Geschreven werk is nooit voltooid

Een schrijver stopt nooit, realiseert Arjan Peters zich bij de verschijning van onvoltooide gedichten van Kavafis en de nagelaten gedichten van Gerrit Komrij.

Zwijgen past ons niet, het is gevoelloos en onwetend. Degene die het gouden zwijgen boven het zilveren spreken stelt, heeft geen vertrouwen in het toekomstige woord dat het zwijgen breekt. Dat dichtte K.P. Kavafis in 1892, de meester van de omkering, dus ook van zegswijzen, en zijn aansporing om vooral te spreken ('omdat ín ons het goddelijke denken spreekt, het onstoffelijk praten van de ziel') is ook 150 jaar na zijn dood aanstekelijk.


Voor een schrijver is het zowat een beginselverklaring om de luister van het woord te bezingen, ten gunste van de schaduw van het zwijgen. Het schrijven stopt nooit. Reken maar dat Philip Roth, die niets meer schrijft, elke dag een paar mooie zinnen bedenkt, of een verhaal voor zich ziet.


Geheel in de geest van Kavafis zijn pas onlangs zijn Onvoltooide gedichten verschenen in de Nederlandse vertaling van Mario Molegraaf (bij uitgeverij Liverse). We krijgen er zomaar een paar heel mooie gedichten bij, zoals dat over de man die het, ben je gek, hélemaal niet erg vindt dat zijn vriend hem heeft verlaten. Een klassiek omkeringsgedicht.


De dichter zelf beschouwde deze teksten als niet klaar, toen hij op 29 april 1933, zijn 70ste verjaardag, in zijn woonplaats Alexandrië overleed. Toch is het mooi dat wij ze nu hebben. Onvoltooid werk houdt het gesprek gaande. Daarin komt de dichter soms naar je toe, zonder van zijn voetstuk te vallen. De dichter J.H. Leopold bleek, zo bewezen de nagelaten fragmenten, vaak te beginnen met de rijmwoorden. Net als wij, als Sinterklaas nadert. 'Er is wel lust in rond te dwalen/ winden ..... achterhalen', lazen de bezorgers van zijn kladjes. Je ziet Leopold peinzen boven het papier. Misschien eerst maar een stukje piano spelen?


Geschreven werk is nooit voltooid, zo lang er lezers zijn die er mee in gesprek gaan. Nadat Gerrit Komrij stierf, verscheen zijn bundel Boemerang. Het slotgedicht daaruit was de afronding van een oeuvre. 'Ultiem geluk' heet dat gedicht, met als eerste zin 'Ik ben mijn hoofd en ledematen kwijt' en als laatste 'En nergens zie ik nog een reepje zwart'. De vaderlandse vorst van de omkering ('Zij braakt. Gods wonder in een notedop') eindigde met een evocatie van opperst geluk.


Maar nog vóórdat de vorsers hadden kunnen besluiten of dit superieure ironie was of juist een overwinning op de ironie, bleek de titel van de bundel raak gekozen. Want in de nalatenschap vond Komrij's man Charles Hofman nóg twee onbekende gedichten. Die werden gepubliceerd onder de titel Een kerkhoflied (Carbolineum Pers, vijftig exemplaren). En wég was Komrij's geluk, want in die verzen zeurde de weemoed door zijn gebeente. En verdomd, deze week brengt De Bezige Bij een herdruk van Boemerang uit, met drie nieuw gevonden gedichten. Er komt steeds iets bij.


Onder het kerkhoflied noteerde Komrij de woorden die moeten blijven wachten op het gedicht dat nooit meer komt: 'rooskleurig/ gestaag/ de nederlaag'. Voorgoed onvoltooid. Dat is de les die Komrij ons leert: er is niets voorgoed.


Gerrit Komrij: Boemerang, met 3 nieuw gevonden gedichten.

De Bezige Bij; euro 10,-.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden