Gerry van der List

Gerry van der List debuteert als romanschrijver met Altijd november. Opgedragen aan Henk en Ingrid, met in de hoofdrol een rabiaat rechtse Rotterdammer. 'Ik ben een groot bewonderaar van Wilders, maar geen aanhanger.'

Allereerst maakt de schrijver een statement: hij is zijn personage niet. 'De rechtsheid van Peter is niet de mijne. Hij is misogyn, xenofoob, homofoob en bijna racistisch. Dat ben ik allemaal niet, ' zegt Elsevier-journalist Gerry van der List (1961) over de hoofdpersoon van zijn pas verschenen literaire debuut Altijd november, een politiek incorrecte roman. Van der List: 'Maar mijn common sense zit er wel in. Mijn verbazing en frustraties over de multiculturele samenleving. Het is de stem van no nonsens rechts.'


Van der List praat licht geamuseerd en beschermend over de middelbare, cynische Peter van Rijswijk, een rabiaat rechtse Rotterdammer die zijn opvattingen onbeschaamd ventileert en zichzelf in de nesten werkt. Deze promovendus sociale wetenschappen in Leiden fileert de hypocrisie van linkse collega's aan de universiteit en geniet ervan volkse wijsheden te debiteren in elitaire milieus. Zelfs op versiertoer klaagt hij over allochtonen. Wordt hij als 'rechtse dorpsgek' uitgenodigd voor een debat, dan hoopt hij er niet al te domme vrouwen te ontmoeten. Gaat hij op werkweek naar Aruba, dan gluurt hij naar 'negerinnen', maar verlangt hij vooral naar het onexotische thuis. Maar thuis, dat is multicultureel Nederland waarin hij zich ook niet meer senang voelt. Waar schoolverlaters meer over de ramadan weten dan over Pinksteren, waar je een taalcursus moet volgen om met je buren te praten, waar hoofdstedelijke intellectuelen denken dat het gedogen van misstanden tot het verdwijnen ervan leidt. Aldus Peter. Liefhebber van kernenergie, kernwapens en kabouters van Rien Poortvliet. Zijn revolutionaire jeugdzonde: stemmen op D66.


Kalm, logisch redenerend slaat hij - in hilarische scènes vol rake dialogen - zijn gehoor om de oren. Geeft 'm een goed gevoel. Maar dan verlaat zijn geliefde hem voor de Marokkaanse Rachid 'met de moeilijke achternaam' en gaat Peter over het gemis in zijn leven nadenken. Dan wordt het voor altijd november - zoals in het gedicht van J.C. Bloem.


U hebt dit boek met Schadenfreude geschreven: links flink boos krijgen.

Van der List, onthutst: 'Nee... nee! Ik maak me geen enkele illusie dat ik zoveel emoties losmaak. Ik wilde amuseren. Maar ik geneer me voor geen enkele opvatting, er was geen zelfcensuur. Veel situaties zijn komisch, maar Peter mocht geen karikatuur worden. Hij is een realistisch personage, iemand die je in de kroeg tegenkomt. Een verlegen man die opbloeit als hij geïrriteerd raakt. Dan dist hij de ene oneliner na de andere op in een dwars betoog.'


Het boek is opgedragen aan Henk en Ingrid. Maar de geliefde van Peter ergert zich aan zijn opinies. Ingrid is helemaal niet zo rechts als Henk.

'Ik zou zeggen dat Henk wat assertiever is dan Ingrid, dat mannen eerder cultuurkritiek uiten en over het algemeen wat rechtser zijn. Hoewel, een van de meest spraakmakende politici van het afgelopen decennium was de boze, blanke, rechtse Rita Verdonk.'


Is de 'boze blanke man' geen wegkwijnende soort?

'Zeker niet. Mannen als Peter kom ik tegen in het café en in de voetbalstadion. Ze zijn lezers van Elsevier en De Telegraaf. Ze maken zich zorgen over de massa-immigratie, de islam, verkwanselde subsidie. Meestal met nuchtere opvattingen. Ze vormen een grote groep, maar voelen zich onbegrepen door de politieke en culturele elite. Ik erger me als over ze gepraat wordt in termen van rancune en onderbuik. Dat gepsychologiseer over hun 'angsten' en 'obsessies'! Hun klachten zijn grotendeels terecht, hun boosheid is politiek. Maar ze worden verdacht gemaakt.'


Nu toch niet meer? Rechts regeert.

'Dat verandert inderdaad. Den Haag stuurt ze niet meer naar de psychiater voor hun 'waanzin'. Langzamerhand ontdekt ook de elite de gevaarlijke kanten van de islam. Ooit was de islam een underdog, later bleek dat die ook als een pitbull kon bijten. Als een PvdA-er zegt dat de massa-immigratie de 'schuld' van rechts is, dan erkent hij dat er iets mis is. Wilders' biograaf is Meindert Fennema die van een ultralinkse radicaal veranderd is in iemand met enorme sympathie voor Wilders.'


Deze grieven gebruikt u literair niet. Rachid is een brave borst en Peter is apolitiek.

'Rachid is geen talibanstrijder zoals Peter grapt, maar iemand die als iedereen worstelt met gezin en relaties. Ik wilde geen boeman aan wie ik alle ellende ophang.'


Dus toch: gêne.

'Uiteindelijk wel. Ik schaam me niet voor wat ik schrijf, maar ik wilde ook geen politieke roman schrijven die automatisch in de PVV-hoek zou belanden. Ik ben een groot bewonderaar van Wilders, maar geen aanhanger. Hij houdt met enorme intelligentie onder bedreiging cruciale zaken op de politieke agenda, maar hij schiet door met de islam. Ongehoord dat hij moslims niet dezelfde religievrijheid gunt als christenen en joden. En hij is in economisch opzicht natuurlijk veel te links.'


Wat is precies het probleem van 'de blanke man' met migranten?

'Als je behoefte hebt aan gemeenschapszin, kun je als blanke man niet meer aarden in de grote stad. The present is a foreign country. Ik ben opgegroeid in Rotterdam. Als ik terug ga naar Delfshaven en Spangen herken ik niets meer. De massale immigratie heeft enorme veranderingen meegebracht waardoor autochtonen ontwortelen. In de gezellige wijk van weleer hebben mensen geen band meer met elkaar en de omgeving. Ik ben fan van Sparta. Maar de voetbalclub wilde weg uit Spangen. Ondanks de allochtone spelers zijn ze verweesd in de wijk. Dat is tragisch en niet te veranderen.'


Veranderingen accepteren zou heel wat frustraties schelen.

'Uiteindelijk moet je rekening houden met het bestaan van andere culturen, maar ook de grenzen van tolerantie bewaken. De jongeren van nu doen dat automatisch. Zelf geloof ik in het ontstaan van een polderislam, maar dat neemt de vervreemding niet weg. Peter van Rijswijk is ook nog weemoedig. Hij staat voor een gevoel van verlies dat zeker niet alleen door immigranten komt. Hij is totaal ontworteld, alle banden die hem in het gareel hielden zijn doorgesneden. Het katholieke geloof van zijn ouders raakte hij kwijt. De banden met zijn milieu ook, toen hij ging studeren. Door zijn afkeer van de multiculturele samenleving, raakt hij vervreemd van zijn universitaire werkkring en van zijn vrouw.'


De moraal: wie zich conservatief isoleert redt het niet.

'Ik wilde aantonen wat er gebeurt als je je blijft wentelen in het eigen gelijk, zonder houvast in de omgeving. Zelf ben ik ook mijn normatieve fundament kwijt met het geloof. Ik verlang soms naar mijn jeugd waarin je 's ochtends naar Willem Duys luisterde en de kerk bezocht en 's middags gezellig, zonder angst voor rellen, naar het voetbal ging. Ik kan me moeilijk voorstellen dat je probleemloos afscheid neemt van het geloof. De rede overwint, maar de bezieling is voorgoed weg.'


U verlangt naar burgerlijk geluk?

'Daar wordt ten onrechte op neergekeken. Over Vinexwijken wordt met minachting geschreven, alsof het een horrorzone is vol criminelen die met elkaar vreemdgaan. Maar dat zijn plekken waar mensen gelukkig leven. Hard werken, discipline, regelmaat. Vroeg naar bed in plaats van naar een zinloos debat. Ja, het is een saaie samenleving. Maar hoe saaier, hoe gelukkiger. De innovatiedrift van de elite is niet beter. Verandering komt ook zonder revolutie. Ik geloof in het realisme van conservatieven met oog voor tradities.'


Vandaar dat het boek eindigt op de Veluwe?

'Mensen verlangen soms naar een Nederland zonder hoofddoeken. Dat verklaart de aantrekkelijkheid van de Veluwe. Ik heb er een vakantiehuis. Als ik in Amsterdam de trein naar Ermelo neem, wordt de coupé bij elke halte hoofddoeklozer. Kom je in een ander land terecht.'


In blank Nederland? Dat is wel een racistische droom. En taboe.

'Dat taboe moet blijven, althans in de politiek. Ga je daarover speculeren, gaat het al gauw over deportatie. Uitgesloten. Maar wat is er mis met een onbestemd heimwee? Naar een Nederland zoals vanouds, herkenbaar, zonder mobiele telefoons en met zondagsrust. Dat is ongevaarlijke weemoed. In het volste besef van het feit dat je naar het onmogelijke verlangt.'


Gerry van der List: Altijd november

Prometheus; 208 pagina's; € 17,95


ISBN 978 90 4461 8327.


Gerry van der List (Rotterdam, 1961) is sinds 1999 redacteur van het weekblad Elsevier.


Negen jaar lang had hij, tot 1999, een column op de opiniepagina van de Volkskrant. In 1998 haalde hij daarmee het nieuws toen hij fel ageerde tegen het 'exhibitionisme' van de Gay Games in Amsterdam ('een orgie van sperma') en van discriminatie werd beticht. Van der List promoveerde in de politieke wetenschappen met het proefschrift De macht van het idee, over liberale buitenlandse politiek. Hij publiceerde de bundels Ach Jezus, een intellectueel, Opgeruimd staat netjes, Katholiek en Alle 24 premiers.


Altijd november is zijn romandebuut. Als chef kunst van Elsevier zegt hij daarover: 'Er belanden veel romans op mijn bureau. Ik wilde kijken of ik dat ook - of zelfs beter - kon. En ik ontdekte dat schrijven een prettig getob is dat afleidt van zorgen over de leegte van het bestaan.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden