE woensdag plotseling overleden Jankarel Gevers werd tijdens de laatste kabinetsformatie af en toe genoemd als de nieuwe minister van Onderwijs. Maar hij hoefde niet meer zo nodig. Vlak voor de laatste Kamerverkiezingen was Gevers in een interview in De Groene Amsterdammer nog tamelijk stellig in zijn antwoord op de vraag of de kabinetsformateur hem voor een post in het kabinet kon bellen. 'Nee. Tien jaar geleden misschien wel. Maar ik vind nu dat het niet de goede kant op gaat met de politiek en de staat der Nederlanden. Als ik in de politiek zou werken, zou ik mij schamen dat die professie zo langzamerhand aan elkaar hangt van slordigheid en ongeïnformeerdheid.'

Maar volgens Sjaak Priester, hoofdredacteur van het universiteitsblad Folia, getuigde deze uitspraak van de balorigheid die Gevers eigen was. 'Hij zag het hoge ambt wel degelijk als een roeping. Maar hij was er de man niet naar om dat te erkennen. Liever riep hij dat hij er geen zin in had. Zoals hij zich ook rechtse uitspraken veroorloofde als de tijdgeest links was, en linkse dingen zei als rechts de overhand had.'

De socioloog Gevers hield ervan het politieke establishment te provoceren met bondige uitspraken die een zekere korzeligheid verrieden. Van de PvdA was hij alleen maar lid omdat hij dat op zijn twintigste ook al was. Verder moest men er niets achter zoeken. Zeker geen grote affiniteit met deze partij. 'Uit de PvdA is alle denkkracht weggesiepeld.' Het eerste paarse kabinet werd vooral beheerst door angst voor controverse. Maar een beetje de handen uit de mouwen steken? Ho maar! 'Laat ze eens werken voor de kost! Maar er komt geen hogesnelheidslijn, er komt geen behoorlijk openbaar vervoer.'

Het meest vernietigend was Gevers' oordeel over de bewindspersoon met wie hij als collegevoorzitter van de Universiteit van Amsterdam het meest te maken had: minister Ritzen. 'Hij is een van de laatste Oost-Europese planbureaucraten die op deze wereld rondlopen', zei hij in het genoemde Groene-interview. 'Hij gelooft écht dat als je het aan hem overlaat, het allemaal beter zal gaan. Maar vanuit het Zoetermeerse kun je echt niet sturen wat er in een klaslokaal gebeurt.'

Met zijn oppositie tegen de bemoeizucht van het ministerie heeft Gevers school gemaakt. Volgens zijn Groningse collega prof. dr. E. Bleumink is het aan zijn gedrevenheid te danken dat dit onderwerp op de agenda is gezet. 'Hij zag de universiteit als een Doornroosje die door toedoen van de zorgende overheid in een diepe sluimer was geraakt. Hij wilde de universiteit hier uit wekken en tot grote daden aanzetten.'

Gevers zag een zelfstandige universiteit opdoemen die vrijelijk met zusterinstellingen concurreerde, en die zichzelf financieel kon bedruipen. Hij verweet de politiek - Ritzen in het bijzonder - dit streven lippendienst te bewijzen zonder de benodigde autonomie te verlenen. Zo wond hij zich buitengewoon op over de commotie die in 1993 ontstond over de bijverdiensten van de hoogleraar - en kortstondig staatssecretaris R. J. in 't Veld. Enerzijds werden bezuinigingen gerechtvaardigd met verwijzing naar het vermogen van de universiteiten om contractonderzoek te verrichten, anderzijds werd met kracht op de rem getrapt als hoogleraren van die mogelijkheid gebruik maakten.

Als collegevoorzitter van de UvA verkende Gevers voortdurend de grenzen van de Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek (WHW). Zo kondigde hij dit voorjaar een vergaande samenwerking aan met de Hogeschool van Amsterdam, die uiteindelijk in een fusie tussen beide instellingen moest culmineren. Dat de wet een dergelijke constructie niet toelaat kon Gevers niet deren. De vermaledijde WHW, dat instrument van centralistische kneveling, liep immers toch op zijn laatste benen. En als hij die ontwikkeling kon versnellen, zou hij dat zeker niet nalaten. 'Hij was de meest spraakmakende collegevoorzitter', zegt Bleumink. 'Sommigen dachten dat hij polariseerde, maar door zijn collega's werd dat niet zo ervaren.'

Sander van Walsum

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden