Gevaarlijk nonchalant Plasterk heeft geen haast meer

In een openbare machtstrijd om het Nationaal Historisch Museum, liepen de twee directeuren en minister Plasterk flinke krassen op. Het museum komt niet op de door hen gewenste locatie, de aanpak moet chronologischer....

Hoe was het gelopen met het Nationaal Historisch Museum als niet Erik Schilp en Valentijn Byvanck waren benoemd? Stel dat Edwin van Huis directeur was, de geroemde oud-directeur van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. Hij stond hoog op het lijstje van minister Ronald Plasterk van Cultuur, vóór de jonge honden van de Nederlandse museumwereld in beeld kwamen.

Zou Van Huis, die in Hilversum én een prachtig modern gebouw neerzette (van architectenbureau Neutelings Riedijk) én er een publiekstrekker van maakte, wel verder zijn gegaan met de canontoren van architecte Francine Houben? Zou hij geen probleem hebben gehad met de plek naast het Nederlands Openluchtmuseum, in de Arnhemse bossen?

Het is een aardig onderwerp voor de afdeling ‘wat zou er gebeurd zijn als...’ van het Nationaal Historisch Museum. Die afdeling was een van de plannen die Schilp en Byvanck ontvouwden om geschiedenis aantrekkelijker te presenteren. Maar Van Huis werd het niet, en of er in het jongste rijksmuseum ooit een ‘wat als’-vleugel komt, is de vraag.

Algemeen directeur Erik Schilp en inhoudelijk directeur Valentijn Byvanck likken hun wonden, nu de Tweede Kamer hen afgelopen dinsdag het bos in heeft gestuurd. Ze mogen geen museum met stedelijke allure bouwen naast de John Frost-brug in het centrum van Arnhem. Ze hebben plechtig moeten beloven dat ze meer aan chronologie doen. Het gebouw waar de hele wereld naar zou komen kijken, hét museum van de 21ste eeuw, lijkt verder weg dan ooit.

De Tweede Kamer laat zijn liefdesbaby niet zomaar kidnappen, is hen op hardhandige manier te verstaan gegeven.

De directieleden tonen zich zo zelfverzekerd, nog geen twee maanden geleden. Met hun Sturm und Drang-aanpak, hun overvloed aan ideeën en hun overtuigingskracht hebben ze eerst hun raad van toezicht, daarna de minister en toen de gemeente Arnhem voor zich gewonnen. De canon als leidraad voor het museum hebben ze al eerder losgelaten. Eind maart maken ze bekend naast de John Frostbrug te willen bouwen. Dáár is het water, dáár is gevochten in de Tweede Wereldoorlog, dáár is geschiedenis gemaakt.

Het Openluchtmuseum ligt 4,5 kilometer verderop, en dat is eigenlijk best een comfortabele afstand, vinden ze. Dat ze zich intussen mijlenver verwijderen van de wensen van de initiatiefnemer van het museum – de Tweede Kamer – blijft niet onopgemerkt. Kamer en kabinet hadden immers in juni 2007 morrend ingestemd met Plasterks keuze voor Arnhem boven Den Haag of Amsterdam, mede vanwege de link met het Openluchtmuseum.

Het rommelt, maar Schilp en Byvanck voelen zich politiek gedekt door de minister – er is een ‘klik’ in enthousiasme, ze praten hem elke twee weken bij – en denken het Openluchtmuseum in hun zak te hebben.

Maar in mei begint de zaak echt te schuiven. Alle opgehoopte onvrede in het parlement en woede bij enkele hoofdrolspelers cumuleert. Plasterk, voorzitter Atzo Nicolaï van de raad van toezicht én de twee directeuren lopen flinke krassen op. De buitenwereld ziet het onverkwikkelijke gevecht met verbazing aan. Hoe kon het zo misgaan?

De eerste signalen zijn er al eind 2008, direct nadat Schilp en Byvanck hun plannen presenteren. Ze willen in plaats van de canon ‘werelden’ die thema’s behandelen als ‘rijk en arm’ en ‘oorlog en vrede’. Oud-fractievoorzitter Jan Marijnissen van de SP, net als voormalig CDA-fractieleider Maxime Verhagen de ‘vader’ van het Nationaal Historisch Museum, moet er niets van hebben. Het museum is er in zijn ogen om wat te doen aan de gebrekkige kennis van Nederlanders over hun verleden.

Op de website van het Historisch Nieuwsblad zet Marijnissen in december de aanval in. ‘Laten we ons hoeden voor het hobbyisme van een stelletje nieuwlichters’, zegt hij. En: ‘Schilp en Byvanck halen hun neus op voor geschiedenis.’ Volgens de SP’er kan het museum niet zonder eenchronologisch verhaal. ‘Anders ben je als bezoeker hulpeloos.’

Maar de aanpak van Byvanck en Schilp is een totaal andere. In de musea waar ze vandaan komen, Byvanck was directeur van het Zeeuws Museum en Schilp van het Zuiderzeemuseum, hebben ze het roer radicaal omgegooid. Een deel van de oude collectie gaat eruit, met tekstbordjes en al, en maakt plaats voor mode en hedendaagse kunst. In Arnhem willen ze een Guggenheim aan de Rijn bouwen, terwijl SP en CDA vmbo’ers als doelgroep zien. En die lok je niet naar binnen met hippe architectuur en design.

Bij de SP speelt, net als bij het CDA, ook mee dat zij Arnhem nooit van harte hebben zien zitten als vestigingsplaats. Beide partijen hadden een duidelijke voorkeur voor Den Haag, waar dan nog CDA-prominent Wim Deetman burgemeester is. Het vorige kabinet heeft hem het museum al min of meer beloofd; de keuze voor Arnhem komt in de hofstad aan als een schok. Maar het CDA is óók voor regionale spreiding van cultuur en kan dus moeilijk tegen Arnhem zijn.

Plasterk krijgt zijn zin, maar beseft terdege dat het niet van harte is.

De hypotheek op de toekomst is gelegd. ‘Er stond een prijs op het hoofd met de hoed’, zegt VVD-Kamerlid Han ten Broeke. ‘Het CDA wilde eens fors op het vestje van deze libertaire minister spugen.’

Als CDA-Kamerlid Nicolien van Vroonhoven anderhalf jaar later hoort dat het nieuwe museum misschien niet naast het Openluchtmuseum komt en dat de canontoren van Houben niet wordt gebouwd, stelt ze in januari dit jaar Kamervragen.

Van Vroonhoven kent de woede van architecte Francine Houben, die wakker ligt van hoe Plasterk haar heeft behandeld. Nadat zij en toenmalig directeur van het Nederlands Openluchtmuseum, Jan Vaessen, met hun in zes weken met dag en nacht werken in elkaar getimmerde plan het museum voor Arnhem hebben binnengesleept, worden ze straal genegeerd door het ministerie. In haar column in Het Financieele Dagblad schrijft Houben dat ze bij de opening van het Filmfestival Rotterdam naast Plasterk zit. ‘Hij heeft het over een vluchtig schetsje dat ik zou hebben gemaakt! Met stomheid geslagen verlaat ik voortijdig het festival.’

Wat haar ook steekt, is dat Victor van der Chijs een van de toezichthouders wordt. Hij is managing partner van het Office for Metropolitan Architecture van Rem Koolhaas, een concurrent van Houbens bureau Mecanoo.

Tot overmaat van ramp maken Schilp en Byvanck de nieuwe locatie van het museum twee dagen na het vertrek van Vaessen als directeur van het Openluchtmuseum bekend. Toeval, maar het komt niet erg fijngevoelig over. Vaessen zit zich thuis te verbijten, kokend van woede ‘als een vooroorlogse stoommachine’, zoals een betrokkene het uitdrukt.

CDA’er Van Vroonhoven dreigt: geen canontoren, geen Arnhem. ‘Als Houbens ontwerp niet doorgaat, staat wat ons betreft ook Arnhem ter discussie.’ Ze wil overleg met Plasterk. Dat wordt op de agenda gezet voor half juni.

Enter The Muppets.

Zo worden allerwegen Paul Scholten en Job Drijber genoemd, de twee oud-burgemeesters van Arnhem die zich op 6 mei met een ingezonden brief in NRC Handelsblad in de discussie mengen. De twee doen onweerstaanbaar denken aan Waldorf en Statler, de twee mopperende oude mannetjes uit de Muppetshow, die vanaf het balkon ‘bad show, bad show’ roepen tegen de artiesten op het podium.

Scholten en Drijber overtreden de ongeschreven regel dat oud-bestuurders nooit hun opvolger voor de voeten lopen. Ook zij hebben de dreigementen gehoord van het CDA. Als de discussie over het museum in de Kamer wordt gevoerd, bestaat de kans dat Arnhem het hele project alsnog kwijt raakt, vrezen ze. Drijber en Scholten zijn oud-leden van de raad van toezicht van het Openluchtmuseum. Direct wordt gezegd dat de brief is ingestoken door oud-directeur Jan Vaessen, al wordt dat allerwegen ontkend.

De brief werkt als katalysator voor het aan de oppervlakte brengen van de sluimerende onvrede. ‘Kamer boos over historisch museum’ kopt de Volkskrant op 9 mei. De gewijzigde plannen vallen slecht in het parlement. In een interview in de Volkskrant valt Marijnissen de directeuren andermaal hard aan. Yuppen zijn het volgens hem, die er een ‘postmoderne hutspot’ van maken.

Marijnissen is niet vergeten dat Schilp een fervent tegenstander was van het Nationaal Historisch Museum, overigens zoals velen in de museumwereld – ook Jan Vaessen heeft zich er eerst hevig tegen verzet. Als directeur van het Zuiderzeemuseum betitelde Schilp de opvattingen van Marijnissen als ‘neo-nationalistisch’, en dat heeft de SP’er hem nooit vergeven.

De kosmopoliet Schilp is bovendien uit ander hout gesneden dan de Ossenaar Marijnissen. Schilp heeft jaren in het buitenland gewoond en lijkt weinig intuïtie te hebben voor de Nederlandse gevoeligheden en verhoudingen. Het idee bovendien dat de lange, zelfbewuste Schilp die mede door zijn soms harde stem intimiderend kan overkomen, er met zijn idee vandoor gaat, stuit Marijnissen tegen de borst.

Schilp intussen maakt duidelijk dat de Kamer, nu hij benoemd is, zich niet meer met het project moet bemoeien. ‘Het is mijn tent’, roept hij als de irritatie in Den Haag hem ter ore komt.

Dat Schilp toch directeur is geworden van het Nationaal Historisch Museum, is volgens intimi omdat hij wil voorkomen dat het een nationalistisch museum wordt. ‘Erik is een idealist’, zegt neerlandicus Frits van Oostrom, een van de leden van de raad van toezicht. ‘Hij wil geen museum als chauvinistische splijtzwam, maar als warm kampvuur, waar iedereen omheen kan zitten.’

Schilp heeft uitgesproken opvattingen over de taak van historische musea, die volgens hem zo objectief mogelijk over de geschiedenis moeten vertellen. Hij haat de ‘nostalgische aanpak’ van het Openluchtmuseum, dat een molen midden in het bos neerzet. De laagdrempelige nostalgieverkoop van het Openluchtmuseum vindt Schilp vooral goedkoop effectbejag.

Het komt Schilp dan ook heel goed uit dat de raad van toezicht al vóór zijn aantreden heeft besloten dat er naar een andere locatie gezocht moet worden. Uit een onderzoek blijkt dat parkeren in het bos, mocht er een ondergrondse garage moeten komen, wel 30 miljoen euro kan kosten. Bovendien is de vrees groot voor vertragende milieuprocedures. Het biedt de twee directeuren de kans een eigen plan uit te werken, en volledig autonoom aan de slag te gaan.

Als ze op 25 maart hun plan voor bouw bij de John Frostbrug presenteren, reageert het Nederlands Openluchtmuseum gematigd positief. ‘Hiermee komt de realisatie van dit belangrijke project dichterbij en dat is een goede zaak’, meldt het museum in een persbericht.

Er wordt dus geen fel protest aangetekend. Dat volgt een paar maanden later, bij monde van Nout Wellink, tijdens een hoorzitting in de Kamer. De president van De Nederlandsche Bank is behalve voorzitter van de raad van toezicht bij het Openluchtmuseum ook prominent CDA-lid. ‘Zwabberend’, vindt men op het ministerie van Cultuur de opstelling van het Openluchtmuseum.

Op 15 april hebben Schilp en Byvanck voor het eerst een gesprek met hun evenknieën Pieter-Matthijs Gijsbers en Adelheid Ponsioen van het Openluchtmuseum. De lunch verloopt in een prettige sfeer. Schilp houdt er de indruk aan over dat Gijsbers instemt met verdere samenwerking, Gijsbers meent dat er wordt afgesproken dat eerst zal worden onderzocht of en hoe die gestalte moet krijgen.

Tijdens een spoeddebat in de Kamer, op 13 mei, laat Plasterk zich uiterst optimistisch uit over de samenwerking. Er wordt zelfs al aan een gezamenlijke tentoonstelling gewerkt, meldt hij. ‘Dat was meer dan voorbarig’, reageert een betrokkene nu. ‘Plasterk was verkeerd geïnformeerd.’ Het Openluchtmuseum ziet zich gedwongen scherper stelling te nemen. De brief van de oud-burgemeesters laat er twijfel over bestaan wie de regie heeft, en die verwarring mag niet langer voortbestaan.

In interviews zegt Gijsbers dat Plasterk zich aan de afspraken moet houden: het Nationaal Historisch moet naast het Openluchtmuseum komen. Anderhalve maand nadat de locatie John Frostbrug is in beeld is gekomen, heeft het Openluchtmuseum alsnog stelling genomen.

Het leidt in kringen van het Nationaal Historisch Museum tot complottheorieën. De toekomst van het museum is volop partijpolitiek geworden, waarbij de coalitiegenoten CDA en PvdA tegenover elkaar zijn komen te staan. Wellink, is de gedachte, wordt door het CDA ingezet voor de operatie beschadiging-Plasterk. De minister heeft te lang schadevrij rondgedarteld, hij mag ook wel eens een kras oplopen. Bovendien heeft hij Balkenende geschoffeerd, die hem in het kabinet heeft gezegd dat hij voor Den Haag was. Dat Plasterk toch voor Arnhem koos, was een klap in het gezicht van de premier. En dat kan niet ongestraft blijven. Plasterk zelf heeft het niet zo ervaren. ‘Het was geen op de man gerichte afrekening.’

In de Hoftoren, waar het ministerie van Plasterk is gevestigd, luidt de analyse dat de rek er bij het CDA uit was ‘en meer dan dat’, simpelweg omdat de ministeriële keuze voor Arnhem eigenlijk al een brug te ver was. Zelf zegt Plasterk: ‘Wat ik niet goed heb getaxeerd is dat de verrassing voor de Kamer wel heel groot was. De directie zei: wij hebben besloten te gaan bouwen bij de brug.’

Maar de irritatie komt ook voort uit de manier waarop Plasterk de Kamer heeft benaderd. Steeds gaat hij zijn eigen gang. Eerst met de keuze voor Arnhem, hoewel een Kamermeerderheid eigenlijk voor Den Haag is. Daarna maakt hij in het tv-programma Buitenhof de kwartiermaker van het nieuwe museum bekend. Tot verbazing van velen is het een Tweede-Kamerlid: Atzo Nicolaï van de VVD.

Collega-Kamerleden protesteren, maar Plasterk houdt vast aan de benoeming. Hij roemt de kunde van Nicolaï, die onder andere oud-secretaris is van de Raad voor Cultuur. Maar volgens anderen kiest hij voor Nicolaï om zo de VVD aan zich te binden. Die raakt als oppositiepartij inderdaad in een lastige positie als dit voorjaar het gekrakeel rond het museum echt losbarst.

Ook binnen het Historisch Museum zelf bestaat ongemak over de positie van Nicolaï. Doordat hij ook Kamerlid is, kan hij niet voluit gaan, zoals Nout Wellink namens het Openluchtmuseum wél doet. Anderzijds wordt hij geroemd om hoe hij het voor de directie opneemt.

Veel Kamerleden vinden het een grote fout dat Plasterk het rapport waarin de nadelen van de locatie in het bos werden opgesomd, pas heel laat aan de Kamer heeft gestuurd. ‘Plasterks optreden was gevaarlijk nonchalant’, zegt VVD’er Han ten Broeke. ‘Al een half jaar lag op zijn bureau een rapport met enorme financiële en procedurele waarschuwingen. En in Arnhem waren ze al maanden aan het speuren naar een alternatieve locatie. Het bleef al die tijd onder zijn hoed.’

Daar is wel een verklaring voor, zegt een direct betrokkene. Plasterk wilde dat er zo snel mogelijk een ‘onomkeerbaar’ bouwfeit zou komen. Met het slaan van de eerste paal mocht beslist niet te lang worden gewacht. Bij de minister zou de vrees bestaan dat het CDA in een volgend kabinet het museum alsnog naar Den Haag zou halen, als er op dat moment nog niet gebouwd zou worden. In Den Haag wordt zonder enig rumoer gewerkt aan het Huis voor Democratie, waar het rijk 4,75 miljoen euro voor geeft.

Op 30 juni wordt de motie-Van Vroonhoven aangenomen: het museum moet en zal naar het bos. Niet dat iedereen dáár nou zo gelukkig mee is. Immers, SP en D66 blijven eigenlijk voor Den Haag, het CDA vindt het vervelend om een plan van directie en raad van toezicht af te keuren, PVV-Kamerlid Martin Bosma maakt er geen geheim van dat hij simpelweg elke scheen wil raken die hij maar raken kan.

De Arnhemse burgemeester Pauline Krikke, die volgens D66-Kamerlid Boris van der Ham ‘haar sommetjes niet had gemaakt’ toen ze Arnhem als vestigingsplaats aanbood, is ondanks alles blij. ‘Ik ben ont-zét-tend gelukkig dat het museum in Arnhem blijft. Ik heb absoluut nog gevreesd dat het kon gaan kantelen.’

Eind goed al goed? De toekomst blijft ongewis. De directie en de raad van toezicht gaan onderzoeken of bouwen naast het Openluchtmuseum een reële optie is. Wanneer dat onderzoek af is, is nog onduidelijk. En mocht het er alsnog komen, dan wacht weer nieuw rumoer, verwacht Nicolaï. ‘Over te veel of te weinig rood-wit-blauw in de huisstijl, of over de keuze van de architect.’

En wanneer het museum open gaat? Zelfs een schatting van 2016 lijkt optimistisch. Plasterk heeft geen haast meer. ‘Dat aspect kan me minder schelen. Zorgvuldigheid gaat voor tempo.’

Het had anders kunnen lopen, zegt zowel een betrokkene die de aanloop naar het museum meemaakte, als iemand die Schilp de afgelopen tijd van dichtbij heeft gevolgd. Beiden constateren dat de offensieve tactiek van Erik Schilp zich tegen hem heeft gekeerd. Een tegenspeler: ‘Als Plasterk de Kamer beter op de hoogte had gehouden en als Erik zich diplomatieker had opgesteld, dan was hij misschien wél bij de John Frostbrug geëindigd.’

Als.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden