Gevaarlijk precies

'Hoger toptarief in de inkomstenbelasting levert geen hogere belastingopbrengst op', meldde het Centraal Planbureau (CPB) vorige week. Een conclusie waar de economische commentatoren wel raad mee wisten. Levert een lager tarief dan ook meer op?, vroeg RTL's Mathijs Bouman zich af. Jazeker, twitterde Financieele Dagblad-redacteur Leon Willems. Het CPB had het 'opbrengstmaximaliserende toptarief' voor Nederland namelijk vastgesteld op 49 procent, terwijl het toptarief nu 52 procent is. Ze waren het snel met elkaar eens: dat toptarief moet naar beneden. In de Volkskrant prees Sheila Sitalsing het 'keurige' rekenwerk van het CPB: 'Het becijferde de elasticiteit en de Pareto-parameter, en liet die los op een formule (...) de uitkomst: 49 procent.'


Ook het CPB zelf was direct overtuigd en heeft het model waarmee kabinetsplannen worden doorgerekend aangepast. Bij de vorige doorrekening van de verkiezingsprogramma's leverde het hogere toptarief van de linkse partijen de schatkist nog wat op. Dat is nu verleden tijd. Hiermee zet het CPB een belangrijke wissel om. De miljarden die nodig zijn om Brussel tevreden te stellen zal het kabinet niet meer bij de topinkomens vinden.


Cruciaal in de berekening van het Centraal Planbureau is de schatting van de elasticiteit van het belastbaar inkomen; de mate waarin de belastinggrondslag verandert (afneemt) als het belastingtarief verandert (stijgt). Een hoger tarief kan de belastinggrondslag doen slinken doordat de topinkomens minder gaan werken, de belasting ontduiken of emigreren.


Die elasticiteit blijkt internationaal spectaculair uiteen te lopen. Van 0,04 (bijna geen effect) voor Deense werknemers met een inkomen van boven de 100 duizend kronen, tot 1 voor Canadezen met een inkomen hoger dan 60 duizend Canadese dollars. In 2001 bleek deze elasticiteit voor Nederlandse werknemers met een inkomen van tussen de 50- en de 100 duizend euro 0,26 te bedragen. Dit getal neemt het CPB als basis voor zijn berekeningen.


De aanname is dus dat de huidige topinkomens op dezelfde manier zullen reageren op veranderingen in het toptarief als in 2001. Maar maakt het dan geen verschil of je leeft te midden van een uitzichtloze eurocrisis of in de rustige nadagen van Paars? De tijd dat Jan Pronk nog eendrachtig samenwerkte met zijn VVD-collega's. Voorwaar toch een heel andere tijd.


Topinkomens die naar België willen verkassen, zullen nu eerst hun huis moeten verkopen. En hoe moet dat met die restschuld? Ook belastingontduiking is tegenwoordig andere koek. Menig bankgeheim is gesneuveld in de Amerikaanse strijd tegen de financiering van terrorisme. Er gaat geen EU- of G20-top voorbij zonder nieuwe maatregelen tegen belastingontduiking.


Minder uren werken dan? Ja, wie zich de luxe kan veroorloven. Ook de hogere inkomens hebben hun koopkracht, vermogen en pensioenbesparingen zien slinken. Om de levensstijl waar het gezin zo aan hecht in stand te houden, zijn bij een hoger toptarief juist meer werkuren vereist.


Kortom: het CPB heeft berekend wat in 2001 het optimale toptarief was (49 procent). Niemand weet wat het nu is. De zorg van het CPB over de effecten van een tariefsverhoging op de belastinggrondslag is reëel, maar gegeven de huidige crisissituatie waarschijnlijk overdreven.


De economische smaakmakers hebben een belangrijke les van de financiële crisis niet geleerd, namelijk dat je niet kunt blindvaren op modellen. In de Middeleeuwen wist je dat je einde nabij was als een zot naast je bed verscheen die Latijnse woorden prevelde, of iets wat daarvoor moest doorgaan, eens in je pis keek en besloot dat het tijd was voor een aderlating danwel schedelboring. Tegenwoordig prevelen economen iets over Pareto-parameters en elasticiteit, passen hun model aan en daar gaan we.


Beter dan te koersen op valse zekerheden is te weten wat je niet weet. Modelmatige exercities hebben hun waarde als hulpmiddel, niet meer dan dat. Helaas spelen modellen juist in het Nederlandse beleidsproces een allesbepalende rol. Zegt het CPB dat een opbrengst er niet is, dan komt die er ook niet.


Dit is des te gevaarlijker nu Brussel Nederland dwingt niet alleen te hervormen maar ook op korte termijn de overheidsfinanciën te verbeteren. Een crisisheffing voor de hogere inkomens kan de tijd overbruggen totdat hervormingen van zorg, woningmarkt en pensioen geld opleveren.


Dit kabinet durft niet tegen Brussel in opstand te komen. Hopelijk wel tegen de eigen economen.


Rens van Tilburg

is econoom.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden