Gesproken woord uitvaartdienst

Hieronder volgen de letterlijke teksten zoals die tijdens de uitvaartdienst van prins Claus zijn uitgesproken door ds. Carel ter Linden en priester-dichter Huub Oosterhuis...

Begroeting, door C. ter Linden

Wij zijn hier bijeen om hem te gedenken die ons zo lief was, Claus van Amsberg, Prins der Nederlanden, een mens met gevoel voor wat anderen bewoog, levend vanuit de diepte van zijn ziel, een mens die zijn ogen niet kon sluiten voor onrecht en leed en voor wie geloof gelijk stond aan doen.

Onze gedachten zijn allereerst bij U, onze Koningin, die zoveel jaren in liefde met hem verenigd bent geweest, en die zijn steun zo zult missen; wij denken ook aan u, zijn zonen die hij zozeer heeft lief gehad: Willem-Alexander, Friso en Constantijn en aan u die later door uw band met zijn zonen in de familie bent opgenomen, en die hem deze zware laatste jaren zo nabij bent gekomen.

En wij denken aan u, die zijn zusters zijn, met uw echtgenoten, voor wie hij steeds een geliefde en trouwe broer en zwager is gebleven.

Wij denken ook aan hen, die in prins Claus een bijzondere schoonzoon verloren. Wij denken aan al diegenen in ons land en overal in de wereld, die hem hebben leren kennen en die zijn hart hadden. En wij denken aan de velen die prins Claus niet persoonlijk hebben gekend maar toch door zijn persoon zijn geraakt en die het gevoel hebben een dierbaar mens in hun leven te hebben verloren.

Wij zijn bijeen om hem nu te gedenken voor Gods aangezicht en hem aan God toe te vertrouwen.

Openingsgebed, door C. ter Linden

O God,

Wij danken U voor het leven van Prins Claus die zovelen liefde gaf, moed en inspiratie. Die door zijn bijzondere gaven van hoofd en hart, zoekend naar waarheid en gerechtigheid, ons land en deze wereld op zo bijzondere wijze heeft gediend, en die tenslotte in zijn leven door zoveel beproevingen moest heengaan.

Wees met ons nu wij deze mens gedenken van wie wij zozeer zijn gaan houden en wiens dood ons zo diep verdriet. O God, ons vertrouwen is op U in wie hij nu geborgen is, ook al is hij gestorven. Aan uw goedheid vertrouwen wij hem toe.

Verwarm onze harten met Uw woord en geest. Amen.

Eerste Schriftlezing, gelezen door H. Oosterhuis

- Prediker 12: 2 - 7 (in een vertaling van Huub Oosterhuis)-

Zwart als git wordt het licht

Aarde-donker de zon de maan en de sterren.

Loodzwaar hangen de wolken

En na de regen klaart het niet op.

De wachters ontvluchten het huis

Bomen van mannen beven als riet.

De hand van de molenaarster

Is moe van het malen.

De vrouwen achter hun vensters

Staren het duister in.

Deuren vallen in het slot.

IJl klinkt de stem van de vogel

De liedtonen sterven weg.

Iedere hoogte vreeswekkend

Iedere helling te steil.

Ach olijven je smaakt me niet meer

Amandelbomen bloei niet voor mij.

Sprinkhaantje wat sleep je je voort

Kapperbesje je helpt niet meer.

Zo naderen mensen hun laatste woning-

Weeklagers wachten je op.

Het zilveren snoer wordt doorgeknipt

De gouden lamp valt stuk op de vloer.

De kruik barst aan de rand van de bron

Het scheprad valt in de put en breekt.

Stof keert terug naar de aarde

Aarde tot aarde.

De levensadem keert

Naar god, die haar gaf.

Tweede Schriftlezing, gelezen door C. ter Linden

- Genesis 1: 1 - 4 -

In den beginne schiep God de hemel

en de aarde. De aarde nu was woest en

ledig, en duisternis lag op de vloed,

en de geest Gods zweefde over de wateren.

en God zeide: er zij licht; en er was licht

- Johannes 1:1 - 5 -

In den beginne was het woord en het

woord was bij God en het woord was

God. Dit was in den beginne bij God.

Alle dingen zijn door het woord

geworden en zonder dit is geen ding

geworden, dat geworden is.

In het woord was leven

en het leven was het licht der

mensen; en het licht schijnt in de

duisternis en de duisternis heeft het niet

overmeesterd.

Overdenking, door H. Oosterhuis

Deze geboren vreemdeling

op vijandelijke bodem getogen,

terzij van fonkelende zonen, neven,

uitgelezen schonen

toont hij zijn wonden

spreekt zijn woorden

deze dichter zonder landstaal

deze blanke zwarte blanke

oudere broer van miljoenen

deze geboren koning.

Zwart als git wordt het licht - loodzwaar hangen de wolken - iedere helling te steil, ach olijven je smaakt me niet meer: dat is hem overkomen.

Hij heeft daar zelf voor de televisiecamera's - waar hij niet zo van hield - iets over gezegd, toen hij zestig werd, in 1986. Hij noemde psychische depressies ,,het meest verschrikkelijke wat een mens kan overkomen''. Het was hem aan te zien geweest, dat wist hij heel goed, maar hij kon het niet verbergen, zei hij, en wilde dat ook niet. Hij citeerde het Duitse spreekwoord ,,leugens hebben korte benen''; je kunt maar beter de waarheid zeggen, uit respect voor de mensen die met je meeleven. En uit solidariteit met de mensen die het ook overkomt. Hij wist zich één van die velen.

Op 15 mei 1991 sprak hij de Wereldconferentie voor Internationale Ontwikkeling toe, hij zei: ,,Er kan geen sprake zijn van een menselijke toekomst die het waard is geleefd te worden als die niet berust op werkelijke internationale solidariteit''. Solidariteit, zei hij, toen het erop leek dat dat woord uit de Nederlandse taal was geschrapt, alsof niemand zich daar nog iets bij kon voorstellen. Hij wel.

De liturgie van deze uitvaart bestaat bijna helemaal uit bijbelcitaten, korte fragmenten uit dat prachtige, moeilijke joodse boek dat van alle schakeringen van christelijke godsdienst de bron is, en het ijkpunt zou moeten zijn. Zo is de traditie der kerken: dat zij voorlezen en zingen uit de bijbel. En zo ook dit uur.

Claus was niet zo'n kerkganger. Het woord ,,God'' kwam niet over zijn lippen. Iedere dogmatische stelligheid was hem vreemd. Hij had meer vragen dan antwoorden, zoals veel buitenkerkelijke christenen. Over mogelijke religieuze ervaringen sprak hij niet. En aan de lutherse kerk van zijn jeugd bewaarde hij gemengde gevoelens. Over het zogenoemde Oude Testament hoorde hij pas op volwassen leeftijd; officieel bestond dat boek niet in het Duitse derde rijk tussen 1933 en 1945. En dat Jezus een jood was werd door de kerken verdonkeremaand, niet alleen daar.

In zijn latere levensjaren heeft Claus contact gezocht met dat gemiste boek en gekregen - en hij herkende het grote bijbelse verhaal.

,,In den beginne was het woord'', werd ons voorgelezen. Welk woord was in den beginne?

Wie de joodse uitlegtraditie van de bijbel ondervraagt, krijgt te horen dat in den beginne de thora bij God was, nog voor hij hemel en aarde schiep. ,,Thora betekent woord dat mensen richting wijst'' opdat zij een leven zullen hebben dat het waard is geleefd te worden.

,,In den beginne was het woord'' is geen filosofische uitspraak maar een profetische stem die ons zegt dat wij elkaar zullen respecteren en menswaardig bejegenen: heb liefde voor de mens die naast je. Liefde niet bedoeld als een warm gevoel maar als praktische solidariteit: dat je een ander mens niet laat stikken, barsten, verhongeren, martelen, verdwijnen. ,,Heb lief de vreemdeling'', is de toespitsing van het woord over de naasten. De vreemdeling is de naaste bij uitstek; jaag hem niet op, jaag haar niet weg, zo staat geschreven. Zij hebben dezelfde rechten als jij (Leviticus 19, vers 34).

Zonder deze thora zal er geen menselijke toekomst zijn die het waard is geleefd te worden. ,,Licht'' is een beeld voor die toekomst, ,,voor een wereld waar mensen waardig leven mogen''. God sprak in den beginne: er zij licht.

Het woord ,,God'' komt ons in kerkdiensten vaak te makkelijk over de lippen. Weten we wie we daarmee bedoelen? We zouden kunnen afspreken dat we met ,,God'' bedoelen die Ene, die in de joodse bijbel en in de geschriften over Jezus de pleitbezorger is van vluchtelingen, ballingen, van mensen wier rechten geschonden worden; die solidariteit en gerechtigheid wil liever dan adoratie en mooie liederen. Zo staat geschreven (Amos 5, vers 21-24) in dat boek dat van alle schakeringen van christelijke godsdienst de bron en het ijkpunt zou moeten zijn.

Claus begreep heel goed waarom de stem van dit boek niet gehoord mocht worden in de jaren van zijn jeugd. En hij vond het een wonder dat het nog bestaat, dat visioen van recht en gerechtigheid. Hij heeft een leven lang geprobeerd aan deze grote woorden concrete inhoud te geven, onuitputtelijk vindingrijk.

Hem overkwam het meest verschrikkelijke wat een mens kan overkomen, zei hij in 1986; aardedonker de zon. En daarna overkwam het hem weer en volgde de afbraak van zijn lichaam en van zijn spraakvermogen. Dat alles heeft hem, zelfs in de zwaarste maanden, niet tot een bitter en cynisch mens gemaakt, en niet zielig. Alsof er iets was dat er tegen opwoog, iets dat sterker was dan de pijn. Dat was zijn gehechtheid aan het leven en zijn onvoorwaardelijke verbondenheid met U, zijn vrouw en met jullie, zijn kinderen. Op koninginnedag van dit jaar keken wij op zijn kamer in het AMC naar de televisie. Het bezoek van de Koninklijke familie aan Hoogeveen en Meppel. Het geluid stond zacht. Daar zijn ze, zei hij, moet je ze zien! Ze doen het goed. En daar stond ik, wees hij, dat was mijn plaats, naast haar. Hij straalde. In mijn jonge jaren, zei hij, wist ik niet waar ik nu eigenlijk bij hoorde; bij Duitsland, bij Afrika, en toen kwam Nederland er ook nog bij. Maar nu hoor ik bij hen.

De God die mensen gebiedt en smeekt zich over elkaar te ontfermen, wordt in de bijbel bezongen als ,,een schoot van ontferming''. Als trouw en erbarming in persoon. Zo ook in het lied dat voor deze uitvaart gekozen werd. Dat wij het zingen in het Duits, - er is ook een Nederlandse versie, op dezelfde melodie - dat is om hem te eren die als Duitser in staat was Nederlandse oorlogswonden te genezen.

,,Neem mijn handen, leid mij ten einde toe''.

Claus hoopte dat ook dat hem overkomen zou.

Inleiding op de bijzetting, door C. ter Linden

Nu Claus George Willem Otto Frederik Geert van Amsberg uit dit leven is heengegaan, nu leggen wij zijn lichaam in deze kerk te ruste. Wij geven hem uit handen, in de handen van de levende God, in de naam van de Vader en de Zoon, en de Heilige Geest.

Niemand leeft voor zichzelf, niemand sterft voor zichzelf. Of wij leven of sterven, het is voor de Heer, hem behoren wij toe.

Gebeden, uitgesproken door C. ter Linden

O God

Nu wij zijn lichaam hebben geborgen in de schoot van deze kerk, komen wij tot U om hem toe te vertrouwen aan U, de Eeuwige, van wie in deze kerk van geslacht tot geslacht getuigd wordt, dat U de mens bewaart voor Uw toekomst.

Wij danken U voor de bijzondere mens die in het leven kwam van onze koningin, en daarmee in het leven van ons allen, en met wie wij verbonden zijn geraakt om wie hij was; om zijn bereidheid zich te geven aan een volk dat het zijne niet was, maar het zijne werd door de eigen manier waarop hij zijn mogelijkheden benutte om de mensen van ons land nabij te zijn, en die door zijn inzet voor gerechtigheid en menselijkheid zoveel respect verwierf.

Wij gedenken ook de moed, waarmee hij de slagen droeg die hem geleidelijk aan in toenemende hevigheid zijn levenskracht benamen, met wat dat van hem - en niet alleen van hem - gevraagd heeft.

Wij dragen haar aan U op, onze Koningin, die in haar leven en werk zo door hem werd gesteund en die hem zozeer zal missen - en wij bidden U: schenk haar de kracht om de bijzondere taak die haar gegeven is te blijven vervullen.

Wij bidden U voor haar zonen, voor Willem-Alexander en Friso en Constantijn, en ook voor Máxima en Laurentien, die zoveel vreugde met deze vader hebben beleefd, en ook zoveel verdriet om hem hebben gehad.

Wij bidden U tenslotte dat, bij alle pijn van dit sterven, wij niet zullen verliezen de inspirerende herinnering aan de levenskunst, de bewogenheid en het geweten van deze man, die ons zo lief is geworden.

Dat zijn leven een plaats moge krijgen in de geschiedenis die Gij met ons mensen schrijft, op weg naar Uw koninkrijk, naar een wereld waarin mensen en volkeren elkaar eindelijk zullen verstaan, en waarin Uw gerechtigheid en vrede alles zal zijn in allen.

Dat wij in stilte uitspreken wat in deze dagen bij ons leeft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.