Gerrit Zalm zwemt tegen de stroom op

Een minister van Financiën hoort een beetje pessimistisch te zijn. Want zijn collega's zijn altoos meer dan bereidwillig om hem te verlossen van overtollige guldens....

IN HET nuchtere Holland zijn ze nog niet gesignaleerd, de valutahandelaren die uit het raam springen. Maar het crisisgevoel stak eerder deze week toch de kop op. Dalende dollar, devaluatie van Europese munten, kelderende aandelenkoersen en paniek bij beleggers in Amsterdam. En dat terwijl het bedrijfsleven juist zulke prachtige winstcijfers bekend had gemaakt.

Het rechtvaardigt de vraag of de jubel over de economische hoogconjunctuur die onze dreven heeft bereikt, alweer gedateerd is. Zal de ruim 3 procent economische groei die voor dit jaar is voorspeld nog wel gehaald worden? Volgens een analyse van de Rabobank die eerder deze week bekend werd, mag van de groei nu zonder meer een halve procent worden afgetrokken.

Het ministerie van Financien is bezorgd, liet minister Zalm deze week weten. Die zorg is begrijpelijk. Een half procent minder economische groei betekent dat de schatkist rond de 800 miljoen aan belastingontvangsten ziet verdwijnen. Intussen rollen de coalitiepartners met elkaar over straat over de vraag hoe ze de extra belastinginkomsten van dit jaar zullen gaan besteden. Dat spreekwoord van de huid en de beer, waar Zalm de afgelopen weken de mond vol van had, is weer sneller dan verwacht waarheid geworden.

Is de zorg van de minister terecht, of speelt hij met wat vakkundige overacting de rol van de zuinige schatkistbewaarder? Die vraag kan in twee delen worden gesplitst. Eén: zal de conjunctuur in Nederland een klap krijgen van de ineenstorting van de dollar? Twee: hoe zullen de inkomsten van de Nederlandse staat er onder lijden?

De onzekerheden omtrent de gevolgen van de forse dollardaling zijn groot. Eerder deze week benadrukte de Volkskrant vooral de gunstige effecten die een lagere dollar heeft op de economie. De invoerprijzen gaan omlaag. Daardoor daalt de inflatie, stijgt de koopkracht, blijven loonstijgingen beperkt en kan de uitvoerdaling beperkt blijven.

Maar volgens het Centraal Planbureau, het rekencentrum van de regering, heeft een lagere dollarkoers per saldo toch een negatief effect.

Daalt de dollar tien cent, dan daalt de uitvoer met een half procent, het nationaal inkomen met tweetiende, en het aantal banen met drieduizend personen.

In de meest recente voorspelling, die gisteren naar het kabinet werd gestuurd, verwacht het CPB nog een groei van 3,25 procent voor dit jaar. Bij de vaststelling van dit cijfer heeft het CPB gerekend met een gemiddelde dollarkoers van 1,70 gulden.

De vraag is of dit nog niet te hoog is, een vraag die het CPB zich zelf ook heeft gesteld. De computers rekenen nog, in april volgt een definitieve prognose.

De dollar staat nu rond de 1,55 gulden. Blijft hij daar, dan is dat 15 cent lager dan het gemiddelde waarmee het CPB nu rekent. Dat zou betekenen dat de eerder genoemde effecten op uitvoer, werk en nationaal inkomen ook met 1,5 vermenigvuldigd zouden kunnen worden. Een berekening op de achterkant van de sigarendoos, dat wel.

Gevolg is een iets minder florissant beeld voor 1995. Een economische groei van 'slechts' 2,95 procent in plaats van 3,25.

De groei van de werkgelegenheid zal 4500 personen lager uitkomen dan de CPB-voorspelling (die inmiddels is aangepast tot 65 duizend), en de werkloosheid zal dit jaar daardoor nauwelijks of niet dalen.

De inflatie daalt dit jaar wel volgens het CPB, naar 2,25 procent (was 2,75). Dat cijfer zal bij een dollar van 1,55 gulden eerder onder de twee liggen.

WEINIG aan de hand dus. Voor 1996 wordt het beeld iets minder. Het CPB voorspelt nu nog een groei van 3 procent voor volgend jaar, maar tekent aan dat de gevolgen van de inzakkende Europese valuta's nog niet zijn meegerekend. Waarschijnlijker lijkt een groei van 2,75 procent of nog iets minder.

De lagere dollarkoers wordt helemaal pijnlijk, als hij gepaard gaat met een stijgende rente. Het CPB waarschuwt er met nadruk voor. Die combinatie verslechtert het beeld voor Europa en Japan nog verder. Nu is er inderdaad nieuwe opwaartse druk op de rentevoeten in Europa door de valutacrises. Landen met zwakke valuta als België, Italië en Spanje importeren inflatie via de voor hen duurdere invoer. Om die inflatie te beteugelen zal de rente moeten stijgen.

Maar voor die paar eilanden van monetaire rust in noordwest-Europa gaat een heel ander verhaal op. Duitsland, Zwitserland en Nederland vormen een hecht blok met ijzersterke valuta's, gesteund door een strak monetair beleid.

De overheidsfinanciën zijn er redelijk op orde, de groei van de geldhoeveelheid wordt in de tang gehouden, de lonen stijgen er niet buitensporig en de betalingsbalansen zijn op orde.

Hier is de inflatie laag en uit alle landen van de wereld stroomt de laatste weken het kapitaal toe. Aan het rentefront in Duitsland, en dus ook in Nederland, is het rustig. Door de toevloed van kapitaal daalt de spanning zelfs, waardoor lichte rentedalingen mogelijk lijken.

Bundesbankpresident Tietmeyer heeft dat al aangekondigd. Analisten verwachten dat de kapitaalmarktrente in Nederland ook iets omlaag kan.

Die rentedaling heeft een positief effect op de economie, dat het negatieve effect van de goedkopere dollar wat kan dempen. De investeringen zullen, met enige vertraging, aantrekken. Een half procent minder kapitaalmarktrente heeft een onmiddellijke investeringsimpuls van viertiende procent tot gevolg, en in het volgende jaar zelfs bijna anderhalve procent. Het betekent ook duizenden banen extra, en een paar tienden van procenten meer economische groei.

Wat merkt Zalm er van in zijn schatkist? De meltdown van de dollar zit hem niet lekker. Het effect op de aardgasprijs, die luidt in dollars, is desastreus. Bij de opstelling van de miljoenennota 1995 rekende Zalm nog met een dollar van 1,90 gulden, 35 cent duurder dan nu. Blijft dat verschil, dan komen er 1,75 miljard gulden minder aardgasbaten binnen.

Dit geld, al voorbestemd voor investeringen in de infrastructuur, zal ergens anders moeten worden gevonden. Waarschijnlijk op de begroting van tegensputterende ministers.

MAAR voor de belastinginkomsten is er goed nieuws, al moet dat goede nieuws wel iets worden afgezwakt. Omdat Zalm zijn prognoses over de economische groei en dus de belastinginkomsten in 1995 zo voorzichtig heeft gehouden, kan hij blijven rekenen op meevallers.

In de begroting heeft hij volgens het behoedzame scenario gerekend met 2 procent groei. De 2,75 procent als gevolg van een dollardaling zit daar nog boven, en als de rente inderdaad wat daalt mogen daar nog enkele tienden van procenten worden bijgeteld. Een belastingmeevaller van vele miljarden zoals in 1994 zit er niet in, maar rond het miljard moet lukken.

Voor 1996 is het beeld zelfs nog rooskleuriger. Voor dat jaar heeft Zalm gerekend op 1,75 procent economische groei. Alle prognoses, ook die al zijn bijgesteld vanwege een dollardaling naar 1,55 gulden, zitten daar ruim boven. Er lijkt genoeg ruimte voor Zalm om echt te kunnen oogsten. De bezorgdheid van de minister zal dus wel iets gespeeld zijn.

NO

TABEL PRINTEN VAN MICROFICHE

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.