Geteisterd paradijs

Wie door Bergen aan Zee wandelt, ziet een dorp zoals er wel meer zijn aan de zeeën van de wereld....

Door Bert Wagendorp

Je rijdt de Eeuwigelaan af, slaat bij de rotonde rechtsaf de duinen in, groet Herman Gorter die daar op zijn sokkel staat en vervolgt je weg, zuidelijk van het Russenduin, een paar kilometer, tot je aankomt in Bergen aan Zee.

Even landinwaarts ligt Bergen, dus zo verrassend is het niet, Bergen aan Zee. Want inderdaad, zodra je het gebouw van het Zee-aquarium - dorpsverkrachting in beton - bent gepasseerd en de C. F. Zeilerboulevard oploopt, zie je de zee.

De zee, die was er honderd jaar geleden ook al, maar verder was er hier toen nog niets. Ja, duinen, ongeschonden.

Misschien dwaalde er wel eens iemand langs het strand en in het duingebied werd gejaagd. Maar degene die de genoegens van zee of strand wilde proeven, begaf zich naar het iets zuidelijker gelegen Egmond aan Zee. Hier, in de duinen bij het Engelse Veld, woonde niemand en was geen strandvertier. Er waren slechts kwallen en een idee: Bergen aan Zee.

Je zou idee en uitkomst bijna een eeuw later nog eens gedetailleerd naast elkaar willen zien, in twee maquettes van illusie en resultaat. Het zou mooi illustreren wat tijd en tijdgeest doen met dromen: meestal weinig goeds.

De vrouw achter Bergen aan Zee heette Marie van Reenen-Völter. Zij wist in 1905 nog niet dat de eerste veertien jaren van de 20ste eeuw de laatste waren van de 19de en ni ¿ et de eerste van de 20ste. Ze vormde haar ideeën omtrent Bergen aan Zee - en Bergen zelf - in de geest van de voorbije eeuw waaruit zij en haar echtgenoot waren voortgekomen.

Toerisme was in die eeuw nog een aristocratische activiteit. En in een dorp als Bergen leefde nog de romantische idylle - voor wie het zich kon veroorloven tenminste.

Hoe gaan die dingen? Gerlach Cornelis Joannes van Reenen wordt geboren in 1818 en zijn broer Jan Jacobus drie jaar later. Ze zijn de jongste telgen in een Amsterdams regentengeslacht. Hun grootvader was schepen van de hoofdstad en hun vader lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, alsmede hoogleraar rechtswetenschap aan het Amsterdamse Atheneum Illustre - voorloper van de Universiteit. Gerlach is op zijn 22ste advocaat en op zijn 32ste burgemeester van Amsterdam. In 1853 treedt hij aan als minister van Binnenlandse Zaken en tot zijn overlijden in 1893 is hij verder nog voorzitter van de Tweede Kamer en, als vice-voorzitter van de Raad van State, onderkoning van Nederland. Fraaie carrière.

Zijn broer Jan Jacobus Henricus van Reenen, eveneens advocaat, is kennelijk wat meer op zijn rust gesteld. Terwijl Gerlach uitgroeit tot een van de machtigste mannen van het jonge koninkrijk, treedt Jan Jacobus in 1865 aan als gemeenteraadslid en wethouder van de gemeente Bergen, Noord-Holland, dorp van duizend inwoners.

Het is, dat moet erbij worden vermeld, wel zo'n beetje Jan Jacobus' éigen dorp. Hij heeft meer dan 40 procent van de gemeentegrond in handen. In 1851 is hij op een veiling voor de somma van 156.310 gulden eigenaar geworden van de Heerlijkheid Bergen, waarna hij zich tevens Heer van Bergen mag noemen. Geen adellijke titel, maar het klinkt goed.

Jan Jacobus is getrouwd met een meisje Rendorp van Marquette en is nu dus eigenaar van een landgoed van in totaal 1500 hectare duingebieden bos. Dat bevalt hem. Hij keert Amsterdam voorgoed de rug toe en gaat wonen op het oude buiten ' t Hof, een eindje buiten de dorpskern van Bergen. Zijn echtgenote schenkt hem twaalf kinderen en het echtpaar leidt het leven van de landadel, temidden van de voornamelijk uit kleine boeren bestaande bevolking. Die staat, ondanks de staatkundige hervormingen van 1848 en 1851, nog altijd in een bijna feodale verhouding tot de Heer der Heerlijkheid.

Helaas overlijdt Jan Jacobus in 1883 op 62-jarige leeftijd. Hij heeft nog juist meegemaakt dat zijn oudste zoon Jacob, geboren in 1959, een beschamende mésalliance sluit, door in 1882 te trouwen met Marie Amalia Dorothea Völter, die in 1873 op ' t Hof is gearriveerd als gouvernante voor de rijke kinderschaar der Van Reenens. De Duitse gouvernante is maar vijf jaar ouder dan Jacob en volledig bereid in te gaan op diens jeugdige avances.

Twee jaar na de dood van de oude Van Reenen wordt Jacob benoemd tot burgemeester van Bergen. Hij vestigt zich met zijn gezin op het nieuw gebouwde Kranenburgh, tussen dorp en ' t Hof, en begint samen met zijn vrouw plannen te bedenken. Bijvoorbeeld voor de aanleg van een badplaats.

Want Europese ontwikkelingen beginnen zelfs tot Bergen door te dringen. Zo is er de toenemende populariteit van zee en strand, tot halverwege de 19de eeuw het exclusieve domein van vissers en jutters. De zee wordt ontdekt als een bron van gezondheid en ontspanning. In 1856 is Wilhelmina van Reenen, Jacobs moeder, in Egmond de eerste vrouw die, in de rug tegen al te opdringerige blikken beschermd door een badkoets, een zeebad neemt.

Zee en strand, beseffen Jacob en Marie van Reenen, worden een toeristische trekpleister. En de zee ligt maar een kilometertje of vijf verderop. Achter een leeg duingebied, dat aan de familie toebehoort en dat geen cent oplevert.

Als hij in 1903 het landgoed voor de somma van 172 duizend gulden koopt van zijn moeder, zet Jacob vaart achter de plannen. Noodgedwongen, want hij zit nu met een reusachtige schuld en het grondbezit moet geld gaan opleveren. Bergen telt nu 1500 inwoners en 430 woningen, maar dat moeten er spoedig meer worden. Wat helpt bij de plannen is, dat in 1905 de stoomtramverbinding met Alkmaar tot stand is gekomen. Die maakt het voor dagjestoeristen gemakkelijker om naar het dorp te komen - bijvoorbeeld naar de beroemde uitspanning Duinvermaak.

Maar rijke stadsbewoners die zich in de zomer in Bergen vestigen, kunstenaars in hun spoor, dat is nóg interessanter. Aan hen kan Van Reenen namelijk kavels slijten waarop ze hun door beroemde architecten ontworpen zomerhuizen kunnen neerzetten. Als een moderne projectontwikkelaar gaat Van Reenen zijn eigen dorp te lijf en hij wil aan zee zelfs een nieuw uit de grond stampen. Het plan is een villapark in de duinen langs het strand te bouwen, duinpercelen voor bebouwing te slijten aan particulieren en allerhande badactiviteiten tot ontwikkeling te brengen.

Bergen aan Zee is al een Port Leucate, een Cap d'Agde aan de Nederlandse kust, op een moment dat ze in Frankrijk nog geen flauw benul hebben van het concept van de nieuwe badplaats. Bergen aan Zee is al een instant

vakantieparadijs met alles erop en eraan, ver voor de Vacance's Soleil en Club Med's dat idee verder uitwerken.

De befaamde Haarlemse tuinarchitect Leonard Springer krijgt opdracht een weg te ontwerpen die Bergen moet verbinden met de nieuwe badplaats. Hij tekent de drie kilometer lange Zeeweg tussen boerderij De Franschman en de zee. De aanleg zal ruim een jaar in beslag nemen. Stratenmaker Dirk Min, zoon van de befaamde helmplanter Klaas, is met veertig arbeiders van 5 maart 1905 tot 22 maart 1906 bezig om het strand klinker voor klinker te ontsluiten.

Voor de ontwikkeling van de badplaats, die in 1905 voor het eerst als Bergen aan Zee wordt aangeduid, roepen Jacob en Marie de hulp in van grote namen als de beroemde architect H. P. Berlage en de bioloog Jac. P. Thijsse. Maar uiteindelijk wordt Bergen aan Zee toch vooral het project van Marie van Reenen-Völter.

In juni 1908 richt zij de BEM op, de Bouw Exploitatie Maatschappij Bergen aan Zee, waarin het familiebezit aan strand en duingrond wordt ondergebracht. Eénderde daarvan kan voor bebouwing worden uitgegeven, onder stringente voorwaarden en bij voorkeur aan de betere standen. Want de Van Reenens willen van Bergen aan Zee een exclusief paradijsje maken, zo veel mogelijk afgeschermd van de buitenwereld.

In 1909 wordt de stoomtramverbinding Alkmaar-Bergen doorgetrokken naar Bergen aan Zee en krijgt het nieuwe dorp waterleiding. In datzelfde jaar verrijst het chique Hotel Nassau Bergen, mede-ontworpen door Berlage, dat in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers zal worden afgebroken - het huidige hotel met dezelfde naam is na-oorlogs.

De elite komt. Op 17 mei 1907 heet Bergen aan Zee haar eerste gast hartelijk welkom; mevrouw Quarles van Ufford uit Maarssen neemt haar intrek in café-restaurant Prins Maurits, dat tevens dienst doet als hotel.

In 1912 krijgt Bergen aan Zee een eigen postkantoor - definitief bewijs van de overgang van nederzetting naar dorp, van officieel bestaan, met stempels en al. De eerste die er een brief post, is dichter Herman Gorter. Hij verblijft regelmatig een eindje buiten het dorp, aan de Verbrande Panweg, in het huis van de pianiste Marie Fokkens. Hij tennist met de jonge dichter Adriaan Roland Holst op de banen naast het door Marie Völter hoogstpersoonlijk ontworpen Parnassiapark - er kan daar nog steeds worden getennist.

In 1940 staan in Bergen aan Zee tachtig woningen en villa's, twintig winkels, bedrijven en loodsen, vier vakantiekoloniehuizen, vijf pensions, vijf hotels, een station, een postkantoor en een kerkje, het Vredeskerkje uit 1918, symbool voor de verbroedering der volkeren na vier jaren van massale slachtingen.

In datzelfde jaar worden op last van de bezetter hotels en villa's bij het strand gesloopt en Bergen aan Zee tot verboden gebied verklaard.

Het is een keerpunt, een breekpunt. De Van Reenens verdwijnen uit beeld. Burgemeester Hendrik Daniel van Reenen, zoon van Jacob en Marie, wordt in 1942 geïnterneerd in Haaren en keert na de oorlog gebroken terug in Bergen. Hij overlijdt in 1972. De gemeente Bergen koopt strand en duingebied van de opvolger van de BEM.

Marie van Reenen-Völter is al in 1925 overleden. Haar echtgenoot, die tussen alle bedrijven door ook nog 38 jaar burgemeester is geweest van de gemeente Bergen, sterft in 1951, op 92-jarige leeftijd.

Hij heeft in 1945 de moderne tijd Bergen aan Zee nog zien binnendenderen, maar de consequenties daarvan - appartementencomplexen, overvolle parkeerplaatsen en de walm van frituurvet in de morgen - zijn hem bespaard gebleven.

Wie nu door het Bergen aan Zee van 2003 wandelt, ziet een dorp zoals je er wel meer ziet aan de zeeën van de wereld. Het lijkt alsof zilte winden smakeloosheid met zich meevoeren. Alsof in de hoofden van architecten kortsluiting ontstaat zodra ze moeten bouwen waar het geruis van de golven is te horen.

Hier en daar zie je in Bergen aan Zee nog de schaduw van wat ooit de bedoeling was: een beschaafd oord voor de happy few. In een enkel huis aan de Parkweg, aan het kolossale buitenverblijf Russenduin aan de Elzenlaan, later landelijk befaamd als het Bio-Vacantie-oord.

Er zijn niet veel plaatsen aan zee waar de lelijkheid geen glanzende overwinning heeft geboekt. Marie van Reenen-Völter kijkt vanuit een parkje in het centrum voor zich uit - een lichte treurnis spreekt uit haar ogen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden