Gevaar Iran schuilt niet in grilligheid, maar in welbewuste strategie

Wat het Midden-Oosten hevig nodig heeft, is een Arabische Sharon, schreef columnist Thomas Friedman deze week in The New York Times (gisteren gepubliceerd in de Volkskrant)....

Hear, hear. Maar wat minstens even welkom zou zijn, is dat de regio wordt verrijkt met de verschijning van een Arabische Haaretz. Een dagblad dat het niet als het hoogste ideaal ziet om nauwgezet te melden welke belangwekkende daad gisteren weer is verricht door de hoogste leider, maar dat net zoals de Israëlische krant frank en vrij het nieuws verslaat.

Hoe zou de reactie van de Europese media zijn geweest als vorig jaar bij de begrafenis van paus Johannes Paulus II, toen in Rome een miljoen gelovigen op de been waren, een grote groep mensen letterlijk onder de voet was gelopen? Radio en televisie zouden extra uitzendingen hebben verzorgd, de kranten zouden er bol van hebben gestaan. Ongetwijfeld zou binnen de kortste keren de vraag zijn opgeworpen of de Italiaanse overheid voldoende voorzorgsmaatregelen had getroffen om een zo grote menigte in goede banen te leiden.

Donderdag vond een dergelijke catastrofe plaats onder pelgrims in Saudi-Arabië. Tenminste 363 hadj-gangers werden vertrapt op dezelfde plek waar zich in het verleden ook al chaotische toestanden met dodelijke afloop hadden voorgedaan. Een mega-tragedie die, gezien de voorgeschiedenis, riekt naar schandalige incompetentie aan de kant van de Saudische autoriteiten.

Maar de notie van een gruwelijke gebeurtenis - en van een vreselijke misstand - kon slechts mondjesmaat worden aangetroffen op de websites van de Arabische media. Het merendeel van de Egyptische en Syrische kranten volgde het geijkte patroon en bleef eerbiedig openen met het laatste presidentiële communiqué. Een fotootje van het bedevaartsdrama stond op z'n best onderaan weggedrukt. Voor het nationale persbureau van Syrië was gisteren het belangrijkste nieuws dat het land nog altijd gevrijwaard is van de vogelgriep. Een van de weinige uitzonderingen op deze collectieve blikvernauwing vormde de panarabische krant Al Hayat - maar die wordt dan ook in Londen uitgegeven.

Wat geldt voor de Arabische wereld, gaat evenzeer op voor Iran. Zeer attente lezers kunnen af en toe in de krantenkolommen verhulde informatie vinden die het bewind niet geheel welgevallig is. Maar geen Iraanse krant zal het in zijn hoofd halen om openlijk kritisch te schrijven over de confrontatiekoers die Teheran thans voert, of zelfs alleen feitelijk uiteen te zetten wat het omstreden nucleaire programma behelst. Anders dan hun westerse tegenspelers hoeven de mullahs zich zelden of nooit te verantwoorden tegenover de publieke opinie.

Vooral sinds hervormingsgezinde krachten zijn uitgerangeerd en het presidentschap in handen is gevallen van de manisch agressieve Mahmoud Ahmadinejad, is dat een hoogst onverkwikkelijke situatie. Waarbij de president overigens niet eens de grootste bron van zorg is. Natuurlijk schept hij extra onrust met zijn beledigingen en dreigementen. Maar zoals The Economist in een scherpzinnig commentaar opmerkt: Iran vormt niet zozeer een gevaar omdat het Ahmadinejad mogelijk in de bol is geslagen, alswel omdat er sprake lijkt te zijn van een weloverwogen offensieve strategie die door het hele bewind wordt gedragen. Een strategie die voortvloeit uit ideologische zendingsdrang én uit de overtuiging dat de omstandigheden nog nooit zo gunstig waren voor een greep naar de regionale macht.

Sommige waarnemers hebben de afgelopen tijd betoogd dat de Iraanse opstelling inzake zijn atoomprogramma moet worden verklaard uit een historisch gegroeide behoefte aan afschrikking (de coup van 1953, de westerse steun aan Irak in de oorlog met Iran, de regime change die de regering-Bush propageert). Maar het overleg met de geduldige Grote Drie van de Europese Unie bood nu juist een uitgelezen kans op een grand bargain, waarbij Teheran vergaande en ook door de Verenigde Staten onderschreven garanties op het gebied van veiligheid, handel en energievoorziening had kunnen krijgen. Maar het Iraanse bewind heeft die beker voorbij laten gaan.

De Europese onderhandelaars hebben nu hun hakken in het zand gezet en te kennen gegeven dat ze de Iraanse nucleaire kwestie willen voorleggen aan de Veiligheidsraad, die eventueel sancties kan afkondigen. Is dat nog een begaanbare weg? Sommige Iran-kenners denken dat het al te laat is. Teheran heeft de laatste jaren tal van landen aan zich gebonden met oliedeals en heeft een enorme reserve-voorraad van elementaire goederen aangelegd. 'De Iraanse leiders zijn ervan overtuigd dat bij een politieke confrontatie het Westen het eerst zal buigen', aldus Abbas Milani van de Stanford universiteit in The New York Times.

Veel zal afhangen van de opstelling van Rusland, dat bij de Iraniërs geen gehoor vond toen het een galante tussenoplossing voor de verrijking van uranium voorstelde. Het lijkt erop dat de Russen steeds minder gecharmeerd raakt van het vooruitzicht van een militante kernmacht aan hun zuidgrens.

Intussen toont de kwestie-Iran eens te meer aan hoe belangrijk het is dit deel van de wereld te steunen bij de strijd tegen achterlijkheid en extremisme. Dat geldt dus ook voor Irans buurland Afghanistan en voor de voorgenomen missie in Uruzgan. In de discussie daarover tieren anti-Amerikaanse sentimenten en vooroordelen tegen de NAVO welig. Het bevorderen van stabiliteit is echter geen vriendendienst aan George en Jaap; het is harde noodzaak voor een Europa dat verder kijkt dan zijn neus lang is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden