Gescheiden vluchten

In de jaren dertig waren zij de eerste 'luchtgastvrouwen' van de KLM. Maar door de Tweede Wereldoorlog gingen hun carrières een volkomen ander kant uit....

VOOR Hilda Bongertman had de luchtvaart een enorme aantrekkingskracht. Pilote worden kon niet, maar daar was het nieuwe beroep van stewardess. In 1935 volgde de KLM de nieuwe trend. Naast Hilda had de KLM nog drie vrouwen uitgekozen. Wekenlang werden zij onderworpen aan theorie en praktijk van het nog zo nieuweluchtvaartwezen.

Over haar opleiding en ervaring schreef Bongertman in opdracht van de KLM het boek Schiphol uitstappen! Directeur Plesman in zijn voorwoord: 'Het beroep van stewardess is nog zeer jong: de ervaring is nog gering, maar tot heden hebben wij kunnen vaststellen, dat het reizend publiek het instituut op prijs weet te stellen.' De KLM gebruikte de meisjes niet alleen voor het serveren van maaltijden en leesvoer. Veel mensen hadden vliegangst en de aanblik van vastberaden jonge meiden moest de bange luchtreiziger over de drempel helpen.

Zonder gevaar was de luchtvaart allerminst. Bongertmans collega Ans Hermanides was al binnen drie weken na de opleiding op 20 juli 1935 met het toestel De Gaai verongelukt. Anderhalf jaar later was het weer raak. Op woensdagochtend 9 december 1936 steeg de DC-2 De Lijster in dichte mist op vanaf het Londense vliegveld Croydon. Aan boord dertien passagiers, gezagvoerder Hautzmayer, marconist Van Bemmel, werktuigkundige Verkerk en stewardess Bongertman. Het toestel kwam los van de grond, maakte een scherpe bocht naar links en boorde zich vervolgens krakend in een huis. De machine vloog meteen in brand. De dertien passagiers en drie bemanningsleden verloren het leven. Hilda Bongertman was de enige overlevende. 'Het was een geweldige slag', vertelde zij nog dezelfde dag aan het Algemeen Handelsblad. 'Alles rolde door elkaar en de toestand was ontzettend verward.' In het begin hadden de passagiers elkaar nog een beetje vreemd aangekeken, maar enkele seconden daarna stond alles in lichterlaaie. Hilda's geluk was dat zij zich achterin het toestel bevond. Ze had zich door een raampje uit de brandende DC-2 weten te wurmen. Via een vleugel belandde zij op de grond en verloor vervolgens het bewustzijn. Bongertman had brandwonden en twee gebroken ribben. Maar ze bleef vliegen.

Plesman was inmiddels overtuigd van het nut van stewardessen en breidde snel uit. De volgende lichting leverde Bongertman zeven nieuwe collega's op en daarna volgden er nog eens dertien.

Bij die laatste groep bevond zich Beatrix 'Trix' Terwindt. Drie jaar vloog zij op verschillende vluchten van de KLM, voornamelijk binnen Europa. Toen brak de oorlog uit en burgerluchtvaart werd onmogelijk. In maart 1942 werd Terwindt door het verzet benaderd dat haar verzocht een KMA-cadet naar Zwitserland te helpen. Dat leek haar wel wat. Eenmaal in Zwitserland, sloot de politie haar op als ongewenste vreemdelinge. Door bemiddeling van het Nederlandse consulaat kwam ze vrij en wist in augustus 1942 via Spanje en Portugal Engeland te bereiken. Daar werd zij door de Engelsen opgeleid om vanuit het bezette Nederland een ontsnappingsroute voor Britse piloten op te zetten.

In de nacht van 13 februari 1943 werd Trix Terwindt per parachute boven bezet Nederland gedropt, ergens tussen Kampen en Zwolle. Maar het verwachte ontvangstcomité van verzetsmensen bleek te bestaan uit Duitse SD-ers. Tachtig uur achtereen werd ze verhood. Daarna werd ze in het seminarium van Haaren ondergebracht, waar ook de andere agenten van het Englandspiel werden vastgehouden. Op 10 mei 1944 werd Trix Terwindt naar het Oranjehotel in Scheveningen overbebracht en vervolgens op transport gesteld naar Ravensbrück en later Mauthausen. Ze was erbij toen alle aanwezige Englandspiel-arrestanten werden opgehangen. Haar waren de Duitsers vergeten, mogelijk omdat ze, als enige vrouw in een andere barak was ondergebracht. Uiteindelijk werd ze op 25 april 1945 bevrijd. Na de oorlog hervatte ze haar werk bij de KLM, ditmaal als hoofdstewardess.

Hoe anders verging het Hilda Bongertman. In hetzelfde jaar dat zij bij de KLM kwam, werd zij lid van de NSB. Politiek en werk hield ze strikt gescheiden. Bongertman deed haar werk goed. Al een jaar na haar aanstelling werd ze bevorderd tot hoofdstewardess en in 1938 voerde ze besprekingen met afdelingschefs van de Duitse Lufthansa, die ook stewardessen wilde aanstellen.

In 1939 trouwde ze met een Duitser en daarmee verwierf ze tevens de Duitse nationaliteit. Daarom moest ze, als 'buitenlandse', bedanken voor het NSB-lidmaatschap. De bezetting maakte ook haar werkloos. Na mei 1940 trad ze weer toe tot de NSB en werd ze actief binnen de Nationaal-Socialistische Vrouwenorganisatie (NSVO) met spreekbeurten over het nieuwe, onder Duitse vlag verenigde Europa.

In 1942 later kreeg Hilda Bongertman het verzoek een boek te schrijven 'met propagandistische strekking voor de rijpere jeugd'. Die moest een beter begrip over de NSB worden bijgebracht. Jeugd in de branding werd opgedragen aan onze dapperen, in dit geval de Nederlandse Oostfrontvrijwilligers.

H ET WAS aperte nazipropaganda. Bongertman trachtte door een mager plot en ééndimensionale personages het ene populaire nationaal-socialistische thema met het andere te verweven: de behandeling van de NSB'ers tijdens de meidagen van '40, de Nederlandse regering in ballingschap, de houding van Engeland, de strijd tegen het bolsjewisme en ook vergat ze niet haar verhaal met enkele antisemitische passages op te smukken.

Toch was het de secretaris-generaal van de NSB, C.J. Huygen, niet propagandistisch genoeg. Eerder had hij er bij de schrijfster al op aangedrongen dat zij een aantal passages in haar manuscript zou verscherpen en uitbreiden met gegevens over het 'jodenvraagstuk' en de 'vijandschap van Engeland', zoals de afdeling propaganda van de NSB die aan de schrijfster had verstrekt. Bongertman had dat geweigerd. De NSB-bons vond dat sabotage van de nationaal-socialistische strijd, zo schreef hij haar woedend.

Bongertman was zelfs nog verder gegaan, door radiopropagandist Max Blokzijl en J. van Ham, hoofd van de Afdeeling Boekwezen van het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten, die zich eveneens met haar boek bemoeiden, geschiedvervalsing te verwijten. 'Een bedenkelijke mentaliteit, ongehoord en ontoelaatbaar', schreef de secretaris-generaal op hoge toon. Bongertman werd zonder verdere omhaal de NSB uitgezwiept.

Niet alleen de huidige lezer verslikt zich bij het lezen van de overdosis nazipropaganda, ook voor sommige doorgewinterde nationaal-socialisten bleek het onverteerbare kost. De criticus van De Schouw, het orgaan van de Nederlandsche Kultuurkamer, vond de verhouding tussen pro- en anti-jeugd nogal simplistisch weergegeven. Volgens hem begreep de auteur bovendien niets van het nationaal-socialisme. In het julinummer van 1944 schreef hij: 'Als roman kan dus dit werk niet geslaagd worden genoemd (ook qua taal en stijl niet!), terwijl de schets het gevaar heeft van te zeer vast te knoopen aan geijkte voorstellingen, cliché-uitdrukkingen en schablonegedachten'.

Toch had de Nationaal-Socialistische uitgeverij Nenasu over de verkoop van Bongertmans boek niet te klagen. 'Het verheugt ons uit den verkoop van uw boek te kunnen bemerken, dat de belangstelling inderdaad groot is', schreef directeur Bartels in januari 1944 aan Hilda Bongertman. De oplage bedroeg tienduizend exemplaren en daarvan waren inmiddels 4234 stuks verkocht.

De botsing met de NSB-top hield haar uiteindelijk niet van de pen af. In juni 1943 schreef ze in een sollicitatiebrief aan de leider van het Nederlandsch Arbeidsfront, H.J. Woudenberg, dat ze aan een nieuw boek werkte: De band die eeuwig bindt. Ze had succes. Bongertman mocht vanaf juli de vrouwenrubriek verzorgen in de nazi-periodiek Arbeid. Politiek hield ze zich evenmin afzijdig. Na haar royering uit de NSB werd ze begunstigend lid van de Germaansche SS. Aan het einde van de oorlog was ze secretaresse van de NSB-burgemeester van Winterswijk.

In april 1945 werd Hilda Bongertman geïnterneerd, vrijwel op hetzelfde moment dat Trix Terwindt uit Mauthausen werd bevrijd. Ze zat eerst in Winterswijk en later in kamp De Roskam te Weesp, een lot dat zou zou delen met duizenden ander NSB-vrouwen. Tijdens die internering kwam voor haar de kater. 'Het kamp maakte dat ik snel het rechte spoor terugvond', verklaarde ze na de oorlog.

Na twee jaar gevangenschap kwam Bongertman weer vrij. 'Ik moest helemaal opnieuw beginnen. Het leek wel of ik in een vreemd land kwam, waar ik alleen de taal kende.' Langzamerhand pikte ze weer de draad van haar bestaan op. Maar van schrijven kwam niets meer.

Trix Terwindt zou nog wél een keer naar de pen grijpen. Toen eind jaren vijftig Nederland hevig discussieerde naar aanleiding van de parlementaire enquête over de rol van de Nederlandse regering in Londen, kon ze zich niet inhouden. Op 6 februari 1958 schreef Terwindt een reactie in De Linie. De voormalige illegaliteit moest zich niet zo op de borst slaan en zich niet zo snel laten verleiden tot beschuldigingen, vond ze. 'Kom, de oorlog is voorbij. Zoeken wij niet naar splinters in andermans ogen. Laat ons de betoonde vaderlandsliefde eren met het helpen van behoeftige nabestaanden der gevallenen, en ook met het geestelijk steunen van hen die onze vijanden waren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden