Geurproef ter discussie als bewijs

Het kan het beslissende zetje zijn in een rechtszaak: een geurproef met een politiehond. Een verdachte die volgens een hondengeleider het moordwapen heeft aangeraakt, heeft de schijn enorm tegen....

Tot nu toe hebben 66 veroordeelden de Hoge Raad gevraagd hun zaak te heropenen. Sommigen hebben hun straf al uitgezeten maar ze eisen rehabilitatie of schadevergoeding. Vandaag beslist het hoogste rechtscollege over de eerste twee herzieningsverzoeken, in inbraakzaken.

Een geurproef begint door een hond, meestal een Mechelse herder, te laten ruiken aan een voorwerp dat de veronderstelde dader zou hebben aangeraakt. Daarna wordt de hond losgelaten op een rij met zeven metalen buisjes. Op één daarvan zit de geur van de verdachte. Als de herder bij diens buisje reageert, telt dat als bewijs. Mits hij in ook een tweede rij de geur van deze persoon herkent.

Hondengeleiders mogen niet weten waar het buisje van de verdachte ligt. In Noord- en Oost-Nederland wisten ze dat wel. Ze konden daarom – al dan niet bewust – de uitkomst van proeven beïnvloeden, meent het Openbaar Ministerie. Verdachten zijn hierover geïnformeerd door het OM.

De Hoge Raad spreekt zich vandaag onder meer uit over de zaak van Brahim A. (27). Hij is wegens inbraak veroordeeld tot 60 dagen cel, waarvan 21 dagen voorwaardelijk. A. is het slachtoffer van een misverstand, zei hij in 2002 tegen de politie. Samen met twee veronderstelde handlangers was hij toevallig in de buurt van het bedrijf toen het alarm afging. ‘Ik zag dat een raam vernield was. Ik besloot naar binnen te gaan om rond te kijken, gewoon uit nieuwsgierigheid.’ Hij werd aangehouden. Een geurproef met een schroevendraaier deed hem de das om.

‘De veroordeling is gebaseerd op schijn’, zegt zijn advocaat Petra Breukink. ‘Je vraagt je af wie een pand binnenloopt als het alarm afgaat. Maar dat is geen bewijs.’

Toch ziet het er slecht uit voor A. Volgens advocaat-generaal Geert Knigge is er genoeg aanvullend bewijs om de veroordeling in stand te houden. Er is niemand anders gezien en het is onwaarschijnlijk dat de veroordeelden handelden uit nieuwsgierigheid, schrijft hij in zijn advies aan de Hoge Raad.

Vanmiddag blijkt voor het eerst hoe streng de Hoge Raad oordeelt, en of nader onderzoek naar elke geurproef noodzakelijk wordt geacht. Knigge pleit er niet voor om per zaak hondengeleiders te vragen of ze regels hebben overtreden. Er zijn te veel twijfels hierover, en het is te lang geleden om nog naar details te vragen, meent hij.

Advocaat Gerard Hamer, kantoorgenoot van Breukink, vindt dat alle 66 zaken heropend moeten worden. ‘Het is niet goed als mensen worden veroordeeld op grond van een vonnis dat niet geheel correct is. Je moet niet alleen kijken naar wettig bewijs, het gaat ook om de overtuiging van de rechter dat iemand schuldig is. Daarvoor kan de geurproef doorslaggevend zijn.’

Hoewel herkenning door een politiehond alleen telt als ‘steunbewijs’, kan dit tot dwalingen leiden. Rob van Z. kreeg dankzij een geurproef aanvankelijk levenslang voor de Zaanse Paskamermoord. Later bleek na dna-onderzoek dat een ander de dader was.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.