Getogen kunst

Wat is het nut van een stadscollectie? V vroeg het de stadsconservator van Rotterdam. Plus: vier conservatoren kozen hun favoriete stadskunstwerk.  

Het is natuurlijk een typisch, beetje pesterig Erik van Lieshout-briefje: 'Hallo Arno, omdat ik in Berlijn ga wonen stuur ik je nog wat nieuw werk op. Groeten, Erik van Lieshout.'


Het is 1998 en de Arno in de aanhef van het briefje van de jonge, in Rotterdam gevestigde beeldend kunstenaar Van Lieshout is Arno van Roosmalen. Als stadsconservator bij Museum Boijmans Van Beuningen is hij aangesteld om werk van Rotterdamse kunstenaars aan te kopen en tentoon te stellen. Dit in het kader van de tien jaar daarvoor door gemeente en museum in het leven geroepen Stadscollectie.


Pesterig, maar toch: Van Lieshout legt er de vinger mee op de zere plek. Want wat is dat, een stadscollectie? Welk werk hoort daarin thuis? Werk van een kunstenaar die in Rotterdam woont? Is geboren? Opgeleid? Werk dat in een Rotterdams atelier is gemaakt?


Morgen gaat in Museum Boijmans Van Beuningen de tentoonstelling De stad, de kunstenaars en het museum, 25 jaar Stadscollectie Rotterdam open. Om iets van dat unieke fenomeen te begrijpen - van de grote steden hebben alleen Den Haag en Rotterdam een stadscollectie - moeten we nog een paar jaar verder terug in de tijd, naar zondag 11 december 1983, om kwart voor vier in de middag om precies te zijn.


Op dat moment meldt een medewerker van Museum Boijmans Van Beuningen dat vier bezoekers zich vreemd gedragen. Niet veel later hebben zich 45 actievoerders verzameld in de Serrazaal. Ze willen het museum na sluitingstijd niet verlaten.


De demonstranten zijn leden van de plaatselijke Beroepsvereniging Beeldend Kunstenaars en ze eisen meer ruimte en aandacht voor Rotterdamse kunst in het museum dat, inderdaad, al decennialang vooral een internationale focus heeft. Volgens Wim Beeren, in die tijd directeur van het Boijmans, bestaat Rotterdamse kunst niet eens.


Toch vindt de roep van de demonstranten vier jaar later gehoor en benoemt de gemeente de eerste stadsconservator. Hij krijgt de opdracht onder de vleugels van het museum 'een collectie op te bouwen met werken van (inter)nationale kwaliteit die de historische ontwikkeling van de na-oorlogse Rotterdamse kunst laat zien'.


Het budget, 360 duizend gulden, is afkomstig van de inmiddels afgeschafte BKR, de regeling waarbij lokale kunstenaars in ruil voor een kunstwerk beroep konden doen op de gemeentelijke sociale voorzieningen.


Maar meteen rees dus die vraag: wat is Rotterdamse kunst?


Saskia van Kampen-Prein is de huidige stadsconservator van Museum Boijmans Van Beuningen en ze zegt het zonder enige terughoudendheid: 'Ik ben het met Wim Beeren eens: Rotterdamse kunst bestaat niet. Daarvoor is de diversiteit te groot.'


Ze moet daarom om het briefje van Erik van Lieshout wel hartelijk lachen, maar of hij daarmee destijds een vinger op de zere plek legde? 'Welnee. Misschien dat de eerste twee stadsconservatoren nog erg met de herkomstvraag bezig waren, maar al snel is het onderscheid tussen de Stadscollectie en de collectie Moderne Kunst van het museum artificieel geworden. Er werd zelfs regelmatig geld uit het budget van de afdeling Moderne Kunst overgeheveld om een aankoop voor de Stadscollectie mogelijk te maken.'


Zelf ziet Van Kampen-Prein de twee collecties als één. 'Het belangrijkste criterium bij het samenstellen van die collectie is kwaliteit. Niet of de kunstenaar uit Rotterdam komt.'


Daan van Golden en Joep van Lieshout. Charlotte Schleiffert, Hella Jongerius, Jeroen Eisinga. Kiki Lamers en Erik van Lieshout. Jeanne van Heeswijk, Richard Hutten, Bertjan Pot. Wie de lijst met namen van de kunstenaars uit de Stadscollectie bekijkt, valt de hoeveelheid grote namen op en kan daarom niet om de vraag heen: zouden deze mensen zonder stadsconservator niet door het museum zijn opgemerkt?


'Je weet het natuurlijk nooit helemaal zeker', zegt Van Kampen-Prein. 'Maar neem Joep van Lieshout. Toen Jan van Adrichem in 1988 diens 12 stenen - 12 kratten aankocht, was hij net afgestudeerd en kende vrijwel niemand hem nog. Doordat zijn werk in de Stadscollectie werd opgenomen, heeft zijn carrière een enorme boost gekregen. '


Zeker, ze heeft het zichzelf ook afgevraagd tijdens het schrijven van de catalogus en het maken van de overzichtstentoonstelling: is een stadscollectie nog relevant? 'Maar die twijfel had meer te maken met een krimpend budget: 129 duizend euro per jaar. Recente aankopen van Atelier Van Lieshout zijn vooral mogelijk gemaakt dankzij de BankGiro Loterij.'


Allerminst denkt ze dat een stadsconservator in deze tijd overbodig is. Dat een conservator moderne kunst hetzelfde kan. 'Die laatste heeft de neiging eerst te kijken naar wat er in het buitenland gebeurt. Een stem geven aan een groep kunstenaars uit de eigen stad is niet zijn eerste prioriteit.'


Ze heeft ook gemerkt hoe belangrijk Rotterdamse kunstenaars het vinden dat er een stadsconservator is. 'Er zijn er zelfs bij die vinden dat ik me alleen met hen moet bezighouden. Voor mijn eerste collectiepresentatie als stadsconservator, met werk van onder anderen Sarah Lucas, Maria Roosen en Robert Gober, zocht ik Gober op in de Verenigde Staten.


'Ook apart, dat je als stadsconservator naar Amerika vliegt', was toen een van de reacties. Ik vind: juist door minder bekende kunstenaars samen te presenteren met grote namen, krijgen beginnende carrières een lift.'


Morgen kondigt het museum haar vertrek aan als stadsconservator. Ze heeft de afgelopen vier jaar ruim 800 werken in de Stadscollectie geïnventariseerd. Middels een catalogus is die toegankelijk gemaakt voor publiek. Ook heeft ze recent werk aangekocht van een aantal kunstenaars die al in de collectie zaten: Jeroen Eisinga, AVL. 'Voor de continuïteit.'


Ze wordt conservator Moderne Kunst van het museum. De komende maanden zal ze zich met haar collega's buigen over de vraag: hoe verder met de Stadscollectie? Waar zitten de lacunes? Wat moet er nog worden aangekocht? Wat wordt afgestoten?


Voor haar opvolgster Noor Mertens heeft ze al een verlanglijstje klaar. Daarop staat in ieder geval één naam die ze in haar museum node mist: Han Hoogerbrugge. Geboren, getogen en opgeleid in Rotterdam - en daarna altijd gebleven.


De stad, de kunstenaars en het museum. 25 jaar Stadscollectie Rotterdam, Museum Boijmans Van Beuningen, 8/6 t/m 1/9. Gelijktijdig is de tentoonstelling Design in Rotterdam te zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden