Getergde shi’itische milities in Irak willen terugslaan

Na een schier oneindige reeks aanslagen door soennieten en buitenlandse jihad-strijders, dreigen shi’itische milities in Irak nu terug te slaan....

Van onze buitenlandredacteur Henk Müller

Iraakse shi’ieten staan klaar om de strijd aan te binden met soennieten en buitenlandse jihad-strijders die nu zoveel mogelijk Irakezen proberen te doden. Shi’itische leiders lijken minder te willen of te kunnen voorkomen dat hun volgelingen het heft in eigen hand nemen.

De afgelopen weken zijn naar schatting zevenhonderd doden gevallen, veelal Iraakse politiemannen, gewone burgers, maar ook een aantal shi’itische geestelijken die nauwe banden onderhielden met groot-ayatollah Ali al-Sistani, de hoogste geestelijk leider.

Iraakse troepen zijn goed in staat om opstandelingen te verslaan, verklaarde de Amerikaanse president Bush gisteren opnieuw. Maar shi’ieten zien dat anders. Dat de druk van hun kant hoog is, blijkt uit de aankondiging diezelfde dag door premier Ibrahim al-Jaafari, een shi’iet. Hij zei dat hij zijn regering zal aanraden shi’itische milities onder te brengen bij de Iraakse veiligheidstroepen.

Dit ‘met het oogmerk om een einde te maken aan het terrorisme en met het doel de duur te verkorten van de aanwezigheid van multinationale troepen’. In een notendop geeft Al-Jaafari daarmee het programma voor de komende periode aan.

Tot nu toe hebben shi’itische leiders kans gezien de eigen milities –zoals het Mahdi-leger van de radicale geestelijke Muqtada al-Sadr, maar ook in Iran getrainde groeperingen– in het gareel te houden.

De meeste aanslagen in Irak zouden het werk zijn van Abu Musab al-Zarqawi. Hoeveel aanslagen hij en zijn terreurbeweging Al Qa’ida in Tweestromenland echt op hun naam hebben staan, is onzeker. Maar shi’itische leiders wezen er steeds weer op dat hij geen Irakees is. Zo konden zij een buitenlander voor de ergste aanslagen verantwoordelijk maken en de milities ervan weerhouden achter soennitische opstandelingen aan te gaan.

Ook voor de VS is Al-Zarqawi, met dezelfde prijs op zijn hoofd als Osama bin Laden, in zekere zin een zondebok. De terrorist is daarom vanzelfsprekend niet minder gevaarlijk, maar hij maakt de strijd overzichtelijk. Wie de vijand is, is duidelijk en Al-Zarqawi’s dood zou het verzet moeten breken. De VS hebben daarom massaal de jacht op hem geopend. Maar shi’itische leiders weten dat het verzet naast Al Qa’ida uit meerdere soennitische groeperingen bestaat die losvast banden aangaan en op ad hoc basis samenwerken.

Wat ze ook weten is dat deze groepen, samen met buitenlandse jihad-strijders als Al-Zarqawi, proberen een burgeroorlog uit te lokken. Keer op keer roept Al Qa’ida soennieten op de wapens tegen shi’ieten op te nemen omdat zij samen met de ‘aanbidders van het kruis (christenen, red) in de frontlinie stonden bij elke oorlog tegen soennitische moslims’.

Die oproep blijkt aan te slaan. De invloedrijke soennitische Vereniging van Moslim Geestelijken heeft de afgelopen weken een aantal keren shi’itische milities ervan beschuldigd moordaanslagen uit te voeren op soennitische moskeën. Uit protest gingen de gebedshuizen in Bagdad daarom drie dagen dicht. De Iraakse premier herhaalde gisteren openlijk wat Abdul Aziz al-Hakim, de leider van de Verenigde Iraakse Alliantie (VIA), de shi’itische partij met de meeste zetels sinds de verkiezingen van januari, onlangs als klacht uitte: de aanslagen van de guerrilla’s verlengen de Amerikaanse aanwezigheid in Irak.

De VIA wil snel af van de Amerikaanse troepen. Al-Hakim wil zware wapens kunnen kopen voor de strijd en Iran is mogelijk leverancier. De belangrijkste tegenstrever van Al-Hakim, Muqtada al-Sadr, rook zijn kans. Hij bood aan een verenigd front te vormen tegen alle tegenstanders van de shi’ieten: de VS voorop. Al-Hakim is leider van de Opperste raad voor de islamitische Revolutie in Irak (Sciri), die in 1982 in Teheran werd gevormd. De organisatie had de steun van ayatollah Khomeini, de toenmalig leider van Iran. Sciri had tot in 2003 haar hoofdkwartier in Teheran. Soennieten beschuldigen de milities van Sciri, de in Iran getrainde Badr-brigades, ervan moordaanslagen uit te voeren.

De Iraakse premier bepleit het inschakelen van shi’itische milities in het veiligheidsapparaat en het leger. Onder Saddam was dat volledig in soennitische handen. Door de zuiveringen na diens val kunnen leden van de Ba’ath-partij –soennieten– niet terugkeren in het veiligheidsapparaat. Washington dringt er nu bij Bagdad op aan niet alle soennieten en Ba’ath-leden over een kam te scheren.

Juist nu heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken, nu gedomineerd door Sciri, in Basra in het zuiden een nieuwe elite-eenheid –de Panter-brigades– geïnstalleerd om de veiligheid te waarborgen. Soennitische commandanten hebben zich daarover beklaagd.

Iran heeft met de regio Basra inmiddels nauwe banden. Er zijn plannen voor directe treinverbindingen en zodra de veiligheidssituatie het toelaat zullen Iraanse pelgrims naar de heilige steden Najaf en Karbala kunnen reizen. Voor beide landen een lucratieve zaak. Teheran heeft reeds te kennen gegeven Irak elektriciteit te willen leveren en handelsbelemmeringen zouden kunnen worden opgeheven.

Arabische landen zien dit alles met lede ogen aan en beschikken over hun eigen contacten met soennitische groeperingen. Zij zullen niet zonder slag en stoot het machtsevenwicht ten gunste van de shi’ieten in Irak en van Iran laten verschuiven.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden