Gevaarlijk eindspel rond Syrië: kleinste misstap kan leiden tot bredere oorlog - die echt niemand wil

Wirwar van botsende, kruisende en overlappende belangen

Het schrikbeeld van een bredere oorlog in het Midden-Oosten doemt op nu het eindspel rond de burgeroorlog in Syrië wordt gespeeld.

De neveneffecten van het eindspel rondom Syrië Foto afp

Twee jachttoestellen en een helikopter werden afgelopen week uit de lucht geschoten boven Syrisch grondgebied. Israël, Turkije en Rusland waren de benadeelde partijen. Zien we hier het begin van een aanzwellende luchtoorlog, nu de strijd op de grond steeds meer beperkt is tot de laatste bolwerken van de rebellen en van Islamitische Staat?

Nee. Maar betekenisvol zijn de incidenten wel. Het zijn de haast onvermijdelijke neveneffecten van het eindspel rond Syrië, de wedloop om invloedssferen en strategische posities, dat wordt gespeeld door externe partijen wier fysieke connectie met Syrië deels via de lucht bestaat.

Vijf zijn het er. Israël, dat probeert zijn grenzen te vrijwaren van het Iraanse gevaar. Turkije, dat zijn Koerdische vijanden aan gene zijde van zijn zuidgrens bestookt. Rusland en de Verenigde Staten, die met inzet van hun luchtmacht hun bondgenoten ter plekke bijstaan. En dan is er nog Iran, dat met man en macht het regime-Assad overeind houdt en daarmee zichzelf verzekert van een 'sjiitische halvemaan' die reikt tot aan de Middellandse Zee.

Het is een wirwar van botsende, kruisende en overlappende belangen waarin elke schermutseling, iedere vergissing, kan leiden tot een onbedoelde escalatie. 'Een bredere oorlog kan één misrekening verwijderd zijn', schreef de International Crisis Group donderdag.

En dat net nu 'enkele van de zwaarste gevechten uit de hele burgeroorlog' worden geleverd, volgens een noodkreet maandag van VN-hulpcoördinator Ali al-Za'tari. Hij repte van honderden doden en gewonden, grote aantallen ontheemden en de vernietiging van civiele infrastructuur, waaronder ziekenhuizen. Dat speelt zich nota bene af in de 'deëscalatiezones' Idlib (noordwesten) en Oost-Ghouta (bij Damascus).

Het schrikbeeld van een bredere oorlog doemde dit weekeinde ook op rond de grens tussen Israël en Syrië, nadat een Israëlische F-16 door een Syrische raket was neergehaald. Het was de eerste keer sinds 1982 dat een Israëlisch toestel werd neergeschoten door de Syrisch luchtafweer. Israël reageerde met ongekend zware strafbeschietingen.

Opmerkelijk was de directe betrokkenheid van Iran, dat ter plekke gewoonlijk via Hezbollah opereert. Een Iraanse drone was het Israëlische luchtruim binnengedrongen, waarna de Israëlische luchtmacht de Iraanse lanceerinstallatie bij Palmyra in Syrië vernietigde. Op de terugweg werd de Israëlische F-16 neergehaald.

Was dat iets noordelijker gebeurd, boven Syrië, dan waren de piloten mogelijk gevangengenomen, met alle gevolgen van dien. Israël staat pal voor zijn militairen. Dat zou zo'n misrekening zijn geweest die kan leiden tot een door geen van de partijen gewenste escalatie. 'Rusland, Israël, Iran, de VS: niemand wil een nieuwe oorlog', zegt Fabrice Balanche van Stanford University in Washington.

Rusland en Iran brengen de gestage versterking van de positie van Assad liever niet in gevaar, de VS zijn al blij wanneer ze zonder al te veel schade uit het wespennest komen. De Israëli's zijn erg bang dat Iran militaire bases en raketfabrieken in hun directe omgeving vestigt, maar voor hen is het genoeg als de oorlog in Syrië nog jaren doorgaat. Dan blijven zij in de luwte.

Bovendien hebben Israël, de VS en Rusland deze zomer een akkoord gesloten over een bufferzone van 40 kilometer rond de Golanhoogte. De Russen zorgen ervoor dat Iran en Hezbollah daar weg blijven. Tot nu toe wordt de afspraak nageleefd, volgens Balanche.

Ook de twee andere toestellen werden deze week neergeschoten op plekken waar escalatie gaande is: een Russisch gevechtsvliegtuig bij Idlib en een Turkse helikopter in Afrin. Deze Koerdische enclave is een voorbeeld bij uitstek van de wirwar van belangen in deze fase van het eindspel.

Turkije is vastbesloten de Koerdische militie YPG te verjagen uit het 'terreurnest' aan zijn zuidgrens en heeft daarvoor waarschijnlijk het groene licht gekregen van Moskou, omdat de Koerden met de VS blijven samenwerken tegen Islamitische Staat. Tegelijk echter lijken de Koerden stilzwijgende steun te krijgen van de Syrische regering (bondgenoot van Moskou), die niets moet hebben van een Turkse invasie.

Persbureau Reuters meldde maandag dat het regime YPG-strijders uit andere delen van de Koerdische regio toestaat over Syrisch grondgebied naar Afrin te trekken om hun broeders en zusters bij te staan. 'Het regime doet een oogje toe', zei een YPG-commandant tegen Reuters. Het verhaal werd van Syrische kant bevestigd.

In het oosten van Syrië echter raken de Koerden en het Syrische leger nog geregeld slaags om de controle over de provincie Deir al-Zor. Zo verwarrend kan het zijn.

Als de Amerikanen het al snappen, dan hebben ze daar niet zo veel aan, want hun positie in het eindspel is uitermate zwak. Hun vroegere oorlogsdoel - regime change - is al lang van tafel. Assad blijft en Moskou heeft het diplomatiek initiatief aan zich getrokken. Het huidige oorlogsdoel van de VS - het IS-kalifaat vernietigen - is bijna voltooid. Veel kaarten om uit te spelen hebben ze daarna niet over.

Meer over