REPORTAGE

Geslaagd! En toen? Hoe gaat het een jaar na de examens met de leerlingen van klas 5H3?

Veerle, Lisa, Zeeger, Kenza en Hella in 2021. Beeld Ivo van der Bent
Veerle, Lisa, Zeeger, Kenza en Hella in 2021.Beeld Ivo van der Bent

Klas 5H3 van het Gerrit Rietveld College in Utrecht werd een jaar geleden geportretteerd in de Volkskrant. Iedere geslaagde leerling stond voor de keuze: wat doe ik met dit onmogelijke jaar? ‘Het is moeilijk om mensen te leren kennen.’

Zeeger Castelijns: ‘Toen het stuk over onze examenklas een jaar geleden in de Volkskrant stond, kreeg ik een bericht van een meisje van school. Ze zat op het gymnasium, ik had haar nog nooit gesproken. ‘Leuk stuk’, stuurde ze. ‘Je hebt je diploma wel verdiend hoor.’

‘We maakten ons toen zorgen of ons coronadiploma een stigma zou krijgen. Nu is dat meisje al bijna een jaar mijn vriendinnetje. Ik zie haar heel vaak. Verliefd zijn trekt je echt door zo’n zwaar jaar heen.’

Lisa Speetjens: ‘Het was de tweede keer dat ik 5 havo deed, dus ik was heel blij dat ik geslaagd was. Onze examenuitreiking was vanwege het virus in de Galgenwaard, het stadion van FC Utrecht. Heel bijzonder.’

Veerle Visser: ‘In galakleding gingen we over de rode loper richting de tribune.’

Hella van der Spek: ‘Wij zaten op de vipstoelen, vlak boven de spelerstunnel. Een deel van de ouders zat links op de Bunnikside, het vak voor de harde kern. De andere ouders zaten helemaal aan de andere kant, de Cityside.’

Lisa: ‘Mijn ouders konden er helaas niet bij zijn. Ze wonen op Sint-Maarten. Ik had ze toen al meer dan een half jaar niet gezien. Mijn broer was er gelukkig wel bij. Die woont in Nederland.’

Kenza el Alaoui: ‘Het stadion voelde best wel leeg. Ik had gehoopt dat er ook vrienden bij konden zijn, maar alleen familie mocht komen, en die zat ook nog eens honderd meter van je af.

‘Iedereen werd vergeleken met iets in voetbaltermen. Ik was een aanvoerder, omdat ik altijd het voortouw neem. Dat klopte op zich wel, omdat ik vrij serieus basketbal speel. Maar het voelde ook een beetje onpersoonlijk.’

Hella: ‘Ik werd een scout genoemd. Als je naam was omgeroepen, mocht je naar beneden om je diploma op te halen en dan langs het veld naar je ouders toe. Vervolgens moest je via de kleedkamers weer naar buiten. Later op de avond hebben we nog wel een feestje gevierd bij iemand in de tuin.’

Lisa: ‘Iedereen ging in kleine groepjes een feestje vieren. Niet met de hele klas.’

Kenza: ‘Ik ben met mijn ouders en broer taart gaan eten. Ik vond het wel goed zo.’

Kenza El Alaoui stortte zich op het basketballen en ging training geven aan kwetsbare jongeren. Gaat komend studiejaar de modeopleiding doen in Amsterdam.

De zomer

Zeeger: ‘Dat was de laatste avond dat ik met meer dan tien mensen tegelijk samen was.’

Kenza: ‘En toen brak een redelijk normale zomer aan. Ik ben twee weken met mijn ouders naar Mallorca geweest. De maatregelen vielen toen heel erg mee. Niemand zag de tweede golf aankomen.’

Veerle: ‘We hebben een tent op de wei bij ons vakantiehuisje gezet en zo konden vriendinnen komen kamperen. Kampvuur, zwemmen in een natuurmeer, hangen in de hangmat. We hebben er wat van gemaakt.’

Zeeger: ‘Met twee vrienden hebben we een auto geleend en een roadtrip gemaakt door Frankrijk. Op het platteland merkte je haast niets van corona. Alleen de mondkapjes in de supermarkt herinnerde ons eraan dat er een pandemie gaande was.’

Veerle Visser is in Leiden gaan studeren, maar sprak nog vaak af met haar vrienden van de havo. Nieuwe mensen leren kennen, is door corona toch lastiger.

Vervolgopleiding

Hella: ‘Ik had besloten om een tussenjaar te gaan doen. Het was voor mij duidelijk dat de coronacrisis nog lang ging duren. Ik zag erg op tegen online-college volgen. En ik wilde me graag aansluiten bij een studentenvereniging, maar niet op deze manier. Toen alles goed leek te gaan in de zomer, moest ik mezelf ervan overtuigen: de maatregelen komen vast weer terug.’

Kenza: ‘Voor mij was het een makkelijk keuze om een tussenjaar te doen. Ik wist niet goed wat ik wilde studeren en het was toch niet heel leuk om te beginnen aan een studie dit jaar. Direct na het eindexamen heb ik gesolliciteerd bij een winkel in de stad, JD Sports. Daar ging ik twee dagen in de week werken.’

Lisa: ‘Ik heb veel twijfels gehad over mijn keuze om de pabo te doen op de Marnix Academie in Utrecht. In het begin hadden we nog één keer in de week les op school, daarna was alles online. Het kostte soms echt moeite om mezelf te motiveren als ik de hele dag in mijn eentje achter de laptop zat. Ik dacht weleens: vind ik dit wel leuk? Eén keer in de week sprak ik samen met een studiegenoot af en dan volgden we samen de les. Veel fijner.’

Zeeger: ‘Ik ben toegepaste psychologie gaan studeren op de hogeschool in Nijmegen. Een keer per week heb ik fysiek les, anderhalf uur. Ik woon nog bij mijn ouders in Utrecht, dus voor die anderhalf uur ben ik in totaal drie uur onderweg.

‘Het is niet bepaald een bruisend studentenleven. Maar ik wil geen tijd meer verliezen. Ik ben van de mavo naar de havo gegaan en na het eerste jaar op de hogeschool wil ik op de universiteit psychologie studeren. Ik werk aan een volgende stap in mijn leven, dat motiveert me.’

De leerlingen van klas 5H3 in 2020. Beeld Ivo van der Bent
De leerlingen van klas 5H3 in 2020.Beeld Ivo van der Bent

Veerle: ‘Ik ben ook toegepaste psychologie gaan doen, maar dan in Leiden. Omdat ik doof ben, is online-les voor mij best lastig. Voor een online-werkgroep heb ik een gebarentolk, de online-colleges worden door schrijftolken ondertiteld.

‘Het is moeilijk om mensen te leren kennen. Voor nieuwe mensen is een tolk en gebarentaal even wennen. In het echt gaat dat meestal snel, maar nu we slechts eens in de twee weken fysiek les hadden bleef het onwennig.’

Hella: ‘Ik ben heel blij met mijn tussenjaar achteraf. Er was toch niets leuks te doen als je ging studeren. Dat hoor ik ook van vriendinnen. Niemand heeft nieuwe vrienden gemaakt. Een paar zijn al gestopt met de studie, omdat het niet lukt op deze manier.’

Veerle: ‘Het studentenleven is niet echt op gang gekomen, op wat online-evenementen na. Met mijn vrienden van de havo hield ik contact. We bedachten picknicks, treinreizen waarbij de dobbelsteen bepaalde waarheen we reisden, we deden Netflix-marathons.’

Hella van der Spek besloot al vroeg om een tussenjaar te doen, omdat ze erg opzag tegen het volgen van online-colleges. Is vooral heel veel gaan werken.

De uitdaging

Kenza: ‘Naast mijn werk ben ik veel gaan basketballen. Dat duurde helaas niet lang. In november moesten we stoppen. Maar daarna kon ik nog doorgaan op pleintjes voor 3x3 Unites, een organisatie die met basketbal kwetsbare jongeren in beweging wil krijgen. Ik geef trainingen.

‘Je merkte dat er een grote behoefte aan was. Iedereen vroeg in de groepsapp wanneer we gingen basketballen. Voor veel jongeren was het een uitweg. Ze zeiden soms tegen me: als ik dit niet had, zat ik nóg meer thuis. En voor mij was het ook een manier om mezelf bezig te houden.’

Hella: ‘Ik ben vooral heel hard gaan werken. Drie ochtenden per week bij de Albert Heijn. Dan nog twee of drie middagen in de week bij een tuin- en diercentrum in De Bilt. Vorige week had ik één vrije dag.

‘Klanten moesten in december apart afrekenen voor de dierproducten en voor de planten, vanwege de rare coronaregels. Sommige mensen moesten dus twee keer naar de kassa. De meesten waren heel begripvol en zeiden: voor jullie is dit ook niet leuk.

‘In de supermarkt maakte ik wel gekke dingen mee. Mensen waren prikkelbaar. Klanten begonnen zomaar tegen je aan te praten. Dan stak een mopperende klant opeens een tirade af dat de hele pandemie nep is.’

Kenza: ‘Ik spreek ook weleens mensen die heel erg anti zijn. Of die zeggen dat het allemaal nep is. Ik bemoei me er niet mee.’

Zeeger: ‘Ik ben dit jaar allemaal dingen gaan uitproberen om afleiding te zoeken. Ik lees opeens boeken. Dat deed ik vroeger veel minder. Ik heb m’n gitaar weer opgepakt. En ik ben gaan schaken, nadat ik The Queen’s Gambit had gezien, net als heel veel mensen, ja.

‘Met mijn beste vriend ben ik veel gaan sporten. Hij ging vaak naar de sportschool omdat hij de opleiding voor het korps mariniers wil doen. Nu viel dat opeens weg. Bij mijn vader thuis liggen gewichten, die gebruiken we sindsdien.’

Hella: ‘In de zomer vond ik het nog leuk om een serie te kijken, een boek te lezen, te tekenen of te puzzelen, maar nu heb ik dat allemaal wel uitgespeeld. Voor je het weet, zoek je de hele dag afleiding. Dan krijg je geen goed gevoel meer van een serie. Dan voel je je leeg.’

Zeeger Castelijns studeert toegepaste psychologie aan de hogeschool in Nijmegen. Het leukste aan het afgelopen coronajaar? Dat hij zijn vriendin ontmoette.

De avondklok

Kenza: ‘In de winter begon het echt lang te duren. Ik wilde toen zo graag naar mijn familie in Marokko op vakantie, maar dat kon niet. Het bleef ook nog eens veel langer koud dan andere winters. Ik zat er helemaal doorheen.’

Veerle: ‘Met Kerst kreeg ons hele gezin corona en moesten we dus met zijn vieren thuisblijven. Ik heb me wel zorgen gemaakt, je weet dat het dodelijk kan zijn. Maar het viel bij ons gelukkig mee.’

Lisa: ‘Mijn ouders kwamen met Kerst naar Nederland. Dat was de eerste keer in een jaar dat ik ze zag. Het was zo leuk om ze weer te zien. En des te moeilijker toen ze weer weggingen.

‘Met een paar vriendinnen spreek ik nog soms af. In januari mocht je nog maar één iemand op bezoek hebben, daar hield ik me niet altijd aan. Maar toen kwam de avondklok en werd ook vrienden bezoeken bijna onmogelijk. Juist op het enige moment dat je vrij was, mocht je nergens meer heen.’

Hella: ‘Ugh, de avondklok, toen dacht ik echt: die ene avond in de week dat ik iemand zie, pak je die nu ook van me af? Telkens twijfelde ik of ik dan voor een uurtje bij iemand langs moest gaan. Dat deed ik dan vaak toch maar. Ik heb wel één keertje bij iemand gelogeerd maar over het algemeen hield ik me eraan.’

Zeeger: ‘Ik hoorde dat mensen hun afspraken gewoon iets vroeger inplanden. Ik fietste vlak voor negenen weleens van mijn vader naar mijn moeder en dan zag je honderden mensen op straat, racend om naar huis te komen. Wat voor zin heeft het dan?’

Hella: ‘Mijn leven voltrok zich maandenlang volgens hetzelfde patroon. Wakker worden, werken, eten, thuis chillen, slapen – eindeloos herhaald. Als ik nu terugkijk lijkt het alsof er sinds november één maand voorbij is gegaan.’

Zeeger: ‘Je maakte zo weinig mee dat je het soms ook eng vond om met andere mensen te praten. Waar moest je het over hebben? Niemand vroeg echt om hulp, maar als ik even ging wandelen met mensen hoorde je wel dat ze eenzaam waren.

‘Door al die isolatie heb ik wel een belangrijke les over mezelf geleerd. Ik ging er altijd van uit dat ik heel introvert was van nature. Maar ik vind het toch wel heel fijn om met mensen te praten. Ik kijk er echt naar uit als ik een keer fysiek les heb.’

Lisa: ‘Ondertussen werd in de media vooral gepraat over jongeren alsof we een probleemgroep waren. We stelden ons teveel aan.’

Hella: ‘Pas in het voorjaar kwam er in het publieke debat meer oog voor de jongeren. In het nieuws en op sociale media zag ik steeds meer stukken dat de lockdown schadelijk voor ons was. Toen voelde ik me wel gehoord.’

Veerle: ‘Gedurende het jaar kwam ik erachter dat online-les volgen voor mij toch wel erg moeilijk is, niet al het onderwijs is toegankelijk voor mensen met een auditieve beperking. Een aantal vakken heb ik helaas niet gehaald. Er zijn momenten geweest dat ik heb overwogen te stoppen met mijn studie.’

Lisa Speetjens slaat zich er wel doorheen op de pabo in Utrecht. Het vervelendste was dat ze haar ouders op Sint-Maarten een jaar niet kon zien.

Eindelijk...

Kenza: ‘De afgelopen maanden heb ik me georiënteerd op wat ik ga studeren. Ik heb me ingeschreven voor Amfi, de modeopleiding in Amsterdam, en ben net toegelaten!’

Hella: ‘Ik ga creative business studeren aan de Hogeschool van Amsterdam en blijf nog een jaartje thuis wonen. Als ik mijn propedeuse heb gehaald, wil ik Engels studeren in Utrecht. Dan ga ik op ook op kamers wonen. Ik zou wel vertaler willen worden.’

Zeeger: ‘Ik ben druk geweest om binnen te komen bij de universiteit. De selectie is heel streng. Er waren zeshonderd plaatsen te vergeven, op tweeduizend aanmeldingen. Op basis van een toelatingsexamen en mijn schoolcijfers kreeg ik plek 580. Dus het is gelukt!’

Lisa: ‘Ik heb toevallig deze week een kamer toegezegd gekregen. Ik ga in een studentenhuis wonen, eindelijk met anderen.’

Zeeger: ‘Bijna niemand durft nu plannen te maken voor de zomer. Omdat het vorig jaar zo’n gedoe was met reizen waarvoor je je geld niet terugkreeg. We hebben wel laatst een appgroep aangemaakt om naar Berlijn te gaan.’

Hella: ‘We gaan begin augustus met een grote groep van school naar Berlijn. Onder andere met Veerle en Zeeger.’

Veerle: ‘We hebben met veertien man geboekt. Nu maar duimen dat het doorgaat.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden