Gestolen verhalen

Hoewel de Australische premier John Howard het woord 'sorry' nooit over de lippen heeft gekregen, wil zijn regering kennelijk toch íets goedmaken tegenover de aboriginals....

De Australische regering maakt zich zorgen. Regisseur Phillip Noyce, die al jaren in Hollywood werkt en daar successen boekte met actiefilms als Clear and Present Danger en Patriot Games, heeft het in zijn hoofd gehaald een pijnlijk hoofdstuk uit de Australische geschiedenis op te rakelen.

Dat is niet goed voor het imago van Australië. Al gaat het om een kleine productie zonder grote sterren, Rabbit-Proof Fence belooft wereldwijd een flink aantal bezoekers te trekken. Noyce, Australiër, heeft er al belangrijke prijzen mee gewonnen, en wordt zelfs getipt voor een Oscar.

De Amerikaanse publiciteitscampagne rond de film, die vorige maand begon, zit de Australiërs evenmin lekker. 'What if the government kidnapped your daughter?', luidt de slogan op de filmposter. In kleinere letters volgt uitleg: 'Het gebeurde elke week in Australië tussen 1905 en 1971.'

'Ze zullen denken dat we racisten zijn', klaagde een minister, die onmiddellijk overheidsgeld wilde vrijmaken voor een contra-offensief. Officiële protesten mochten niet baten; de postertekst is niet misleidend of leugenachtig, zoals de minister claimde.

Rabbit-Proof Fence vertelt het verhaal van drie aboriginalmeisjes die bij hun moeder worden weggehaald om 1600 kilometer verderop in een hervormingskamp een blanke levensstijl aan te leren. De film speelt zich af in 1931 en is gebaseerd op een boek van Doris Pilkington Garimara, waarin zij de ervaringen van haar moeder en tantes beschrijft. Ook de schrijfster zelf werd in haar jeugd samen met haar zus van haar ouders gescheiden. De kinderen kregen te horen dat ze wezen waren; het was niet de bedoeling dat ze hun ouders ooit terugzagen.

Naar schatting honderdduizend kinderen - voornamelijk 'halfbloed'-aboriginals - werden in de loop van de twintigste eeuw op deze wijze heropgevoed. Ze werden ondergebracht bij blanke adoptiegezinnen, of groeiden op in een weeshuis. Het was voor hun eigen bestwil, vonden de autoriteiten, die de aboriginals niet tot een deugdelijke opvoeding in staat achtten en bovendien hoopten dat de oorspronkelijke bevolking vlot zou uitsterven - iets wat toch onvermijdelijk werd geacht.

Lange tijd werd de geschiedenis van de 'gestolen generaties' onder het tapijt geschoven. Pas in 1997 verscheen het eerste officiële rapport over de stelselmatige ontvoering van aboriginalkinderen. De conclusie van de onderzoekscommissie was helder: de regering had zich decennia lang schuldig gemaakt aan grove schendingen van de rechten van de mens, aan racisme, en - gezien het achterliggende doel - aan genocide.

Sindsdien vragen vele aboriginals om genoegdoening en excuus - met Cathy Freeman als bekendste vertegenwoordiger, de atlete die in 2000 in Sydney het olympisch vuur mocht ontsteken en met haar gouden medaille op de 400 meter lieveling werd van alle Aussies. Maar de conservatieve regeringscoalitie onder premier John Howard heeft moeite met het woord 'sorry'. Dat ze sinds een paar jaar onder vuur ligt van mensenrechtenorganisaties en VN-commissies neemt de regering voor lief, bang als zij is met miljoenenclaims om de oren te worden geslagen. Net als in de netelige kwestie rond de landrechten van de autochtone bevolking houdt de regering haar mond en blijft de staatskas op slot.

'Onze grootste internationale filmhits gingen over pratende biggetjes, krokodillenjagers of in glitterpakjes gehulde ballroomdansers, maar toch hoorde je nooit een politicus klagen over misleidende beeldvorming', schreef een Australische journalist, verbaasd over de controverse rond Rabbit-Proof Fence. De zwetende handpalmen van politici bij het zien van de Amerikaanse filmposter hebben dan ook vooral te maken met Australiës toch al groeiende imagoprobleem: het extreem strenge asielbeleid leidt tot steeds meer oproer, en premier Howard wordt beschuldigd van kiezersbedrog omdat zijn partij valse propaganda zou hebben verspreid over bootvluchtelingen. De indruk van een onberispelijk, vrolijk en zonnig land dreigt te verdwijnen achter de beelden van grimmige detentiekampen in de woestijn en hongerstakende asielzoekers.

Toch zijn het vooral de aboriginals die de regering een voortdurende kramp bezorgen. Ze zijn nog maar klein in aantal - enkele honderdduizenden, volgens omstreden tellingen - maar met hun grote problemen en gegronde claims drukken ze de blanke Australiërs telkens weer met hun neus op de koloniale geschiedenis.

Hoewel de inheemse bevolking nog altijd hevig wordt gediscrimineerd, lijkt de drang toch iets goed te maken evenredig groot. En dus tuimelen initiatieven om de aboriginalcultuur te bevorderen de laatste jaren over elkaar heen, en stelt dezelfde overheid die niets van excuses wil weten, ruimhartig subsidie ter beschikking aan aboriginal-filmfondsen en -opleidingen.

Zo kan het gebeuren dat de 'nieuwe Australische cinema' een 'inheemse cinema' is. Na een paar onverklaarbaar slappe jaren - de succesvolle jaren negentig, met hits als Muriel's Wedding en Babe, leken ver weg - kent de filmsector plots weer een opleving. En die is te danken aan de aboriginals.

Dat blanke regisseurs als Noyce en de in Nederland geboren Australiër Rolf de Heer het afgelopen jaar films maakten met hoofdrollen voor aboriginals, mag al bijzonder heten. De laatste vijftien jaar gebeurde dat niet of nauwelijks meer, omdat de filmmakers bang waren hun vingers te branden aan een gevoelig onderwerp.

Vóór die tijd werden aboriginals doorgaans geportretteerd als primitievelingen met mysterieuze spirituele krachten - vaak met de beste bedoelingen, maar toch wat eenzijdig. In films als Nicholas Roegs Walkabout (1971) of Peter Weirs The Last Wave (1977) vertegenwoordigde het aboriginalpersonage vooral de mystieke ideeën van de regisseur. De jaren tachtig waren niet veel beter: de paar bijrolletjes die er nog voor aboriginalkarakters waren weggelegd, zoals in de twee Crocodile Dundee-films, waren van het kluchtige soort.

De aboriginals zijn niet alleen terug vóór de camera, ze maken ook zelf films. En dat is een nog interessanter ontwikkeling. Tot voor kort was het aantal aboriginal-regisseurs op de vingers van een hand te tellen, maar door de talrijke stimuleringsprogramma's van de overheid en andere instellingen, zoals televisiezenders, is een complete nieuwe generatie filmmakers opgestaan.

Met zijn visueel zeer sterke, sombere road-movie Beneath Clouds won de jonge regisseur Ivan Sen de prijs voor het beste debuut op het vorige filmfestival van Berlijn. Het was de voorbode van een jaar vol aboriginal-filmsuccessen, culminerend in de uitreiking van de belangrijkste Australische filmprijzen in december. Daar werden liefst vier aboriginal-filmmakers bekroond, terwijl Rabbit-Proof Fence werd uitgeroepen tot beste film.

De inheemse oogst wordt op het filmfestival Rotterdam gepresenteerd onder de titel Tracking Tomorrow. Volgens Sally Riley, die als hoofd van de inheemse afdeling van het Australische filmfonds verantwoordelijk is voor een aanzienlijk deel van het Tracking Tomorrow-programma, vertellen deze films verhalen die 'erom schreeuwen verteld te worden', juist omdat ze afkomstig zijn van aboriginals. Voor Riley was 'zelfrepresentatie' een belangrijk doel: de aboriginals worden niet langer alleen door blanken geportretteerd, maar richten de camera op zichzelf. En dat geeft hun controle over hun cultureel erfgoed.

Het klinkt mooi, en Riley is terecht trots op haar resultaten, maar voor een buitenstaander lijkt de scheiding tussen inheems en niet-inheems tamelijk onzinnig. Als Beneath Clouds een mooie film is, doet het er dan iets toe of de maker aboriginal is?

In Australië natuurlijk wel. Een film door of over aboriginals is daar altijd, gewild of ongewild, een politiek statement. Het blijkt wel uit de recensies van Rolf de Heers film The Tracker, waarin drie blanke mannen in 1922 een aboriginal op de hielen zitten die wordt verdacht van moord. De film kent knap acteerwerk, prachtig in beeld gebrachte landschappen, en maakt inventief gebruik van muziek en schilderkunst om het verhaal te vertellen.

Toch hadden de Australische recensenten maar oog voor één ding. Als De Heer ons misdadige koloniale verleden aan de kaak wil stellen, schreven ze, had dat dan niet iets genuanceerder gekund?

In Europese ogen is The Tracker beslist geen geschiedenisles, net zomin als de films van kunstenares Tracey Moffatt (ook aboriginal) alleen maar iets zeggen over de aboriginalcultuur. Het opvallende aan de meeste Tracking Tomorrow-films is nu juist dat het géén politieke pamfletten of antropologische studies zijn, maar gewoon films, al werden ze dertig maal gesubsidieerd uit speciale inheemse potjes.

Alleen al het predikaat 'inheemse films' maakt duidelijk hoe ver Australië nog afstaat van het vergeven en vergeten dat de regering-Howard zo graag zou zien. De sporen van het geweld en het racisme zijn domweg nog te vers. De levensloop van David Gulpilil, de bekendste aboriginal-acteur, is daar een bewijs van.

Over de acteur werd een documentaire gemaakt, die ook in Rotterdam is te zien: Gulpilil - One Red Blood. David Gulpilil is de man die bij de meeste westerse filmkijkers op het netvlies verschijnt wanneer ze zich een aboriginal voorstellen. Hij werd op vijftienjarige leeftijd ontdekt door de Britse filmmaker Nicholas Roeg, die hem een hoofdrol gaf in Walkabout. Gulpilil was de mysterieuze half-levende aboriginal die Richard Chamberlain in zijn dromen bezocht in The Last Wave; hij deed een vrolijk dansje in Crocodile Dundee; en hij draafde op als spirituele aboriginal-magiër in Philip Kaufmans astronautendrama The Right Stuff (1983) en Wim Wenders' Until the End of the World (1991). In zowel Rabbit-Proof Fence als The Tracker speelt Gulpilil een hoofdrol - beide keren als 'tracker', een kenner van het land en sporenlezer.

De documentaire toont hoe Gulpilil, die opgroeide in de bush bij zijn Yolngu-stam en pas op latere leeftijd Engels leerde, nog altijd tussen twee werelden leeft. Wanneer hij niet aan het werk is, woont hij in een huis zonder water of elektriciteit bij zijn stamgenoten. Ondanks zijn fenomenale staat van dienst als acteur heeft hij weinig geld verdiend, en toen hij enkele jaren geleden werd betrapt op rijden onder invloed, werd hij zonder pardon tot twee maanden cel en twee maanden heropvoeding veroordeeld.

Pas het laatste jaar lijkt Gulpilil werkelijk erkenning te krijgen. Voor het eerst in zijn carrière won hij twee prijzen. Hij was de eerste volbloed-aboriginal die een paspoort kreeg, zodat hij naar het filmfestival van Cannes kon reizen voor de première van Walkabout. Regisseur Roeg vertelde later in een interview dat de Fransen benauwd waren bij het vooruitzicht van een 'wilde' gast en bezorgd vroegen 'of de jongen wel kleren droeg'.

Gulpilil belichaamt de flexibiliteit van de aboriginalbevolking, die in korte tijd zoveel veranderingen doormaakte en afwisselend vijandig, welwillend en betuttelend werd bejegend. In de spagaat tussen tradities en moderniteit viel hij ten prooi aan alcoholverslaving en depressiviteit, maar hij kwam er ook weer bovenop.

De gespletenheid waarmee het huidige Australië zijn inheemse bevolking tegemoet treedt, lijkt veel moeilijker te genezen. Dat een op feiten gebaseerd drama als Rabbit-Proof Fence zoveel opschudding teweegbrengt, roept argwaan op - hoeveel meer besmet verleden is nog altijd onbespreekbaar? Tegelijk was de film in Australië een groot publiekssucces. Hoe meer politici en columnisten de film lasterlijk en vals noemden, hoe meer mensen hem wilden zien.

Regisseur Noyce hoopt op politieke gevolgen. 'Films fungeren als barometer voor de opvattingen van het Australische publiek', zei hij nadat hij in Sydney zijn prijs voor Rabbit-Proof Fence had opgehaald. 'Dat mijn film zo succesvol is, bewijst dat de regering maar een klein deel van het volk bedient met zijn racistische beleid. De meeste Australiërs kunnen niet wachten op verzoening en officiële excuses.'

Voor de Australische filmindustrie ziet Noyce het in elk geval vrolijk in, nu het publiek rijp lijkt te zijn voor de kwalijke verhalen uit het koloniale verleden. 'Drama drijft op conflict, en er is geen groter conflict in de Australische geschiedenis dan dat tussen de autochtone bevolking en de blanke kolonialisten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden