Gevangenis zonder ontsnappingen

Daar achter die grote struik kan hij rustig wateren. Niemand let op hem, zelf kijkt hij niet op of om....

KEES BROERE

Van onze correspondent

Kees Broere

KIGALI

Als de gedetineerde gewild had, zou hij de 'Gereza ya Kigali', de centrale gevangenis van de Rwandese hoofdstad, zo hebben kunnen ontvluchten. Op het terrein waar de man aan het werk is, vlak buiten de poort, staan al wel de palen voor een nieuwe omheining, maar is nog geen hek te bekennen. Niemand echter rent de vrijheid tegemoet.

Ook binnen de muren van de gevangenis lijkt de gedachte aan ontsnapping de laatste die de mannen in de roze pakken bezighoudt. In een hoek zit iemand op zijn hurken te wriemelen met een breiwerkje. Een andere man leest in zijn bijbel. En wie vannacht niet in slaap kwam, kan nu de schade ruimschoots inhalen.

Niemand in Rwanda zit vrijwillig vast. Elke gevangene koestert het verlangen om snel vrij te komen. Maar niemand ontsnapt, zelfs als de mogelijkheden daartoe ruimschoots aanwezig zijn. Wie eenmaal als verdachte is binnengebracht, blijkt zich volledig naar het gevangenisregime te richten. Ook zonder extra toezicht.

'Waardig' is typisch genoeg een treffende benaming voor de sfeer in de overvolle barakken. Niet door de omstandigheden, maar door de wijze waarop de gevangenen zelf hun leven in detentie vorm weten te geven. In een omgeving waar elke plek door bijna vier mensen moet worden gedeeld, heerst een haast serene rust. De gezichten staan nog net niet tevreden.

'We hebben het zelf strak geregeld', zegt François Gusagara. Hij wordt verdacht van de gruwelijke massamoorden in 1994, maar presenteert zich hier als de capitain général, de hoofdopzichter. 'Eigenlijk is het hier net als buiten. We zijn één grote familie, waarvan ik aan het hoofd sta. Wapens komen er hier niet aan te pas.'

Gusagara wijst op de mannen met gele baretten. Zij vormen een groep van 110 mensen, die samen de beveiliging van de meer dan achtduizend mannelijke gedetineerden voor hun rekening nemen. Natuurlijk zijn er ook officiële bewakers, zo'n vijftig in getal, maar zij vallen nergens op. Pas als gevangenen de stad ingaan, bijvoorbeeld om te werken in de huizenbouw, komen de geweren van de gendarmerie te voorschijn.

De gevangenis als spiegel van de Rwandese samenleving. Het land zweert bij strakke hiërarchie. En juist dat vormt een van de oorzaken van de genocide, die naar schatting aan 800 duizend Tutsi's en gematigde Hutu's het leven kostte. Het stijfsel van de staatsorde, versterkt door een katholieke kerk in zeer oude stijl, maakte niet alleen dat ieder zijn plek kende maar ook dat ieder precies wist waar de vermeende vijand zat.

Binnen de gevangenis is als vanzelf op de oude orde teruggegrepen. De capitain général wordt in wat hij zijn 'administratie' noemt bijgestaan door een keur aan blokhoofden, secretarissen en andere bureaucraten-in-roze. De gevangenen regelen zelf hun corveediensten, de ziekenzorg, het uitdelen van voedsel en het schoonhouden van de vloeren.

Een haast bizar hoogtepunt in regelzucht is de mis in de volgepakte overkapte ruimte die ook als kerk dienst doet. De priester kijkt tevreden toe als een dirigent zich voor het meer dan duizendkoppige koor opstelt. Precies op zijn teken vallen de mannen in. Klappend en zingend. Zuiver, volstrekt in maat, en ook nog eens professioneel tweestemmig.

In de vrouwenafdeling, waar ook 36 kinderen verblijven, kent de organisatie ook wat lossere trekken. Zo hebben de gevangenen er zelf hun roze kleren genaaid, ieder naar eigen smaak. De één prefereert pofmouwtjes, de ander een décolleté. De hoofden zijn kaalgeschoren, maar dat enkel vanwege de hygiëne.

Opzichtster Josepha Mukantagungira leidt rond. 'We zijn hier met 666 mensen', vertelt zij. Het getal van het Beest, maar die gedachte verdwijnt al snel naar de achtergrond. Het kost enige moeite je voor de geest te houden dat hier mensen zitten die de meest grove misdaden hebben begaan.

Hoe schoon en fijn geregeld ook, de 'Gereza ya Kigali' blijft toch de plaats waar te veel mensen veel te lang moeten wachten tot in hun zaak rechtgesproken wordt. 'Dat is voor velen de zwaarste straf', zegt zuster Jeannette van Ool, een katholieke non die al sinds 1962 in Rwanda is en tegenwoordig werkt voor en met vrouwelijke gevangenen.

'De mensen kunnen nog steeds niet beginnen hun dagen af te tellen. Nooit weten ze of er beweging komt in hun zaak, of hun dossier van onderop de stapel te voorschijn zal komen. Dat maakt het zo zwaar. En toch zeggen ze: wij blijven overeind.' Die trots - en het respect voor elkaar - houdt de gevangenen op de been.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden