Reportage

Gevechtsvliegtuig F-003 kan altijd beter, maar voor 89,5 miljoen dollar heb je wel wat: ‘Dit is een revolutie in de luchtstrijdbranche’

De F-35 bij bij de Rollout Ceremony. De eerst operationele F-35 werd woensdag officieel overgedragen aan de Nederlandse luchtmacht. Beeld Hollandse Hoogte / Eline van Nes

Uit de JSF, het gevechtsvliegtuig dat uitgroeide tot hoofdpijndossier, is de F-003 geboren. Woensdag werd deze met toeters en bellen en hoog bezoek uit Nederland in het Amerikaanse Fort Worth gepresenteerd. ‘Hij ziet er goed uit op een luchtshow, ook belangrijk.’

Met oranje cowboyhoeden op dansen Nederlandse luchtmachtmilitairen in een hangar in Texas op de beats van twee ingevlogen dj’s. De gastheren van Lockheed Martin staan er onwennig bij – normaal wordt de oplevering van een gevechtsvliegtuig aan een buitenlandse klant rustieker gevierd. Ja hallo, we gaan hier geen klompendans opvoeren, hadden de Nederlanders tegen elkaar gezegd. Er schieten lasers over de hoofden, het ritme wordt een salvo en zelfs Maxime Verhagen, de nooit ontbrekende schakel van wat je het militair-industriële complex zou kunnen noemen, wiebelt wat met de schouders.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Jullie hadden hier kaartjes voor moeten verkopen, zegt de Amerikaanse onderminister van defensie Kevin Fahey even later. ‘Van dat geld hadden jullie zo nog een paar toestellen kunnen bestellen.’

Dan begint ook het luchtmachtorkest te blazen en wordt een scherm weggetrokken en daar staat hij dan, stevig op drie wielen, met de neus naar voren en een rechte rug en twee staarten omhoog: de eerste serieuze F-35 voor Nederland, een vliegtuig dat voor de vijand onzichtbaar moet zijn, glimmend in de schijnwerpers.

Buiten klinkt het gruizige scheuren van overvliegende straaljagers.

Dit is wat vroeger de JSF heette, een afkorting die een hoofdpijndossier werd, maar ondanks vertragingen en kostenoverschrijdingen nu echt een ding is geworden. Dit is de F-003, het eerste operationele toestel voor de Koninklijke Luchtmacht, waarmee Nederland de oorlogen van deze eeuw moet gaan winnen.

Piloten hebben hem wel een varken genoemd, maar nu heet hij een panter te zijn.

‘Ja, hij is grijs, hij heeft drie wielen en gaat heel erg snel, net als de F-16’, zegt luchtmachtbaas Dennis Luyt. ‘Maar daar stopt de vergelijking. Dit is een revolutie in de luchtstrijdbranche. Dit ding kan vechten en winnen op manieren die je je niet kon voorstellen. En hij ziet er goed uit op een luchtshow, ook belangrijk.’

De babyshower

De ‘roll-out’ woensdag is een soort babyshower voor wat een nieuwe generatie oorlogsvliegtuigen moet zijn. Uit Eindhoven is voor de gelegenheid de KDC-10 overgevlogen met vertegenwoordigers van de luchtmacht, het bedrijfsleven, het ministerie van Economische Zaken en de media, uit Washington is een hoge delegatie van het Pentagon aanwezig, en natuurlijk is de baas van Lockheed Martin er, Merillyn Lewson, die Nederland dankt voor de samenwerking.

Met horten en stoten stapte Nederland in het project, investeerde 800 miljoen, deed mee aan de ontwikkeling, en ziet daar nu het meest concrete resultaat van terug, naast de 1,4 miljard aan orders voor het bedrijfsleven, tot nu toe. Woensdag maakte GKN Fokker weer een nieuwe klus bekend.

Nederland heeft al eerder twee F-35’s geleverd gekregen, maar dat zijn testvliegtuigen, onder meer gebruikt voor de ‘belevingsvluchten’, om te horen hoe hun geluid werd beleefd rond de vliegbases Leeuwarden en Volkel. Nu komen de échte toestellen, gemaakt om te vechten, al zullen er eerst zes op een Amerikaanse basis in Arizona landen om Nederlandse vliegers op te leiden. De eerste toestellen voor Leeuwarden komen pas in oktober, afgemonteerd in Italië.

‘Dit is een mijlpaal’, zegt de Commandant der Strijdkrachten Rob Bauer. ‘Het is ongelooflijk belangrijk dat we dit toestel hebben. We kunnen straks weer overal ter wereld functioneren op de manier zoals we dat willen. De dreigingen zijn toegenomen, de noodzaak van dit toestel is toegenomen.’

Hij wijst op Rusland, dat luchtafweersystemen heeft ontwikkeld die vliegtuigen al op honderden kilometers afstand kunnen raken – systemen die in Syrië zijn opgedoken, en ook aan andere landen worden verkocht. Dit soort dreigingen beperkt de inzet van de F-16, het jachtvliegtuig dat Nederland nu voor zijn buitenlandse missies gebruikt. Het werd te gevaarlijk.

Ook Steve Over, internationaal verkoopdirecteur van fabrikant Lockheed Martin, laat met een zekere gretigheid tijdens een presentatie in het hoofdkwartier een wereldkaart zien waarop Rusland en China rood zijn ingekleurd, met cirkels eromheen die de dreiging nog groter maken. ‘Ik zal niet zeggen dat het een totale oorlog wordt, maar ongetwijfeld gaan de VS en zijn bondgenoten geconfronteerd worden met het beste militaire materieel. Daar moet je wat tegenover zetten.’

Onzichtbaar voor de vijand

Met de F-35 kun je de vijand beter zien zonder zelf gezien te worden, zegt piloot Albert ‘Vidal’ de Smit, die de F-35 al een paar jaar aan het testen is in Californië. Hij vloog met de F-16 in Bosnië, Servië, Kosovo en Afghanistan, maar werd steeds onrustiger. ‘Met de F-16 ben je soms drukker bezig met overleven dan met het uitvoeren van de missie. Je probeert weg te blijven van luchtafweersystemen, of bent geobsedeerd op je schermpjes aan het kijken of je niet wat gemist hebt. In de F-35 zit ik veel relaxter.’

Een vijfde-generatiejachtvliegtuig, wordt de F-35 genoemd, omdat hij slecht te zien is door de radar (stealth), en omdat hij de informatie van zijn sensoren samenvoegt en geïntegreerd projecteert op de helm van de vlieger. Die heeft daardoor meer hersens over om over andere dingen na te denken. Ook wordt de informatie gedeeld met andere vliegtuigen, en soldaten op de grond. Het vliegtuig wordt een knoop in een netwerk, is het idee, met een veel beter idee van de situatie.

Maar dat is wel een enorme opgave gebleken – temeer daar de F-35 vier, vijf andere types moet opvolgen. De kosten per stuk zijn bijna verdubbeld, sinds de eerste prognoses eind jaren negentig, ook al daalt het prijskaartje nu licht (laatste aanbieding: 89,5 miljoen dollar), en de kosten van het gebruik en onderhoud vallen ook tegen (Steve Over laat een grafiek zien van dalende kosten, maar op de y-as staan geen getallen – en dat is expres zo, hij wil niet zeggen om hoeveel dollar het gaat).

Nederland kon daardoor maar 37 F-35’s kopen, in plaats van de aanvankelijk geplande 85. In december heeft de Navo aan Nederland wel gevraagd om een derde squadron van vijftien toestellen aan te schaffen.

Revolutionair is ook de gelijktijdige ontwikkeling en productie: het vliegtuig is een soort iPhone die voortdurend geüpdate moet worden. Bij een laatste inventarisatie ontdekte de Amerikaanse rekenkamer nog honderden tekortkomingen. Zelfs de Amerikaanse interim-minister van defensie Patrick Shanahan (voorheen werkzaam bij Lockheeds concurrent Boeing) klaagde dinsdag dat de F-35 niet genoeg waar voor zijn geld biedt. ‘Ik denk dat er nog veel ruimte is voor verbetering.’

Woensdag was de projectleider van het Pentagon, Mat Winter, diplomatieker. ‘We zijn een veeleisende klant. We verwachten veel van de fabrikant. Het toestel is nooit af.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden