Gevangen in ketenzorg

De zorgketen van de toekomst

November 2011. Huisarts Margriet Koops heeft al een maand vrijwel geen patiënt gezien. ‘Ik dacht dat jij in de zorg werkte’, zegt haar dochter. ‘Je praat alleen nog maar over contracten, geld en onderhandelingen.’ Koops onderhandelt zich inderdaad suf. Eerst met de zorgverzekeraar, over kosten en prestaties. Niet alleen van haarzelf, maar ook van oogartsen, fysiotherapeuten en al die andere lieden die diabetespatiënten behandelen.

Onderhandelen

Resultaat is dat ze ‘hoofdcontractant voor de keten-DBC diabeteszorg’ wordt. Dat betekent dat zij nu zelf met die hele santenkraam van zorgverleners moet onderhandelen. Ze moet zorgen dat zij allemaal goed samenwerken en de vereiste prestatie-indicatoren halen, anders heeft zij een financieel probleem.


Ook voor de ‘keten-DBC hartfalen’ heeft Koops zich het vuur uit de sloffen gelopen, maar die is aan haar neus voorbijgegaan. De verzekeraar heeft daarvoor een bedrijfsarts gecontracteerd. Een financiële strop voor Koops. Bovendien moeilijk uit te leggen aan haar patiënten. ‘Nee, u moet nu niet meer bij mij zijn voor problemen die met uw hart te maken hebben, daarvoor moet u naar een nieuwe dokter. Ik ben wel uw huisarts, ja, maar voor deze klachten heeft de verzekeraar een bedrijfsarts gecontracteerd.’ ‘Maar dokter, hoe kan ik nu weten welke klachten met mijn hart te maken hebben?’ Tja. Patiënten met hartfalen komen vaak bij de dokter; slechts 15 procent van hun klachten heeft met hartfalen te maken.


Patiëntengroepen

Dit staat ons te wachten als het plan van minister Klink voor ‘functionele bekostiging van de huisartsenzorg’ en ‘keten-DBC’s, doorgaat. Huisartsen zijn er niet blij mee (zie ook Forum, 13 augustus). Huisartsen of hun concurrenten (zoals bijvoorbeeld bedrijfs- of sportartsen) moeten coördinerende taken van zorgverzekeraars overnemen voor in eerste instantie vier patiëntengroepen: mensen met diabetes, hartfalen, chronische longziekten en risico op hart- en vaatziekten. De huisarts als ‘hoofdcontractant’ moet andere zorgverleners ‘in de keten’ contracteren en zorgen dat ze door de verzekeraar vastgestelde prestaties-indicatoren halen.

Klink denkt hiermee samenwerking te bevorderen en kosten te besparen, onder andere door minder dubbelbehandelingen en doordat bijvoorbeeld specialisten minder vaak werk zullen doen wat de goedkopere huisarts of diëtist ook kan doen. Er zijn minstens vijf redenen om dit voorstel met een breed gebaar van tafel te vegen. Ten eerste is de huisartsenzorg de trots van Nederland.

Talloze andere landen zijn jaloers op onze huisarts die 96 procent van de klachten afhandelt tegen 4 procent van de kosten. Beleidsmakers dienen zich te beperken tot oplossen van problemen, in plaats van overhoop te gooien wat goed gaat. Klink beweert dat het in Duitsland en Groot-Brittannië goed werkt, maar in die landen is de huisarts minder duidelijk poortwachter. Uit onderzoek blijkt dat het systeem alleen verbetering biedt in zulke landen (Medisch Contact 28 mei en 2 juli).


Verwarring

Logisch, want wanneer patiënten gewend zijn om voor alles eerst naar de huisarts te gaan zoals bij ons, ontstaat verwarring. Hoe weet je nu of je klacht met diabetes of hartfalen te maken heeft of niet? Dus ga je toch maar eerst naar de huisarts. Als die je moet verwijzen naar een andere poortwachter, leidt dat tot dubbelbehandelingen en dus extra kosten.


Naast het risico op dubbelbehandelingen zullen, ten tweede, ook al die extra onderhandelingen tot kostenstijging leiden, zoals de schets van huisarts Koops aangeeft. Ten derde zijn de meeste huisartsen niet vanwege plezier in onderhandelen huisarts geworden.

In het licht van het dreigende huisartsentekort en explosieve stijging van de salarissen van andere specialisten moet Klink de (de)motivatie van huisartsen serieus nemen. Wie dol is op onderhandelen, heeft een ander beroep gekozen.

Vraag centraal

Ten vierde is hier geen vraag naar. Welke patiënt of huisarts zit nu te wachten op concurrentie tussen huisartsen en aanpalende artsen? Juist marktadepten als Klink zouden de vraag centraal moeten stellen.


Het is, ten vijfde, het zoveelste voorbeeld van zakdoekje leggen – al decennia lang het verlegenheidspel in de zorg. De rotklus van het managen en organiseren van de zorg wordt stilletjes steeds weer ergens anders gedumpt. Maar organiseren en managen moet de overheid zelf doen, of, als ze dan toch marktwerking wil, de zorgverzekeraars laten doen. Huisartsen hebben een ander vak, druk en moeilijk genoeg. Kamer, patiëntenverenigingen en huisartsen: stop Klinks tijdverslindende en motivatiedodende plannen. Keten artsen niet in ketenzorg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden