Geslaagde Heijermans op z'n Terschellings

Soms denk je vogeltjes te horen - zijn het mobieltjes. Ook de Oerol-gangers moderniseren. Bellend fietsen ze over het eiland, de voorstellingen nemen ze op met een digitale videorecorder, om het later opnieuw te beleven....

Annette Embrechts

Dat is bij Hendrick-Jan de Stuntman niet nodig: de voorstelling Boem is Ho! lijkt nogal op de vorige zomerproductie van de broers Van Wees. Het duo dat bekend staat om zijn anarchistische omgang met wasmachines, kettingzagen, kanonskogels en vlammenwerpers, wil langer aan een festivaloptreden schaven.

Herhaling van de onderlinge rolverdeling is het resultaat: sullige Mark wordt door zijn commanderende broer Jos continu te kijk gezet. Zowel in de telkens voorbij scheurende Fiat Uno (politie-auto, lesauto of verhuiswagen) als tijdens de tussentijds geprojecteerde filmpjes speelt Mark de underdog van politiehond-in-opleiding en domme rijlesstudent.

De cadans van scène-filmpje-scène-filmpje maakt Boem is Ho! voorspelbaarder dan eerder werk. Bovendien verving het duo de buitenlucht door een tentdoek, waardoor de uitlaatgassen blijven hangen en de anarchie van twee rommelverzamelaars verdampt.

Ook Sjoerd Wagenaar maakte voor Oerol een verkapte 'binnenproductie': Strakstuk. Een tent herbergt de woonkeuken van twee mannen. Een derde zonderling nestelt zich dronken en autistisch voor het raam. Vanaf het begin ontsporen de verhoudingen. Met grove motoriek sturen de twee actieve heren aan op verwoesting van het meubilair.

Eerst lopen huishoudelijke taferelen uit de hand (stofzuigen, ontbijten met ondeugend servies, ruzie met de koelkast), maar al snel ontaardt de slapstick in het nagooien met boeken en feestartikelen. Als uiteindelijk de hele inboedel letterlijk op de helling wordt gezet, gaat alle nuance verloren. Hoewel de humor van de tekstloze dansmimiek wel werkt, zou een minder rechtlijnige spanningsboog Strakstuk goed doen.

Geheel op zijn plek tijdens Oerol is Heijermans' Op Hoop van Zegen in de versie van de jonge Arnhemse groep Polly Maggoo. Anna Rottier en Mathijs Verboom bewerkten het oerhollandse drama tot een Terschellinger variant waarin de vissersmentaliteit knap is vertaald naar die van de eilander. Sterkste troef is de toevoeging van de verjaardag van Knier.

Reder Bos wil haar met zijn dochter Clementine, haar zonen Geert en Barend en haar nichtje Jo verrassen met een lied. Het publiek wordt betrokken in de feestvreugde en zo gaat het al snel over 'Onze Knier'. Die betrokkenheid maakt de tragische afloop van deze maatschappelijke aanklacht nog aangrijpender. Bovendien maakt Joke Tjalsma van Knier een stuurse maar hartverwarmende vrouw die haar lage positie accepteert en haar magere lot in handen laat van de inhalige reder Bos (een gewiekste rol van Flip Filz) en de grillen van haar God.

De jonge regisseur Erik Whien situeert drie muzikanten tussen de potten, pannen en aftandse keukenkastjes, naar de volkse traditie van zijn leermeester Arie de Mol (Els Inc.). Met accordeon, contrabas en percussie op alle deksels en trommeltjes stuwt dit drietal de lichte onderstroom van dit sombere vissersstuk naar een onrustbarend-muzikale storm. Kniezen zal Knier niet in deze Op Hoop van Zegen. 'Dan had je wel Knies geheten', plaagt haar nichtje terwijl aan de rand van het duin twee kruisen oprijzen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden