Geschiedenis van hèt warenhuis in geel fluweel gevat

ONBEDOELD luidruchtig vierde de Bijenkorf op 13 maart 1970 zijn 100-jarig bestaan in het filiaal aan het Damrak in Amsterdam....

'In de gangen van het warenhuis schieten artiesten in hun jassen om een veilig heenkomen te zoeken', schreef de Volkskrant daags erna. 'Hetty Blok en Annemarie Oster vluchten door de doolhof van het gebouw. 'Naar de Warmoesstraat', roept Hetty Blok en ze ziet er radeloos uit.' Uitvoeriger had 's lands oudste en meest prestigieuze warenhuis zich de aandacht voor het eeuwfeest in de kranten niet kunnen wensen; het uit de hand gelopen partijtje haalde overal de voorpagina.

Uitermate chic en typerend was de manier waarop de jubilaris zich verontschuldigde. Onze tweede eeuw is een beetje stormachtig begonnen, heette het besmuikt en toch vrolijk in de advertentietekst, die onmiddellijk op posters en in de dagbladen werd verspreid.

Voor de 125ste verjaardag van de Bijenkorf is geen feestelijke instuif georganiseerd. Wel zijn binnenkort, gedurende de maanden maart en april, tal van extraatjes en buitenissigheden te verkrijgen en te bezichtigen in de filialen in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Eindhoven, Arnhem en Utrecht. Maar het alleraardigste geschenk dat het warenhuis zijn klanten bij deze gelegenheid te koop aanbiedt, zou wel eens 't Gonst, 125 jaar de Bijenkorf van Ileen Montijn kunnen zijn, dat vanaf 1 maart in de winkel ligt.

Het boek ziet er wonderschoon uit. Als een pakketje, in fluwelig aanvoelend, knetterend geel met een front van oplichtende zilveren bijtjes. De tekst is al even mooi geïllustreerd; de 'plaatjes' vertellen een aanvullend verhaal over mode- en woonstijlen en trends in vormgeving, etaleren en adverteren. Op en top Bijenkorf: een boek dat je met een gerust hart naast de met koeieprint overtrokken chaise longue kunt laten slingeren. En het gaat ook nog ergens over.

Dat magazijn de Bijenkorf in 1870 op de Amsterdamse Nieuwendijk begon als een zaak in 'garen en band, sayet (breiwol) en hetgeen daartoe behoort' zou genoegzaam bekend verondersteld mogen worden. De eigenaar was een jood die Simon Philip Goudsmit heette. Goudsmit had de tijd mee en niet alleen omdat confectie sowieso in opkomst was (tussen 1870 en 1941 steeg het kledingverbruik met 50 procent).

Ileen Montijn legt ook een link naar de 'diamant-hausse': in Zuid-Afrika waren zojuist nieuwe diamantvelden ontdekt, waardoor de diamantindustrie in Amsterdam flink aantrok; de arbeiders die in deze sector werkzaam waren, werden goed betaald en hadden geld om uit te geven. Zo weet zij de geschiedenis van het warenhuis steeds tegen een algemene sociaal-maatschappelijke achtergond te schetsen.

Prachtig is het bijna integraal opgenomen briefje uit 1936 van 'een dame in Amsterdam-Zuid' die voor haar - thuis beschadigde - vuurvaste chocoladeketel een nieuwe had weten los te peuteren, door te doen alsof de 'breuk' al in de winkel was ontstaan. Ze heeft echter spijt gekregen ('God heeft me laten zien welke verhoudingen in familie- en kantoorleven moesten worden rechtgezet en goed gemaakt, zoo ook de fout tegenover Uw firma begaan') en besloten het verschuldigde bedrag van twee gulden vijftig alsnog te retourneren aan de Bijenkorf.

Van 24 januari 1935 dateert de krabbel, getekend J. Slauerhoff, die als een vergeten notitie los tussen de pagina's 120 en 121 zit geklemd, in het hoofdstuk: De letteren in de Bijenkorf. De schrijver zou voor de Bijenkorf 'wel eens een lezing willen houden over Chinese poëzie'; hij zou echter eerst het land uit gaan, 'denkelijk niet voor lang'.

Over de warme band met en belangstelling voor kunst en cultuur doet Montijn uitgebreid verslag: over de talrijke exposities, de succesvolle boekenmarkten en de oude afdeling met bladmuziek, waar een verkoper of verkoopster de klant 'desgewenst' een mopje kon voorspelen op de 'warenhuisvleugel', die met de bladmuziek in de jaren vijftig uit de Bijenkorf verdween.

En nooit geweten dat je zowel in Amsterdam als in Den Haag en Rotterdam tot het einde van de jaren vijftig boeken kon lenen uit de 'Bijenkorf-leesbibliotheek'. De collectie richtte zich op de 'betere standen'. Behalve kinderboeken en reisbeschrijvingen stonden vooral romans in het Nederlands, Engels, Duits en Frans op de planken. Veel van die boeken vielen in de hoofdstad uiteindelijk ten prooi aan ratten; 'alleen de Duitstalige boeken, zo gaat het verhaal, die lusten ze niet'.

Met het oog op het joodse karakter van de firma weet Ileen Montijn onder meer ook nog te vertellen dat het lange tijd traditie was op vrijdagavond, bij het begin van de sabbat, gemberbolussen uit te delen. Ze moet heel wat (oud-)werknemers hebben opgezocht en omvangrijke archieven hebben doorgespit voor 't Gonst, waarin voor het eerst uitputtend de geschiedenis van hèt warenhuis is beschreven.

Nicoline Baartman

't Gonst, 125 jaar de Bijenkorf, Ileen Montijn, ¿ 39,50. ISBN 90 71442 63 2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden