Geschiedenis wordt informatie

De actualiteit roept soms een universeel verhaal in herinnering, dat in de kunsten vorm kreeg. In deze rubriek aandacht voor deze 'archetypes' van het nieuws. Vandaag: Het Nationaal Historisch Museum krijgt geen eigen gebouw.

Erg 'huilie-huilie' gedroegen de twee directeuren Erik Schilp en Valentijn Byvanck zich vorige week niet, toen bekend werd dat 'hun' Nationaal Historisch Museum geen gebouw zou krijgen in Arnhem. Niet naast het Nederlands Openluchtmuseum en niet aan de Rijn.


'We lopen voorop met de ontwikkeling van nieuwe media en technologie', had Schilp al eens laten weten. En later: 'Ondertussen gaan we door met onze website en met alle activiteiten in het land.' Blijkbaar hadden de twee blijde boodschappers van het Nederlands historisch besef geanticipeerd op het besluit van de staatssecretaris van Cultuur om de gereserveerde 50 miljoen voor het museum te schrappen. Dan maar geen gebouw. Wat maakt het uit? Er was zelfs een lichte euforie te bespeuren. Historisch besef is niet gekoppeld aan echte objecten, schilderijen en sculpturen, lijkt de gedachte. Dat kan evengoed via de digitale snelweg.


Nieuw is het idee niet. André Malraux (1901-1976) probeerde het al eens met zijn Musée Imaginaire. De Franse romancier, theoreticus en minister van Cultuur lanceerde zijn gedachten daarover in een gelijknamig geschrift in 1947. Geïnspireerd door de opkomst van de fotografie voorzag hij een ongekende democratisering van de kunst: door van schilderijen en beeldhouwwerken fotografische afbeeldingen te maken, zou de kunst voor iedereen toegankelijk worden gemaakt.


Overigens was ook Malraux' idee niet revolutionair. Op zijn beurt stond hij weer op de schouders van de Joods-Duitse schrijver en cultuurfilosoof Walter Benjamin (1892-1940). Die had al in 1936 zijn baanbrekende boek Het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid gepubliceerd. Daarin voorspelde hij een gouden toekomst voor de moderne reproductietechnieken als film en fotografie. Ook voor het multipliceren van kunstwerken. Schilderijen en sculpturen zouden voortaan in de vorm van foto's door het leven gaan. Met alle bezwaren van dien, zo vertelde hij erbij: de kunst zou haar 'aura' verliezen.


Malraux liet zich door de waarschuwing niet afschrikken. Wat nou aura? moet hij hebben gedacht. Een databank van gefotografeerde kunstwerken, door iedereen te raadplegen, achtte hij een gepast alternatief voor het museum. Een museum zonder muren, waarin geen verschil wordt gemaakt tussen hoge en lage cultuur, en waardoor alle mensen van kunst kunnen genieten, elite of niet.


Het is nog steeds een interessante gedachte. Zeker in het licht van wat na Malraux nog zou komen: de digitale revolutie. Met internet, e-mails, Facebook en Twitter; alles wat de directe link tussen bezoeker en het ware object dichter bij elkaar kan brengen.


Dat Schilp en Byvanck nu deze optie hebben omarmd, is een logisch gevolg van wat Malraux zestig jaar eerder in gang had gezet. Malraux had er destijds een filosofische, overkoepelende gedachte bij. Een totaalidee. Het NHM is praktischer. Het wil bij de tijd zijn. Aansluiting zoeken bij de moderne mens, die al internettend, mailend, facebookend en twitterend over straat loopt, in cafés verkeert of thuis zit.


Weliswaar is deze week bekend geworden dat het NHM tijdelijk onderdak heeft gevonden in de Amsterdamse Zuiderkerk, waar het als informatiecentrum een doorstart wil maken. Maar waar Schilp en Byvanck op mikken, is de verwachting dat die moderne mens altijd en overal voorzien wil worden van historische informatie. Je gaat niet ergens naar toe; je zet je computer aan of drukt het knopje van de iPhone in. Geschiedenis wordt bij hen informatie, zoals kunst bij Malraux een plaatje was.


Het idee van Malraux leverde destijds overigens niet het beoogde effect op. De 'democratisering' van de kunst bleek geen verband te hebben met de reproduceerbaarheid ervan. Wel met grotere museumgebouwen met een restaurant, crèche, winkel en ruimere toiletten. En échte kunstwerken, met een aura. Want daarvoor komen mensen naar het museum. In drommen. Nu maar hopen dat Schilp en Byvanck niet te vroeg hebben gejuicht.


Rutger Pontzen


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden