Gevallen engelen

Dominee Leo de Graaff wil dat engelen terugkeren in de geloofsbeleving, maar dan kunnen duivels en demonen eigenlijk niet achterblijven....

Dominee Leo de Graaff uit Tiel wil de engelen terug. Vooral de goede engelen, want die boodschappers van God dienen zich nu eenmaal het vaakst aan in de bijnadoodervaringen zoals die door een aantal Nederlandse artsen geboekstaafd zijn.

Hedendaagse engel-ervaringen, aldus de hervormde De Graaff in het proefschrift waarop hij onlangs aan de Vrije (gereformeerde) Universiteit in Amsterdam promoveerde tot doctor in de Godgeleerdheid, verschillen hemelsbreed van de bijbelse beschrijvingen dienaangaande. Want terwijl er in de huidige engel-ervaringen steevast licht aan het eind van de tunnel schijnt, spreken in de bijbel niet zelden ook duivels en demonen een woordje mee.

Vreemd eigenlijk dat De Graaff die niet ook in de moderne samenleving heeft ontdekt, want iedere rechtgeaarde gelovige die bijvoorbeeld wel eens een psychiatrische inrichting heeft bezocht, zou zich op zijn minst kunnen afvragen of de mensen die daar verblijven niet worden bezocht door demonen waarin Satan de hand heeft gehad.

Mogelijk gaat De Graaff in een volgende wetenschappelijke verhandeling nog eens in op die, meer duistere, kant van de zaak. In de Volkskrant van 7 januari liet hij in elk geval weten dat behalve de engelen ook de duivel en andere demonen toe zijn aan een wedergeboorte in de moderne geloofsbeleving en godsdienstwetenschap.

Daarin heeft hij uiteraard gelijk, want engelen en duivels horen bij elkaar als man en vrouw, dag en nacht, goed en kwaad. Moderne mensen willen dat nog wel eens vergeten, maar de duivel is een door God uit de hemel verbannen aartsengel, Lucifer, die ons geloof voortdurend beproeft.

Dat begon al met de zondeval toen Eva op influistering van het serpent (de duivel in de gedaante van een slang) niet van de appel kon afblijven. Maar ook daarna zijn er in het Oude en Nieuwe Testament tal van plaatsen waarin Satan zijn invloed doet gelden. Jezus Christus heeft er in zijn dagen nog handenvol werk aan gehad.

Het optreden van de duivel en diens demonen bleef trouwens bepaald niet tot de bijbel beperkt. In de Middeleeuwen, en nog lang daarna, figureerden ze op tal van schilderijen, (Jeroen Bosch), in de literatuur (Van Miltons Paradise Lost tot Goethes Faust, maar vooral ook in het alledaagse leven. En dat niet als symbolische, maar als werkelijke verschijningsvormen van het kwaad. Joden, de moordenaars van Christus, en heksen, vrouwen die door de duivel bezeten zijn, werden om die reden met harde hand bestreden.

In zekere zin is het zelfs aan de duivel te wijten dat de engelen uit de huidige theologie en geloofsbeleving verdreven zijn. Het Verlichtings-denken van de 17de en 18de eeuw, dat volgens De Graaff de weg bereidde voor het verdwijnen van de engelen uit de protestante kerken en geloofsbeleving, richtte zich weliswaar in de eerste plaats tegen de duivel. Maar omdat goed en kwaad nu eenmaal onverbrekelijk verbonden zijn, sleepte de duivel de wereld der engelen mee in zijn val.

Balthasar Bekker, een 17de-eeuwse vakbroeder van De Graaff, droeg daaraan in niet geringe mate bij. Bekker, in 1634 in Metslawier in Friesland geboren als zoon van een dominee, studeerde wijsbegeerte, Oosterse talen en geschiedenis in Groningen en vervolgde zijn studie daarna aan de Latijnse School in Franeker waar hij tot predikant werd opgeleid.

Die roeping oefende hij eerst in het Friese Oosterlittens uit. Maar omdat het intellectuele klimaat in Friesland in die dagen niet al te ruimdenkend was, verhuisde hij in de jaren zeventig naar Holland, waar hij als predikant achtereenvolgens gemeenten in Loenen, Weesp en, vanaf 1679, in Amsterdam bediende.

Totdat hij vanwege een kritische publicatie over de duivel door de Noord-Hollandse synode uit zijn ambt werd verjaagd. Eerder al had Bekker zich onderscheiden met een verhandeling over kometen (1683) die hij, anders dan veel tijdgenoten, niet als bovennatuurlijke verschijnselen beschouwde. Bovendien verzorgde hij de vertaling van een pamflet tegen een heksenproces in Somerset, waarin werd betoogd dat de bewijsvoering ondeugdelijk was en 'dat de arme oude vrouw waarschijnlijk vromer was dan haar aanklagers'.

Dat Engelsche Verhaal (1689) leidde al tot veel consternatie, maar toen Bekkers Betoverde Weereld (1691-1693), een vierdelige studies naar Satan, zwarte magie, demonen, bezetenheid en hekserij, uitkwam, waren de rapen gaar. Bekker, dominee tenslotte, bestreed nog niet eens dat Satan bestaat, maar wel dat de duivel, en alle daarvan afgeleide verschijningsvormen, invloed hebben op het alledaagse leven of op de wetten der natuur.

Voorzover Satan zich in de bijbel manifesteert, gaat het volgens Bekker om verhalen met een symbolische, allegorische betekenis, die vooral niet letterlijk moeten worden genomen. Bovendien beschuldigde hij de priesterklasse van Anglicaanse, Lutherse en katholieke huize ervan dergelijke waanvoorstellingen levend te houden en aldus de verschrikkelijke praktijken van de heksenvervolgingen te continueren. In Denemarken werd nog in 1693 een heks op de brandstapel ter dood gebracht.

Bekkers Betoverde Weereld werd een bestseller. De eerste Nederlandstalige editie van achtduizend exemplaren was razendsnel uitverkocht en er verschenen al snel vertalingen in het Frans, het Duits en, in een verkorte versie, in het Engels. Vrijwel overal in Europa, schrijft Jonathan Israel, de belangrijkste hedendaagse historicus van de Nederlandse Republiek en de vroege Europese Verlichting, werd Bekkers studie tot diep in de 18de eeuw gelezen en besproken. Maar een handjevol half atheische vrijdenkers daargelaten, waren de reacties zelden lovend.

Tartarotti, een Italiaanse criticaster, die zelf ook kritiek op de heksenprocessen had, meende nog halverwege de 18de eeuw dat Bekker met zijn radicale kritiek op de verschijningsvormen van Satan in de bijbel diens kwalijke werk op aarde een handje geholpen had.

In veel andere reacties werd de Amsterdamse dominee ervan beschuldigd met zijn vrijzinnige bijbelinterpretatie de weg te bereiden voor opvattingen die nog veel gevaarlijker waren dan die de zijne: het athee en spinozisme.

Bekker die Benidictus de Spinoza (1632-1677) ooit had ontmoet, ontkende dat ten stelligste. De filosofie van de grote Joods-Portugees-Nederlandse denker interesseerde hem wel, maar zelf beschouwde Bekker zich als aanhanger van Renescartes (1596-1650), die in de jaren dertig en veertig een toevluchtsoord vond in Nederland.

Spinoza, betoogde onder meer dat God en de Natuur samenvallen. Wie God wil leren kennen, zal met andere woorden de wetten van de natuur en van de samenleving moeten bestuderen. Voor bovennatuurlijke goddelijke interventies is daarin geen plaats.

Descartes was minder radicaal en betoogde dat er naast de materi wereld nog een tweede, spirituele, geestelijke wereld bestaat waarin God de scepter zwaait.

Bekker sloot zich daarbij aan. Maar dat mocht niet baten. De Amsterdamse kerkenraad dwong Bekker tot het tekenen van een aantal 'Articulen tot Satisfactie' waarin nadrukkelijk werd vastgelegd dat goede en kwade engelen bestaan en dat zij Gods wil voltrekken ten gunste van de uitverkoren en ten nadele van hen die zondaars zijn. Daarmee leek de zaak voor Bekker met een sisser af te lopen.

De meeste dominees en theologen die elders in de Republiek de dienst uitmaakten, drongen evenwel aan op krachtiger maatregelen tegen de afvallige Amsterdamse predikant. En tijdens een bijeenkomst van de Noord-Hollandse synode in 1692 werd hij door zijn collega's ongeschikt verklaard om het beroep van predikant nog langer uit te oefenen en voorgedragen voor ontslag.

Omdat de gereformeerde kerk destijds nog de staatskerk was, zat er voor de Amsterdamse burgemeesters die Bekker hadden aangesteld weinig anders op dan daarin te bewilligen. Toch besloten zij Bekker niet te ontslaan, maar hem, met behoud van salaris te schorsen.

Vergeleken met andere vrijdenkers van die dagen kwam Bekker er daarmee genadig vanaf. Spinoza zelf, opereerde zeer voorzichtig (zijn boeken verschenen alleen in het Latijn) en werd bovendien lang door raadspensionaris Johan de Witt (1625-1672) beschermd. Maar een van diens aanhangers, de filosoof Adriaen Koerbagh (1632-1669) werd in 1668 voor het gerecht gedaagd vanwege de godslasterlijke opvattingen die hij samen met zijn broer Johannes (1634-1672) in het Nederlands had ontvouwd.

Johannes ontsprong de dans, maar Adriaen kreeg een boete van 6000 gulden en 10 jaar gevangenisstraf opgelegd en overleed in het Rasphuis in Amsterdam.

Volgens Jonathan Israel hebben Spinoza, Koerbagh, Bekker en een aantal andere inmiddels vergeten radicale filosofen en schrijvers uit het 17de-eeuwse Nederland een geweldig grote invloed gehad op het verdere verloop van de Europese geschiedenis.

Met hun kritiek op letterlijke bijbelinterpretaties droegen zij niet alleen bij aan de bestrijding van bijgeloof en religieuze terreur, maar schiepen zij ook de ruimte waarin op den duur ratio en de moderne wetenschap en de democratie tot bloei konden komen.

Vooral de betekenis van Bekker is lang onderschat. Maar dankzij zijn kritiek op de duivel droeg Bekker bij 'aan een van de meest beslissende omwentelingen in de geschiedenis van de mensheid'. Hij was, 'zonder twijfel, een van de meest vooraanstaande figuren van de vroege Verlichting in Europa en Nederland'.

Hoewel de Graaff de Verlichting verantwoordelijk acht voor het verdwijnen van de engelen uit de kerk, blijft het pionierswerk van Balthasar Bekker in zijn proefschrift onbesproken. Hij kent het werk van zijn grote 17de-eeuwse voorganger wel, 'maar een collega van me is er in een proefschrift over Satan al eens op in gegaan, en mijn bespreking van de Verlichting is sowieso beknopt en beperkt.'

Anders dan Bekker en de meeste hedendaagse theologen is De Graaff er echter heilig van overtuigd dat engelen zich in ons leven kunnen manifesteren. Al is het alleen maar omdat hij ooit zelf een bijzondere ervaring met het Licht heeft gehad. 'Maar waar het mij vooral om gaat, is dat door het verdwijnen van de engelen, ook de Almacht van God, diens Voorzienigheid en het Hemelse Leven niet meer serieus worden genomen in de kerk'.

'Het is minuut voor twaalf', aldus De Graaff. 'Vorig jaar hebben zo'n 65 duizend mensen het lidmaatschap van hun gemeente opgezegd. Daarin zal alleen verandering komen als er voor authentieke transcendentale ervaringen weer een plekje wordt ingeruimd in geloofsbeleving en godsdienstwetenschap.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden