'Gevangenen mochten elkaar niet aansteken'

In het ontwerp van gevangenissen worden denkbeelden over criminaliteit weerspiegeld.

Arnhem, Breda en Haarlem: drie Nederlandse steden waar eind negentiende eeuw een koepelgevangenis werd gebouwd. Bijzonder veel vergeleken met andere landen, blijkt uit promotie-onderzoek van Ros Floor aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij promoveert aanstaande donderdag op de architectuur van Nederlandse gerechtsgebouwen en justitiële inrichtingen tussen 1870 en 1914, een periode waarin het ministerie van Justitie fanatiek bouwde.


Volgens de cultuurwetenschapper ligt in het ontwerp van oude gevangenissen besloten hoe Nederlanders destijds over criminelen dachten. 'Bij een koepelgevangenis is je overbuurman 50 meter ver. Contact leggen kon niet, en dat was precies de bedoeling. Zo hoopte men eind negentiende eeuw te voorkomen dat de gevangenen elkaar moreel zouden besmetten.'


Waarom werden in Nederland juist tussen 1870 en 1914 zoveel tuchtscholen, gestichten en gevangenissen gebouwd?

'Eeuwenlang was er amper zoiets als een Rijksoverheid. Pas vanaf 1848, na het in werking treden van een nieuwe grondwet, en tegelijk met ontwikkelingen als de industrialisatie kreeg Nederland meer centrale regie. De Rijksoverheid werd steeds belangrijker en machtiger en daar hoorden ambitieuze bouwplannen bij, ook op het gebied van justitie.'


Welke ontwerpfilosofie stond destijds centraal bij gevangenissen?

'Vóór 1870 werden gevangen vaak met z'n allen bij elkaar opgesloten. Daarna rukte het cellulaire systeem op: gevangen moesten zoveel mogelijk gescheiden worden, zodat ze elkaar niet zouden aansteken met foute ideeën. Gedetineerden zaten dag en nacht alleen in hun cel. Als ze mochten luchten, ging dit een voor een. Zelfs de kerkdienst was cellulair ingericht. Dan zaten alle gevangen tussen schotten in de kerk, zodat ze elkaar niet konden zien, maar de dominee wel.


'Bij de koepelgevangenis is het cellulaire principe extreem doorgetrokken. In bijvoorbeeld vleugelgevangenissen bevindt de overbuurman zich op een meter of vijf - met hem kun je dus kletsen. In een koepelgevangenis is het meer dan vijftig meter. Bij de keuze voor een koepelgevangenis speelden ook efficiencyargumenten, bijvoorbeeld dat één bewaker in het midden van de koepel alle cellen in de gaten kan houden. Maar de angst voor morele besmetting tussen gevangenen speelde zeker ook een rol.'


Dus een koepelgevangenis is nu uit de tijd?

'Ja, dat blijkt ook uit het feit dat er na 1901 nooit meer een is gebouwd in Nederland. De koepelgevangenissen van Arnhem, Breda en Haarlem zijn weliswaar nog in gebruik, maar het dagelijks leven is daar nu anders dan een eeuw geleden. In nieuwe bijgebouwen komen de gevangen bij elkaar om samen te eten, werken en sporten.'


Wat veroorzaakte de kentering van 'eenzame opsluiting' naar 'samen je straf uitzitten'?

'Dat ging langzaam, maar vooral de ervaringen uit de oorlog waren cruciaal. Mensen die het na 1945 voor het zeggen hadden, hadden vaak zelf als verzetsmensen in de gevangenis gezeten. Dat heeft hun kijk op opsluiten en straffen veranderd. Het moest menselijker, socialer. En dat zie je terug in de architectuur van de gevangenissen die sindsdien zijn gebouwd.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden