Getuige Hitlers laatste levensuren overleden

Rochus Misch, voormalig lijfwacht van Adolf Hitler en de laatste nog levende getuige van de laatste levensuren van de Führer, is op 96-jarige leeftijd na een kort ziekbed overleden. Dat is vrijdag door Burkhard Nachtigall, die Misch in 2008 hielp bij het schrijven van zijn memoires, bekendgemaakt.

Rochus Misch laat foto's van Adolf Hitler zien.Beeld AP

Misch was telefonist in het hoofdkwartier van de Führer. Tot aan het einde van zijn leven sprak hij over zijn voormalige baas als 'chef'. Het was de aanspreektitel die gebezigd werd door de leden van Hitlers 'inner circle'. In 2005 haalde Misch zich Hitler voor de geest als een 'heel normale man'. 'Hij was geen bruut. Hij was geen monster. Hij was geen superman.'

Misch kwam op 29 juli 1917 ter wereld in het stadje Alt Schalkowitz, in het huidige Polen, en werd al op jonge leeftijd wees. Het stadje draagt tegenwoordig weer zijn Poolse naam Stare Siolkowice. Hij sloot zich op 20-jarige leeftijd aan bij de SS, een organisatie waarvan hij dacht dat die tegenwicht kon bieden aan het gevaar dat van links opdoemde. Niet veel later schreef hij zich in bij de Leibstandarte SS Adolf Hitler en werd daarmee lid van een eenheid die de persoonlijke veiligheid van Hitler waarborgde.

'Het was anticommunistisch, tegen Stalin - om Europa te beschermen', zei Misch later. 'Ik schreef me in voor de oorlog tegen het bolsjewisme, niet voor Adolf Hitler.' Toen nazi-Duitsland op 1 september 1939 Polen binnenviel, bevond Misch zich in de voorhoede. Zijn SS-divisie was verbonden aan een reguliere legereenheid die een blitzkrieg-aanval uitvoerde.

Rochus Misch in mei 2005.Beeld afp
 
Hij was een geweldige baas. Ik woonde vijf jaar bij hem. We waren de mensen die het nauwst samenwerkten met hem (...) we waren er altijd. Hitler was dag en nacht niet zonder ons
Rochus Misch

Persoonlijke lijfwacht en assistent van Hitler
Misch werd neergeschoten en overleefde ternauwernood toen er onderhandeld werd over de overgave van een fort in de buurt van Warschau. Hij werd naar Duitsland gestuurd om te herstellen. Eenmaal terug werd hij in mei 1940 als een van twee SS'ers gekozen om de persoonlijke lijfwacht en assistent van Hitler te worden. Tot zijn takenpakket hoorden allerhande klusjes als het beantwoorden van de telefoon en het ontvangen van hoogwaardigheidsbekleders.

Misch en zijn kompaan Johannes Hentschel begeleidden Hitler vrijwel overal - ook in diens buitenverblijf in Berchtesgaden en in de Wolfsschanze, Hitlers hoofdkwartier in een dichtbeboste streek in het toenmalige Oost-Pruisen. Hij woonde in de appartementen van de Führer in de Rijkskanselarij en tot zijn dood in zijn woning in een arbeiderswijk in Berlijn.

'Hij was een geweldige baas', zei Misch. 'Ik woonde vijf jaar bij hem. We waren de mensen die het nauwst samenwerkten met hem (...) we waren er altijd. Hitler was dag en nacht niet zonder ons.'

In de laatste dagen van Hitlers leven volgde Misch hem ondergronds, in de zwaar versterkte Führerbunker in Berlijn. 'Hentschel ging over het licht, de lucht en het water en ik over de telefoons - er was niemand anders', zei hij. 'Zodra iemand naar beneden kwam, konden we hem zelfs geen stoel bieden. Het was er veel te klein.'

Bruno Ganz als Hitler in de film Der Untergang, over de laatste dagen in het leven van de Duitse dictator. Misch hielp regisseur Hirschbiegel bij het maken van de film.Beeld afp
 
Ze openden de deur, en ik keek natuurlijk, en toen was er een korte pauze en de tweede deur werd geopend (...) en ik zag Hitler zo op tafel liggen
Rochus Misch

'Dat was het. De oorlog is verloren'
Na het begin van de belegering van Berlijn door het Rode Leger was het in de bunker een komen en gaan van generaals en hoge nazi's, die wanhopig probeerden de hoofdstad te verdedigen met wat restte van het Duitse leger. Op 22 april, twee dagen voordat de Sovjettroepen de omsingeling van de stad voltooiden, zei Hilter: 'Dat was het. De oorlog is verloren. Iedereen kan gaan.'

'Iedereen behalve degenen die nog werk te doen hadden, zoals wij - wij moesten blijven', zei Misch. 'De lichten, het water, de telefoon (...) dat moest blijven werken, maar ieder ander mocht gaan en vrijwel iedereen was direct vertrokken.'

Hitler hield ondertussen vast aan een rapport - vals, naar later bleek - dat de westerse geallieerden Duitsland hadden opgeroepen Berlijn nog twee weken uit handen van de Sovjets te houden om vervolgens samen ten strijde te trekken tegen het communisme.

'Hij bleef geloven in een verbond tussen West en Oost', zei Misch. 'Hitler was gesteld op Engeland - behalve op (toenmalig premier Winston, red.) Churchill - en kon de gedachte niet aan dat een volk als het Engelse samen met de communisten de vernietiging van Duitsland zou nastreven.'

Beeld AP

Huwelijk Hitler en Eva Braun
Op 28 april zag Misch minister van propaganda Joseph Goebbels en Hitlers vertrouweling Martin Bormann de bunker binnenkomen met een man die hij nooit eerder had gezien. 'Ik vroeg wie hij was en ze zeiden dat het een ambtenaar was die het huwelijk van Hitler zou voltrekken', zei Misch. Die nacht werden Hitler en Eva Braun tijdens een korte ceremonie in de echt verbonden.

Twee dagen later zag Misch Goebbels en Bormann in de gang van de bunker overleggen met Hitler en diens adjudant SS-majoor Otto Günsche.

'Ik zag hem zijn kamer binnengaan (...) en iemand, Günsche, zei dat hij niet gestoord mocht worden', aldus Misch. 'We wisten allemaal wat er aan de hand was. Hij zei dat hij Berlijn niet zou verlaten, dat hij zou blijven.' 'We hoorden geen schot, we hoorden niets, maar een van degenen in de gang, ik weet niet meer of het Günsche of Bormann was, zei: 'Linge, Linge, ik denk dat het gedaan is'', zei Misch. Heinz Linge was Hitlers bediende.

'Toen was het heel stil (...) wie de deur opende, weet ik niet meer, Günsche of Linge. Ze openden de deur, en ik keek natuurlijk, en toen was er een korte pauze en de tweede deur werd geopend (...) en ik zag Hitler zo op tafel liggen', zei Misch, waarbij hij zijn hoofd op zijn handen op tafel legde. 'En Eva lag zo op de sofa, met haar knieën omhoog, haar hoofd naar hem gekeerd.'

Hitler en Eva Braun in 1937.Beeld afp

Misch belde de kanselarij om zijn superieur in te lichten en ging toen terug naar beneden, waar het lichaam van Hitler op de vloer was gelegd met een deken eroverheen. 'Toen wikkelden ze Hitler in en zeiden: 'Wat doen we nu?'' zei Misch. 'Terwijl ze Hitler mee naar buiten namen (...) passeerden ze me op drie of vier meter. Ik zag zijn schoenen uit de bundel steken.'

'De chef wordt verbrand, kom mee naar buiten'
Een SS-bewaker rende de trap af en probeerde Misch te laten meekijken terwijl de twee werden oversprenkeld met benzine en aangestoken. 'Hij zei: 'De chef wordt verbrand, kom mee naar buiten'', aldus Misch. Maar in plaats daarvan trok Misch zich verder terug in de bunker om met zijn kompaan Hentschel te overleggen. 'Ik zei: 'Ik zag de Gestapo boven in de (...) kanselarij en het zou kunnen dat ze ons als getuigen willen doden'', zei hij.

Maar Misch bleef op zijn post in de bunker - die hij beschreef als een doodskist van beton - en nam telefoontjes aan van zijn nieuwe baas Goebbels, tot hij op 2 mei toestemming kreeg te vertrekken. 'Goebbels kwam naar beneden en zei: 'Jij hebt een kans te overleven. Je hoeft hier niet te blijven en te sterven''. Misch greep zijn rugzak en vluchtte met een paar anderen via de puinhopen van Berlijn.

Ze baanden zich een weg door kelders en metrotunnels totdat ze boven zich Duits hoorden spreken. Het bleken zo'n driehonderd soldaten die gevangen waren genomen door de Sovjets. Ook zij werden aangehouden.

Na de Duitse overgave op 7 mei werd Misch meegenomen naar de Sovjet-Unie, waar hij negen jaar in een krijgsgevangenenkamp zat. In 1954 mocht hij terugkeren naar Berlijn. Hij trok in bij zijn vrouw Gerda, met wie hij in 1942 was getrouwd en die in 1997 overleed, en opende een winkel.

Op 87-jarige leeftijd gaf hij een interview aan Associated Press. Hij leek nog steeds op het ideaalbeeld van een SS'er, met een sterk fysiek, brede schouders en netjes gekamde witte haren.

Vragen over schuld of wroeging over de Holocaust beantwoordde hij niet. Hij zei niets te hebben geweten van de moord op zes miljoen joden en beweerde dat Hitler nooit in zijn bijzijn had gerept over de Endlösung. 'Dat was nooit een onderwerp', zei hij met nadruk. 'Nooit.'

Hitler in 1943.Beeld epa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden