Gevers tonen steeds meer betrokkenheid

Geld geven is een professionele bezigheid geworden. De filantropie is niet langer het domein van collecterende vrijwilligers, maar van banken, bedrijven en binnenkort ook van de wetenschap....

De charitatieve sector in Nederland groeit in razendsnel tempo. De Nederlander geeft elk jaar meer aan goede doelen. De giften van een gemiddeld Nederlands huishouden zijn in drie jaar tijd gestegen van 274 naar 465 gulden. Na vijftig jaar welvaart leven we in 'de gouden eeuw van filantropie'.

T. Schuyt, die sinds 1993 aan de Vrije Universiteit Amsterdam het onderzoek 'Geven in Nederland' leidt, sprak vrijdag tijdens de viering van het 75-jarige bestaan van het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) over de opkomst van 'een nieuwe bedrijfstak'. In de filantropische sector gaat inmiddels acht miljard gulden om. 'Een voorzichtige schatting.'

Schuyt meent dat Nederland, in het voetspoor van de Verenigde Staten, steeds meer het karakter van een 'civil society' krijgt. 'De meeste maatschappelijke en goede doelen worden uit belastinginkomsten betaald. Dat zal niet veranderen. Maar Nederlanders willen steeds meer directe betrokkenheid. Ze willen niet meer dansen naar de pijpen van de overheid, die na politieke besluitvorming bepaalt aan welke instellingen subsidies worden verleend. Ze willen zelf beslissen wat ze financieel steunen.'

De moderne Nederlander die wat geld over heeft, laat ook niet automatisch meer alles aan de kinderen na, zegt Schuyt, die binnenkort zal worden benoemd tot de eerste hoogleraar filantropie in Nederland. 'Je ziet een toenemende behoefte van particulieren om hun naam te verbinden aan fondsen.' In de filantropische sector stijgt de post 'geld uit nalatenschap' het sterkst (45 procent). Schuyt: 'Dat is in Nederland nog niet eerder vertoond. Universiteiten, ziekenhuizen en culturele instellingen profiteren daarvan.'

Schuyt spreekt van 'de ontmythologisering van de charimarkt'. Filantropie is geen sector meer die wordt beheerd door vrijwilligers die door weer en wind met collectebussen langs de deur gaan. De charimarkt is een professionele groeimarkt, waarop individuen, bedrijven, banken en vermogensbeheerders zich bewegen. Bij een professionele bedrijfstak hoort professionele controle.

Vooral, zegt Schuyt, 'omdat we te maken hebben met een speciale markt van vertrouwensgoederen'. 'Het gevende publiek moet kunnen uitgaan van de kwaliteit en integriteit van de ontvangende fondsen. Ze kunnen dat maar moeilijk zelf controleren. Als ze geld geven aan Enschede of aan Turkije, kunnen ze later niet de boeken opvragen .'

Nederlanders geven veel, maar echt tevreden zijn ze niet over de fondsenwervers. Uit een NIPO-enquête, die tijdens het CBF-jubileumfeest werd gepresenteerd, zegt slechts de helft van de ondervraagden tevreden te zijn over de organisaties. Irritatie is er over de berg acceptgiro's, de hoogte van de gemaakte kosten en de gebrekkige informatie achteraf over de bestedingen.

Wat controle betreft stelt de overheid zich terughoudend op. En terecht, meent Schuyt. 'De nieuwe filantropische bedrijfstak is financieel onafhankelijk en functioneert náást de overheid, de door de overheid gesubsidieerde non-profit sector en de markt en moet dus zijn eigen verantwoordelijkheid nemen.' Het CBF werkt sinds vier jaar met een keurmerk, maar erg bekend is dat niet. Uit de NIPO-enquête blijkt slechts 16 procent van de ondervraagden op de hoogte te zijn van het CBF-keurmerk.

Integriteit, kwaliteit en transparantie zijn van levensbelang, realiseren de fondsenwervers zich. Liefst 80 procent van de goede doelen-organisaties vindt dat het CBF-keurmerk niet breed en scherp genoeg is en wil strengere eisen stellen aan de verantwoording over de bestedingen. Een speciale werkgroep buigt zich over nieuwe criteria. Maar de eerste uitdaging is meer publieksbekendheid geven aan het keurmerk. Uit zelfbescherming, om de beunhazen eruit te filteren en de filantropen naar bonafide doelen te leiden. Opdat de gulle gever diep in de buidel blijft tasten.

Een belangrijk signaal dat de charimarkt volwassen wordt, is de snel groeiende wetenschappelijke begeleiding, meent Schuyt. Als voorbeeld noemt hij zijn leerstoel, die wordt betaald door de branche-organisaties FIN (Fondsen in Nederland) en VFI (Vereniging van Fondsenwervende Instellingen), de start van post academisch filantropisch onderwijs in het voorjaar van 2001 en de ontwikkeling van een master degree filantropische studies.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden