Gevecht om Politiewet is strijd tussen rekkelijken en preciezen

De gezagscrisis bij politie en justitie in Groningen had voor minister Dijkstal van Binnenlandse Zaken op geen beter moment kunnen komen....

Van onze Haagse redactie

DEN HAAG

Dijkstal strijdt al jaren voor zijn standpunt. De Politiewet 1993 is door PvdA en CDA in het vorige kabinet erdoor gedrukt. Dijkstal verzette zich als VVD-Kamerlid fel tegen de vergaande decentralisatie van bevoegdheden. Ook als minister bleef hij tegen de wet.

Dijkstal is er niet populair mee geworden. Telkens als er in een politieregio iets gebeurt, verklaart hij weinig te kunnen doen. Het parlement staat vervolgens met lege handen. Een minister controleren die geen besluiten mag nemen, is als zwemmen in een droog zwembad.

De discussie in het parlement over de praktijk van de Politiewet is verworden tot een strijd tussen de rekkelijken en de preciezen. De rekkelijken, PvdA, CDA en in mindere mate D66, wijzen erop dat de politieministers wel wat te vertellen hebben als ze alle mogelijkheden van de wet benutten. Zij krijgen steun van hoogleraren.

D66 is ook altijd dat standpunt toegedaan, maar toenmalig woordvoerder en huidig fractievoorzitter T. de Graaf heeft er immer op gewezen dat als het parlement de minister goed wil controleren, er ook wat te controleren moet zijn. Maar ook De Graaf bekritiseert Dijkstals nauwe uitleg van de huidige Politiewet.

VVD-Kamerlid B. Korthals was twee jaar geleden nog Dijkstals belangrijkste criticaster. Een VVD'er die zijn handen in de lucht steekt en zegt: ik kan weinig doen - dat is niet de stijl waarvan de partij van law and order houdt.

Korthals viel in juni vorig jaar van zijn stoel toen hij van Dijkstal vernam dat hij geen keiharde afspraken had gemaakt over de uitbreiding van de sterkte. 'U heeft toch wel convenanten gesloten?' vroeg Korthals verwonderd. Dat kon wettelijk niet, zei Dijkstal.

Korthals is nu wel voor meer bevoegdheden, omdat de politieministers blijkbaar te weinig kunnen ingrijpen. Zeker geldt dit voor crises als die in Rotterdam (Brinkman-Peper) en Groningen (Ouwerkerk-Veenstra).

Markant waren de uitspraken van CDA-Kamerlid F. van der Heijden in oktober in NRC Handelsblad. Hij was destijds woordvoerder in het debat over de nieuwe Politiewet. Hij gaf toe in te zien dat de minister beperkte mogelijkheden heeft in de regio in te grijpen (de korpsbeheerder aan te pakken), terwijl de korpsbeheerder niet democratisch wordt gecontroleerd. Dijkstal nam de bekentenis van de CDA'er dankbaar in ontvangst.

De PvdA zegt geen voorstander te zijn van meer macht voor Den Haag. Maar Dijkstal wees er fijntjes op dat de uitspraken van 'PvdA-lijsttrekker Kok', waar die feitelijk sprak als premier, 'interessante politieke effecten' kunnen hebben.

Dijkstal en Sorgdrager hebben vorig jaar de Kamer voorgesteld meer macht aan de politieministers te geven. Ze willen de beleidsplannen van de politieregio's vaststellen, meer macht over het ontslag van hoge politiemensen en meer invloed op het budget, om bijvoorbeeld het aantal extra agenten te kunnen voorschrijven.

De politie, justitie en korpsbeheerders voelen niets voor deze centralistische tendens. Als het departement zich gaat bemoeien met alle beleidsplannen, leidt dat tot meer bureaucratie, menen zij.

De Groningse gezagscrisis komt Dijkstal gelegen. Vier maanden voor het begin van de kabinetsformatie lijkt de kans dat Den Haag meer macht krijgt over de politie, ondanks het verzet van politie en justitie, dichterbij gekomen. Maar een stevig debat in de Tweede Kamer zal nog volgen, want de meerderheid is nog niet om.

Jan 't Hart

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden