Interviews

Getuigenissen van een bestaan onder de Taliban: ‘Ik hoor dat ze me zoeken. Ze gaan van huis tot huis’

Hoe ervaren gewone Afghanen de machtsgreep door de Taliban? Vorige week belde de Volkskrant met een groepje personen verspreid over het land. Dinsdag spraken wij ze opnieuw. De toestand in Afghanistan lijkt er niet beter op te worden.

Vrouwen en meisjes op straat in Kabul.  Beeld AP
Vrouwen en meisjes op straat in Kabul.Beeld AP

Herat, Sara (42) onderwijzer

‘Het gaat minder goed’, zegt de 42-jarige schooljuf Sara die vorige week nog voorzichtig positief was. Zij mocht maandag, een paar dagen na de inname van Herat door de Taliban, alweer aan het werk. Maar dat was slechts, blijkt nu, om de halfjaarlijkse examens doorgang te laten vinden. Afgelopen maandag ging haar meisjesschool (basis- en middelbaar onderwijs) weer dicht. De directeur stuurde Sara een berichtje: je blijft voorlopig thuis. En je salaris gaat omlaag van 120 naar 50 euro per maand. ‘Dat is meer dan een halvering! Veel collega’s zijn vertrokken.’

Ook de hoogleraren in de grote stad met haar vele universiteiten, kregen een klap te verwerken: hun salaris zakt volgens een betrokkene van 650 naar 75 euro per maand. Een delegatie ging begin deze week klagen bij de nieuwe gouverneur die onbewogen uitlegde dat er geen geld was voor hun salarissen. En daaraan toevoegde: wie niet akkoord gaat, kan vertrekken. De Taliban-eis om voortaan mannen en vrouwen strikt te scheiden op de universiteit, is volgens de hoogleraren praktisch onuitvoerbaar. Op dat gebied deed de gouverneur wat water bij de wijn: oudere leraren (m/v) mogen van hem best studenten van het andere geslacht lesgeven.

Sara slaapt nog steeds slecht. Ze kan weliswaar veilig over straat in haar gewone kleding (wijde jurk met hoofddoek), de gewone politie is weer terug en veel winkels zijn open. Maar zij maakt zich zorgen over de toekomst van haar vijf dochters. ‘Het gerucht gaat dat meisjes nog maar tot 12 jaar naar school mogen. Ik ben bang dat mijn dochters nul kansen meer krijgen in Afghanistan. We willen naar het buitenland’.

Tarin Kowt, Maryam (41), directeur meisjesschool Uruzgan

De mede door Australiërs gebouwde meisjesschool in de conservatieve provincie Uruzgan was vorige week even open, op last van de Taliban. Alleen de kleinste kinderen kwamen echter opdagen, vertelt directeur Maryam (41) die zelf twee weken geleden onderdook in de grote stad Kandahar. Maandag sloten de scholen in Uruzgan volgens haar weer, in afwachting van een nieuwe regering. De leraren kregen te horen dat hun salaris zakt naar 25 euro per maand. ‘Ze zeiden erbij: mits er geld is.’ Ook het enige ziekenhuis van Uruzgan is gesloten, de patiënten zijn naar huis gestuurd.

Het voornemen terug te keren naar Tarin Kowt, en de Taliban het voordeel van de twijfel te geven, heeft Maryam toch maar laten varen. Maryam gaf leiding aan een netwerk van vrouwen dat opkwam voor vrouwenrechten in Uruzgan. ‘Ik hoor dat ze me zoeken. Ze gaan van huis tot huis. Woningen van gevluchte inwoners worden leeggeroofd.’ In Kandahar wisselt Maryam voortdurend van adres. ‘Ik ben vooral bang voor de veiligheid van mijn kinderen.’ Ze wil graag naar Nederland, Australië, Duitsland. ‘Wie kan mij helpen?’

Een Talibanstrijder loopt langs een bekladde schoonheidssalon.  Beeld AFP
Een Talibanstrijder loopt langs een bekladde schoonheidssalon.Beeld AFP

Kabul, Dr. Ziya (50), gynaecoloog

In Kabul is het rustig op straat, met uitzondering van de gekte rond de luchthaven. Veel vluchtelingen die in parken sliepen zijn weer terug naar hun eigen stad, veel winkels en banken zijn dicht, maar de grote bazaar in het centrum trekt weer klanten. Het ziekenhuis waar Dr. Ziya al jaren werkt als gynaecoloog is opengebleven. Haar baas belde opnieuw met het verzoek naar het werk te komen. ‘Ik vroeg hem of er nog meer vrouwen aan het werk waren. Hij zei: nee, alleen de mannen durven te komen.’ Ziya blijft dus ook maar thuis bij haar kinderen. ‘Ik durf niet, ik lees nu boeken.’

Eén keer waagde de arts zich op straat, gewoon als altijd met een hoofddoek, om medicijnen te brengen naar een ziek familielid . Haar man, ook arts en sinds zondag wel weer aan het werk, liep dicht naast haar. De tocht verliep zonder incidenten, maar toen Ziya voor het eerst de Taliban zag, in hun pick-uptrucks met witte vlaggen en geweren, werd zij bang. ‘Ik ben meteen naar huis gegaan.’

Herat, Zulema (29), boekhouder

‘Ik mag nog steeds niet naar mijn werk. De Taliban zeggen het een, maar doen het ander. De nieuwe regering belooft op televisie dat vrouwen mogen werken en studeren. Maar gisteren kreeg ik een brief van de overheid waarin staat dat meisjes naar school mogen tot de zesde klas. Dus niet langer tot de twaalfde klas!’ Zulema werkt voor een internationale hulporganisatie en houdt haar baan en salaris. Maar zij, en haar vrouwelijke collega’s, zijn voorlopig niet welkom op kantoor. ‘We moeten wachten tot er een nieuwe regering is. En dan heb ik nog geluk, ambtenaren verliezen een groot deel van hun salaris.’

Dinsdag waagde Zulema zich met een vriendin op straat. ‘Herat is een spookstad. Alle voorbijgangers zien er depressief uit. Niemand weet wat morgen brengt.’ Volgens de 29-jarige boekhouder gaan de Taliban van deur tot deur op zoek naar wapens. De vader van een vriend is volgens haar gestraft, omdat hij op zijn Facebookpagina een selfie met de voormalige president Ghani had geplaatst. Zulema maakt zich ook zorgen over de stijgende prijzen op de bazaar. ‘Ik schat dat 98 procent van alle Afghanen wil vertrekken.’

Kandahar, Rahimullah (38), driewielerbestuurder.

Vrijdag spraken we ook met Rahimullah in Kandahar. Hij was de uitzondering die de komst van de Taliban toejuichte: ‘Ik was zó blij toen de Taliban onze stad weer innamen. Ten eerste omdat heel Kandahar zou zijn vernietigd als de gevechten tussen overheid en Taliban waren doorgegaan. Ten tweede omdat we nu een echte islamitische regering krijgen, die eindelijk de veiligheid op straat zal herstellen!’ Pogingen om dinsdag opnieuw met hem te spreken mislukten.

De Volkskrant volgt een aantal gewone burgers in Afghanistan die vertellen hoe hun leven verandert onder het nieuwe Taliban regime. Omdat de meesten van hen geen Engels spreken, zijn de vragen gesteld via een fixer in Kabul of een familielid in Nederland. Alle namen zijn op verzoek veranderd omwille van de veiligheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden