'Geur kippensoep geeft kracht en warmte'

Als jood sterven in een omgeving waar je je volkomen thuis voelt. Dat kan vanaf begin volgend jaar in de nieuwe joodse hospice in Amsterdam....

Van onze verslaggeefster Andrea Lietz-Schneider

De geur van kippensoep doet soms wonderen. Wie naar de eerste joodse hospice van Europa komt, heeft nog maar dagen of weken te leven. Zo iemand wil zich van het begin af aan thuis voelen in de nieuwe omgeving. De geur van kippensoep kan een stervende een gevoel van geborgenheid geven.

'Kippensoep heeft voor joden een symbolische kracht', zegt Sasja Martel, toekomstige leidster van het verblijfhuis voor terminale patiënten. 'Het is een traditionele schotel, die vaak op de sabbat wordt geserveerd. Wij joden associëren de geur met iets heel aangenaams, met warmte, gezelligheid en geluk.'

Martel en haar mede-initiatiefnemers willen in de joodse hospice in Amsterdam mensen afscheid van het leven laten nemen in een van hun geloof en tradities doortrokken sfeer. Begeleid door personen met kennis van de joodse wereld en van de trauma's van de overlevenden van de shoah.

De hospice is nu nog slechts een bouwterrein aan de Amstelveenseweg in Amsterdam-Zuid, een plek die vanwege de joodse infrastructuur van de buurt is gekozen. De Joodse Hospice Immanuel (JHI) gaat begin 2007 open - met zes kamers voor bewoners, logeerkamers en een gemeenschappelijke ruimte.

Achter Martel en de andere initiatiefnemers staan volgens haar zeventig vrijwilligers klaar die willen meewerken.

Sasja Martel verrichtte onderzoek naar sterven en rouw in het jodendom en schreef een boek over dit thema. 'Ik kende het fenomeen hospice nog niet, maar ik was meteen geroerd en gefascineerd door wat er hier gebeurt.' Martel en de andere initiatiefnemers van Stichting JHI kwamen in 2004 met hun idee naar buiten. Enkele weken geleden zijn de bouwwerkzaamheden begonnen.

De kosten van de hospice bedragen rond drie miljoen euro; de opdrachtgever is de Stichting De Open Ankh. De Stichting JHI draagt zelf rond 1,2 miljoen euro bij.

Martel ziet dat er behoefte is aan een joodse hospice: volgens schattingen wonen er tussen de 41 duizend en 45 duizend joden in Nederland, voornamelijk in de Randstad. Al in 2000 was ongeveer 20 procent 65 jaar of ouder.

De hospice zal behalve Nederlandse joden ook joden uit het buitenland en niet-joodse terminaal zieken kunnen opnemen.

Kosjer eten, de regels van de sabbat volgen en joodse feesten vieren: vertegenwoordigers van alle stromingen van de joodse godsdienst zullen in de hospice hun laatste thuis kunnen vinden - ook gelovigen met zeer strikte godsdienstregels.

De hospice zal niet alleen een joodse sfeer creëren, maar ook uitdrukkelijk rekening houden met de ervaringen en angsten van joodse overlevenden van de Tweede Wereldoorlog. Begrip hiervoor is volgens Martel in niet-joodse instellingen niet altijd vanzelfsprekend.

Soms is een bepaalde geur, een geluid of de gestreept blouse van een verpleegster al genoeg voor een overlevende van de shoah in paniek te raken.

'Deze trauma's worden in een niet-joodse omgeving uit onwetendheid vaak niet begrepen', weet Martel als toekomstig leidster van het verblijfhuis.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden