Geslaagde transformatie van stadswijk na vuurwerkramp

Alleen de buurt Roomveldje is een kopie van de oude, maar verder experimenteerde Enschede in de nieuwe wijk met ‘wild wonen’....

Omdat zijn zoon bij Grolsch werkt en dus dagelijks uitzicht had op de Enschedese rampwijk Roombeek, kon Wim Schaapman drie jaar geleden nog juist op tijd naar de plek des onheils terugkeren om te zien hoe zijn oude woning tegen de vlakte ging. ‘Op mijn verjaardag nota bene. Nou ja, je sluit weer een hoofdstuk af.’

Het nieuwe begon juli vorig jaar. Toen betrok Schaapman (61) zijn nieuwe woning aan de Merelstraat1, exact hetzelfde adres als voor die vreselijke dertiende mei van 2000. Zoals ongeveer de helft van de bewoners van zijn buurt, het Roomveldje, na de vuurwerkramp weer is teruggekeerd, al dan niet op precies dezelfde plek.

In zoverre is alles weer bij het oude, zegt Wim Schaapman. Roomveldje was een tuindorp-achtig buurtje met louter huurwoningen. Afgezien van een flatcomplex aan de Roomweg is de ‘nieuwe buurt’ (slechts vijf woningen overleefden het vuurwerk en de slopershamer) een kopie.

Ja, de huur is flink gestegen, maar de kwaliteit van de woning ook. Al blijft die onzinnige indeling met een centraal gelegen en ruimtevretende wc veel bewoners een doorn in het oog, moppert Schaapman. Verder valt er niet zoveel te klagen. Wel schuilt achter die nieuwe gevels veel stil leed, vermoedt hij. Zelf is Schaapman nog altijd boos over de diefstal van veel persoonlijke bezittingen (‘Ik had een prachtig geslepen ontbijtservies van kristal’) in de periode na de vuurwerkramp.

‘Jan Rap en z’n maten en de duvel en zijn ouwe moer liepen toen in de wijk rond en de enigen die er niet mochten komen waren wij, de bewoners’, kijkt Schaapman terug op de langdurige periode dat Roombeek geheel door schuttingen was omgeven.

Nu, vijf jaar na de explosie bij S.E. Fireworks (22 doden, zeshonderd woningen en zo'n vijftig bedrijfsruimten gingen verloren), is het in Roombeek in zekere zin nog steeds een komen en gaan van niet-buurtbewoners. Het bouwverkeer zal nog minstens enkele jaren aanhouden en zo tussendoor melden zich ook steeds meer wandelende kijkers. Niet meer de ramptoeristen van weleer maar lokale bestuurders, planologen, architecten en stedenbouwkundigen.

Want rampwijk Roombeek is, als het om binnenstedelijke Vinex-locaties gaat, zo langzamerhand een modelgebied aan het worden voor hen die zich beroepsmatig met transformatie van wijken bezighouden. ‘Juist vanaf een nulpunt kan het mooiste verrijzen’, zegt Herma Scholten van het projectbureau Roombeek. Die gemeentelijke dienst heette tot eind vorig jaar nog projectbureau Wederopbouw, maar juist om niet voor eeuwig geassocieerd te worden met die rampzalige zaterdag in mei 2000 is voor een naamsverandering gekozen.

Zelfs als de vuurwerkramp zich niet had voorgedaan was Roombeek, tegen de noordkant van het Enschedese centrum aangeplakt, zeer ingrijpend veranderd. De wijk (Scholten: ‘Eigenlijk een stuk of zestien buurtjes’) was al als Vinex-gebied aangewezen, het grootste binnenstedelijke van Nederland. Wie nu door Roombeek wandelt en probeert te visualiseren wat er daar nog allemaal moet komen, wordt getroffen door de veelzijdigheid van de omgeving. Van een sjabloon-wijk met veel eenvormigheid en afgepaste maten is in dit stukje Enschede allerminst sprake.

Het klinkt wat wrang maar misschien wel dankzij de vuurwerkramp is de metamorfose van Roombeek met extra zorg omkleed. Het gemeentebestuur, indertijd fel bekritiseerd vanwege het falende toezicht op S.E. Fireworks, begreep heel goed dat er een morele plicht was om bewoners actief te betrekken bij de herbouw van de wijk. Voor die herbouw werd de bekende architect en stedenbouwkundige Pi de Bruijn (man uit de streek, geboren in Losser) in de arm genomen.

‘We wilden dat de mensen zelf hun wijk ter hand namen’, zegt wethouder Roelof Bleker over de participatie van bewoners. Hun wensen werden vaak gehonoreerd (handhaving stratenplan, de twee huurdersbuurtjes Roomveldje en Talma veranderden amper van karakter), al was daar ook vaak strijd voor nodig. Zoals een relletje rond drie acacia’s illustreert. Mede door langdurige inspanningen van boomchirurgen hadden die zwaar aangetaste bomen, op enkele tientallen meters van de ontploffingshaard, de ramp overleefd maar de gemeente wilde ze op enig moment toch weghalen. Bewoners hielden dat tegen.

Van de oorspronkelijke huurders is de helft weer in Roombeek woonachtig. Voor een kleine veertig eigenaar-bewoners geldt dat ook, achttien bedrijven (Roombeek was van oudsher een gebied met textielindustrie, later kleine industrie) keren eveneens terug.

Een andere terugkeer is de Roombeek, het watertje waarnaar de wijk is vernoemd. Die beek, waarop de textielfabriekjes loosden waardoor het water geregeld van kleur verschoot, wordt weer aan de oppervlakte gebracht en stroomt dwars door het hart van het rampgebied. Een betonnen bassin aan de Roomweg, toekomstig winkel- en horecagebied, ligt al te wachten.

‘We hebben de mensen heus niet aan hun haren teruggetrokken’, zegt wethouder Bleker over het aanzienlijke aandeel teruggekeerden. Maar zo heeft Elly Krikke(56) uit de Nachtegaalstraat dat wel ervaren, vertelt ze. In mei vorig jaar kon ze naar het Roomveldje terug, ze wachtte nog tot december in de hoop dat ze toch nog elders in Enschede een woning toegewezen kreeg. Tevergeefs. ‘Ik vind het hier verschrikkelijk’, zegt Krikke over de hernieuwde kennismaking met de rampwijk, ‘maar ik blijf nu maar, want ik word al zo lang aan het lijntje gehouden door de woningbouwvereniging.’

Aanzienlijk meer enthousiasme klinkt bij bewoners die zelf hun woning hebben laten bouwen. Het zal nog een jaar of zeven duren alvorens Roombeek voor de helft uit ‘eigenbouw’ bestaat, voorziet wethouder Bleker. Met bescheiden financiële steun stimuleert de gemeente in Roombeek het ‘wilde wonen’: bewoners kunnen kavels kopen en hun eigen woning laten ontwerpen. Elders in Nederland komt deze vorm van liberalisering van de woningbouw maar moeizaam van de grond, in Roombeek is het een succes.

Urban Jazz noemt Bleker de Enschedese aanpak: de overheid dirigeert lichtjes (de welstandscommissie neemt bewust enige afstand) en er is volop ruimte voor soli. ‘Belgische' toestanden –plompverloren naast elkaar gezette huizen van zeer uiteenlopende bouwstijl– blijven vooralsnog uit. De meeste bewoners die in opdracht laten bouwen, kiezen voor klassieke (annex retro-) bouw, zo blijkt, al zijn er aan de zuidelijke kant nabij het Rijksmuseum Twenthe ook moderne huizen gebouwd.

Zelf bouwen, in Twente toch al een sterke traditie, is hoe dan ook zo populair dat gegadigden voor de uitgifte van kavels –analoog aan wat er recentelijk in Slochteren gebeurde– dagenlang in caravans bivakkeren. Van rampwijk is Roombeek tot gewild gebied getransformeerd. En alles beter dan de eenheidsworst van de meeste Vinex-wijken, vindt stedenbouwkundige Pi de Bruijn. Hij wil een aantal karakteristieke gebouwen uit de textielperiode laten staan (onder meer het prachtige Balengebouw, waar vroeger balen katoen van spinnerij De Bamshoeve werden opgeslagen) en heeft veel ruimte vrijgemaakt voor groen (de oude bleekvelden).

Pi de Bruijn was vanaf 2001 niet alleen de bouwmeester voor het gebied, hij was vooral ook de heelmeester. Omdat de ergernis en het ongeduld van de gedwongen verhuisde bewoners haast voelbaar was, bedacht De Bruijn dat die bewoners middels een enorme maquette zicht moesten krijgen op de wijk. Echt zicht was namelijk onmogelijk omdat het rampterrein (40 hectare groot; het hele plangebied-Roombeek beslaat 62 hectare) volledig door schuttingen aan het oog onttrokken was.

Wie nu door de wijk wandelt hoort nog steeds het gemopper over de duur van de opknapwerkzaamheden.

Zolang Roombeek maar omzoomd bleef door die schuttingen hadden veel Enschedeërs het gevoel dat er amper iets gebeurde in het gebied. Achter die schuttingen werd evenwel de grond gesaneerd (voormalig industriegebied tenslotte) en werden meteen nieuwe leidingen en een glasvezelnet aangelegd.

Die ‘onzichtbare’ activiteit verbeeldde de transformatie van de stad. Sinds de TU naar Enschede kwam (25jaar geleden) schudt de stad meer en meer het textielverleden van zich af. Stad van de kennisindustrie, dát wil Enschede zijn. Ook in Roombeek van waaruit het Telematica Instituut (wethouder Bleker: ‘Een van de vier topinstituten van het land’) werkt aan technologische innovaties voor het bedrijfsleven.

Anders dan veel (ex-)bewoners vinden stedenbouwkundigen en bestuurders uit collega-gemeenten het juist een mirakel dat Roombeek in zo’n relatief korte periode alweer een ‘eigen smoel’ lijkt te krijgen. De huurdersbuurten Roomveldje en Talma zijn min of meer af. De groenstructuur krijgt steeds meer vorm en vanaf de kant van het stadscentrum biedt de strakke Museumlaan, met aan weerszijden een bomenrij, een bijna ‘royale’ toegang tot de wijk.

Nog even en Roombeek verliest een van zijn meest markante bakens: de Grolsch-productie op de hoek van de Deurningerstraat en Roomweg is al zo goed als stilgelegd. De bierfabriek (vestiging Groenlo was al dicht) is verhuisd naar een locatie langs de A35. Eind dit jaar slaan de slopers toe. Juist het kolossale Grolsch-complex voorkwam op die bewuste zaterdag de dertiende meer schade door een deel van de klap op te vangen.

Grolsch mag dan verdwijnen, Roombeek wint straks veel aan creatieve, culturele industrie, zo is de bedoeling. Er komt een Jan Cremer Centrum en het plan is een aantal kunstinstellingen naar de wijk te lokken.

Wethouder Bleker: ‘De wijk zelf is al een cultuurdaad, of, om met PvdA-Kamerlid Adri Duivesteijn te spreken die ik hier laatst heb rondgeleid: ‘‘Dit is een verhaal, een verhaal!’’ ’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden