Geur van rozen

Valentijn Byvanck kijkt rond & bespreekt. Van lekkere banken tot een logische looproute, van fijne cafés tot de juiste wc's: een museum beschikt over talloze middelen om de collectie optimaal tot zijn recht te laten komen. Deze week: het museumtoilet.

ILLUSTRATIE JAN ROTHUIZEN

Het goede museumtoilet voldoet aan drie voorwaarden: het is dichtbij, beschikbaar en schoon. De museumprofessional weet dat de drie met elkaar te maken hebben. Als de wc dichtbij is maar vies, of schoon maar bezet, dan houden bezoekers het op. En dat is slecht voor het humeur en de omzet.

Eigenlijk zouden bezoekers het liefst toiletten willen zien die je ook in chique restaurants en hotels tegenkomt: een ruim halletje met wastafels in grijs marmer en glimmende kranen en een bordeauxrode divan met schaaltjes potpourri. Twee deuren, een voor haar, en een voor hem, daarachter elk een zaal met een rij mooie houten deuren en zachte muziek die je, als je zit, doen beseffen dat de wereld buiten niets hoort van de geluiden die alle moeite de stilte te bewaren ten spijt toch het lichaam ontsnappen. En bij het verlaten graag gevlochten mandjes, Rituals zeep, stevige lichtblauwe handdoekjes en overal de geur van rozen.

Helaas, de werkelijkheid is anders. Sommige musea beweren dat de toiletten elke twee uur worden schoongemaakt. Het nieuwe Rijksmuseum belooft zelfs dat er straks de hele dag door wordt gedweild. Maar geregeld zijn de toiletten vies (Stedelijk Museum), liggen er spetters (Foam) of is het er koud (Boijmans Van Beuningen). En op niet eens heel drukke dagen staan er rijen (overal).

Waarom is dat toch?

Vrijwel alle museale energie is gericht op de perfecte beleving van de kunst op zaal. En de balanswet dicteert: hoe schoner op zaal, des te viezer daarbuiten. Omdát de zaal stof- en bacterievrij dient te zijn, slingert er troep bij de entree en in de winkel, blijven de muren en vloeren bij de garderobe onafgewerkt, kent het trappenhuis slijtplekken en zijn de toiletten soms ronduit ranzig.

Moderne toiletontwerpers weten dat waar het vuil niet kan worden bestreden, de aanraking tot een minimum moet worden beperkt. Daarom vinden bezoekers op het moderne museumtoilet kranen met sensors, zeep uit automatische dispensers en handdrogers die hete lucht uitblazen. Dat geeft soms ook problemen. Op hoeveel manieren kun je een kraan bedienen zonder hem aan te raken? Je zou er een leuke candid camera van kunnen maken, al die bezoekers die met ingezeepte handen eerst proberen te drukken, dan draaien, vervolgens achteruitstappen, naar denkbeeldige sensors zwaaien, met de voeten pedalen zoeken en zelfs bukken om te zien of er onder de wastafels misschien een knop zit waarmee het water aangezet kan worden.

Of beschrijf ik nu alleen mezelf?

De handdrogers bieden vervolgens niet meer dan de schijn van ultrahygiëne. Onderzoek wijst uit dat de hoeveelheid bacteriën op vers gewassen handen drastisch toeneemt als ze door hete lucht worden gedroogd. Daarna maakt het heus niet meer uit of iemand op weg naar buiten nog de deur voor u opendoet.

Alleen het Centraal Museum in Utrecht heeft toiletten waarvoor je het museum zou willen bezoeken. Ze zijn gemaakt van appelgroen polyester door de kunstenaar Joep van Lieshout. Een moedige ingreep en leuk om te zien. Maar te veel bekijks om rustig te kunnen plassen.

Reageren? Mail naar v.byvanck@volkskrant.nl

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden